Bernadette Geradts: “De tuin liet mij zien dat groei niet altijd zichtbaar hoeft te zijn.”

Kleine natuur in de tuin is ontstaan vanuit een groeiend verlangen om te schrijven over het met aandacht kijken naar het leven in de tuin, om dat waar we normaal misschien aan voorbij zouden lopen in een beeld te vatten. Ik wist niet of ik het kon – schrijven – en besloot daarom dat het een oefening zou zijn, een schriftelijke oefening in waarnemen. Zo begon ik op een witte winterse dag aan het eerste verhaal, Sneeuw, dat net als alle andere verhalen, gaat over dat wat ik daar buiten in mijn tuin geduldig waarnam. Een jaar lang keerde ik bijna wekelijks terug om te zien wat zich aandiende.

Wat begon als losse observaties door de seizoenen groeide zo langzaam uit tot een geheel waarin de kracht van elk seizoen voelbaar werd in het leven in de tuin. In de winter draaide het om vertragen en naar binnen keren, in de lente ontwaakte de wereld die bol stond van nieuw leven en kracht, in de zomer ervoer ik de overvloed, de warmte en vreugde, in de herfst worstelde ik met loslaten, afbouwen en vooruitkijken naar wat weer komen zou., Uiteindelijk keerde ik weer terug bij de winter waar de tuin mij liet zien dat begin en einde in elkaar overlopen. Bijzonder was dat de winter voor mij al jaren voelde als een seizoen dat je moet uitzitten, een grijze tussenruimte, maar tijdens het schrijven ontdekte ik dat de rust en stilte van de winter juist onmisbaar zijn voor de natuur en ook voor mij als mens.

Hoe meer ik schreef, hoe duidelijker het mij werd dat de verhalen niet alleen over de tuin gingen, maar ook over hoe ik in het leven sta en hoe aandacht voor het kleine je denken kan verruimen en je gevoel van welzijn kan vergroten. Wat je dan ziet, wanneer je de kleine natuur observeert, is een wereld op zichzelf: een wereld waarin een sperwer plotseling binnenvliegt en alles even op zijn kop zet, een wereld waarin slakken en mieren hun eigen tempo volgen en waarin de appels, de regen en de zon net zo betekenisvol worden als grote gebeurtenissen. Ik zag dat de verhalen ook gingen over het oefenen met vertrouwen en geduld. De tuin liet mij zien dat groei niet altijd zichtbaar hoeft te zijn, dat stilte een vorm van ontwikkeling kan zijn, dat je rustig de tijd mag nemen en niet altijd angstvallig hoeft bij te sturen of in te grijpen. Maar de verhalen gingen ook over kwetsbaarheid en kracht, wat een continu samenspel blijkt te zijn in de tuin. De verhalen lieten mij ervaren dat de kleine gebeurtenissen, een mus in de appelboom, kikkers in het vijvertje, de zachte winterzon, het mos achter in de tuin en een muis op zoek naar zaden allemaal hun eigen taal spreken en je iets te vertellen hebben als je de tijd neemt om echt te luisteren.

Voor ik begon aan de verhalen was ik er al van overtuigd dat de tuin niet een plek is die ik bezit. Onbedoeld is dat inzicht, dat een tuin niet van de mens is maar van alles wat er leeft, tijdens het schrijven een belangrijke onderstroom geworden in het boek. Hopelijk zal het boek op die manier bijdragen aan het groeiende bewustzijn dat we niet losstaan van de natuur en dat de tuin een plek is waar we in harmonie kunnen samenleven met al het mooie leven dat zich daar aandient.

Bernadette Geradts (1982) studeerde Engels aan de Rijksuniversiteit Groningen, is al jaren docent in het voortgezet onderwijs, ontwerpt ecologische en duurzame tuinen en is natuurcoach.

Kleine natuur in de tuin, Bernadette Geradts.