Atlas van de noordelijke mythologie

De godenwereld van Vikingen en Germanen
François Emion, Jean-Baptiste Rendu

 34,90

De oude volkeren uit het Noorden vatten het heelal op als een immense boom waaruit zich negen werelden vertakken. Hun mythisch universum wordt bevolkt door reuzen, goden, dwergen, alven, helden en Walkuren die de zielen van gestorven krijgers meevoeren naar het Walhalla.

In Asgaard heerst Odin, god van wijsheid en magie, samen met Thor, belichaming van brute kracht en beschermer van het leven, en Frigg en Freyja, godinnen van liefde en vruchtbaarheid. Maar uiteindelijk blijkt de ‘Godendeemstering’, de bloedige strijd die het einde van de wereld inluidt, onvermijdelijk.

Eeuwenlang werden deze verhalen mondeling doorgegeven, tot ze – na de bekering van Vikingen en Germanen in de elfde eeuw – werden opgeschreven.

Jean-Baptiste Rendu en François Emion leiden ons door de verbeeldingswereld van de oude volkeren in Noordwest-Europa – van Duitsland en Engeland tot Scandinavië en Groenland, met de Lage Landen ergens tussenin.

Jean-Baptiste Rendu is journalist en historicus, François Emion docent Scandinavische studies aan de Parijse Sorbonne.

Verschijningsvorm:
Hardcover
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Uitgeverij Noordboek
Aantal pagina's:
224
Druk:
1
ISBN:
9789464712339
Uitgiftedatum:
15-11-2024
Gewicht:
1136 gram
Afmeting:
293x219x24 mm

Gerelateerde boeken

  • Op reis met de NTM

    Op reis met de NTM

    De Nederlandsche Tramweg Maatschappij 1880-1971
    Melle C. Van Der Goot
     17,50

    Op reis met de NTM

    In 1880 werd de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) opgericht. Doel van het bedrijf was in Nederland trambanen aan te leggen en te exploiteren, te beginnen met paardentrams, al snel gevolgd door de stoomtram.
    Busliefhebber Melle van der Goot schetst in dit boek de geschiedenis van de NTM; de uitbreiding van het bedrijf in Noord-Nederland tot 1920 en de concurrentie van en overstap naar autobussen in de jaren dertig. Vervolgens beschrijft de auteur de woelige oorlogsjaren en de bloei van het bedrijf in het eerste decennium na de bevrijding, totdat de NTM in 1971 opging in de FRAM. Op reis met de NTM is rijk geïllustreerd met uniek beeldmateriaal uit privéverzamelingen en bedrijfsarchieven.

     17,50
  • Kloostermoppen

    Kloostermoppen

    Middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen
    Edward Houting, Hans Vrijer
     35,00

    Kloostermoppen

    In de twaalfde en vooral de dertiende eeuw vestigden zich onder meer de kloosterorden van de cisterciënzers en de premonstratenzers in Noord-Nederland. Naar voorbeeld van de moederkloosters introduceerden de kloosterlingen grote bakstenen, kloostermoppen genoemd, waarmee ze vanaf het midden van de twaalfde eeuw tot in de zestiende eeuw kerken en kloosters bouwden. In dezelfde periode gebruikten ook vermogende particulieren de grote bakstenen voor de bouw van hun steenhuizen. Vanaf midden dertiende eeuw begonnen de steden zich te ontwikkelen, waarbij de bakstenen werden gebruikt voor stadsmuren en particuliere huizen. Baksteen bood de bouwheren goede mogelijkheden en was duurzamer dan de natuursteen die tot het einde van de twaalfde eeuw werd toegepast als bouwmateriaal. Klei was voor de productie en turf voor het bakken van stenen in ruime mate voorhanden in de provincie Groningen.

    In Kloostermoppen, middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen beschrijven Edward Houting en Hans Vrijer circa 200 middeleeuwse kerken, kloosters, steenhuizen en stadsmuren. Hiermee wordt voor het eerst een uitgebreid overzicht in boekvorm gegeven van het ontstaan en de toepassing van kloostermoppen in Groningen. De uitgave is ruim geïllustreerd met foto’s, bouwtekeningen van middeleeuwse kerken en kerktorens, kaarten en oude prenten. Bovendien voert een wandeling in de binnenstad van Groningen langs zichtbare overblijfselen van middeleeuwse gebouwen.

     35,00
  • Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de wetenschap

    De begaafde Anna Maria van Schurman kreeg als eerste vrouw in Nederland toestemming om colleges te volgen. De Universiteit van Utrecht bouwde voor de gelegenheid een hokje met een gordijntje voor haar. Van Schurman kon van daaruit de colleges van theoloog Voetius bijwonen, zonder daarbij de mannelijke studenten af te leiden.
    In dit korte essay uit 1641 legt Van Schurman uit waarom het logisch is om meer vrouwen toegang tot de
    universiteit te verlenen. Het argumentatieve geschrift inspireerde Margaret Cavendish en Mary Wollstonecraft en gaf de aanzet tot de eerste feministische beweging. Het zeer invloedrijke essay verschijnt in een geactualiseerde vertaling van Renée Ter Haar, met een voorwoord van Angela Roothaan. Jacob Bouwman zorgde voor de selectie van relevante brieven.

    “Wat een genot om zo’n erudiet pleidooi te lezen van een moedige vrouw. In zijn opdracht noemt tijdgenoot Johan van Beverwijck haar ‘onsterfelijk sieraad onder de vrouwen’. Met recht.” – Trouw

     17,90