Onderworpen, onderdrukt, geplunderd
€ 39,90
De verovering en de zogenoemde ‘pacificatie’ van zwart Afrika waren een langdurig, ononderbroken proces. Geen jaar ging voorbij zonder oorlog, geen maand zonder repressie of gewelddadige actie! Congo werd een privaat domein van Leopold II en daarna een kolonie van België als gevolg van een echte koloniale oorlog. Dat is de boude stelling van Zana Mathieu Etambala op basis van jarenlang intensief onderzoek.
Etambala laat de mensen van toen aan het woord: de blanke militair die samen met zwarte soldaten door de brousse trekt om de lokale chefs te onderwerpen en bestookt wordt met gifpijlen, de standrechtelijke executies van muitende soldaten, de gebrekkige koloniale geneeskunde – in 1908 waren er slechts 30! artsen actief –, de vreselijke slaapziekte in het eerste decennium van de negentiende eeuw die de zwarte bevolking decimeerde …
Onderworpen, onderdrukt, geplunderd. Congo 1876-1914 onthult het echte gelaat van Congo Vrijstaat.
Zana Mathieu Etambala werd geboren in Congo en arriveerde in 1962 in Vlaanderen. Van 1982 tot 1985 werkte hij in zijn thuisland. Sinds 2020 doceert hij Afrikaanse geschiedenis aan de UGent. Als lid van de Bijzondere commissie belast met het onderzoek over het koloniaal verleden van België, schreef hij mee aan het rapport.
“Etambala levert met ‘Veroverd. Bezet. Gekoloniseerd. Congo 1876 1914’ een krachttoer. Nooit eerder werd de prelude van het Belgische kolonialisme zo uitvoerig en met zoveel zin voor detail bestudeerd.” (De Morgen)
Gerelateerde boeken
-
-
-
Slagboom tussen dood en leven
Relaas van een gezin waarvan de ouders werden omgebracht en de zoon miraculeus overleefde€ 14,90Slagboom tussen dood en leven
€ 14,90In Slagboom tussen dood en leven vertelt Alphons Katan (1930-2025) het verhaal van zijn leven. Als enig kind van een Joods (niet-gelovig) echtpaar woonde hij in de Tweede Wereldoorlog in Leeuwarden. Zijn invalide vader was econoom, gaf privélessen en werkte als beëdigd translateur. Als de ouders van Alphons Katan in 1942 kort na elkaar worden gearresteerd, krijgt Alphons onderdak bij Joodse vrienden van het gezin. Met dit bejaarde echtpaar komt hij uiteindelijk terecht in kamp Westerbork, waar hij een half jaar verblijft. Wanneer een tante de Duitsers weet te overtuigen dat haar neefje half-Joods zou zijn, wordt hij vrijgelaten. Hij overleeft de oorlog in Den Haag en Leiden. Zijn moeder wordt vermoord in Auschwitz, zijn vader in Gusen, een nevenkamp van Mauthausen. In dat kamp is hij het slachtoffer van medische experimenten. Als Alphons in 1994 foto’s van zijn vader in kampkleding en een foto van diens skelet ontdekt, begint hij een zoektocht naar het skelet en eist hij een verbod op het gebruik van de foto’s.
Persoonlijke verhalen als deze laten de bitterharde werkelijkheid vaak beter voelen dan anonieme beelden en getallen. Nu het aantal overlevenden van de Tweede Wereldoorlog met het jaar kleiner wordt, kan dit relaas een hulpmiddel zijn om de komende generaties te informeren en te stimuleren tot bewustwording en verantwoordelijkheidsbesef.
-





