Kleine orchideeëngids voor Nederland en omstreken
€ 20,00
Dat er in Nederland wilde orchideeën voorkomen, is niet algemeen bekend. In De kleine orchideeëngids voor Nederland en omstreken beschrijft Hans Dekker op beknopte wijze alle voorkomende soorten die in ons land en buurgebieden voorkomen.
Omdat Nederland veel verschillende soorten landschappen kent is de orchideeënrijkdom voor een klein land als het onze groot. Hotspots voor orchideeën zijn bijvoorbeeld Zuid-Limburg met de prachtige kalkgraslanden en hellingbossen en de duinen zoals op onze Waddeneilanden. Maar eigenlijk komen in elk Nederlandse landschap wel orchideeën voor. Als je goed oplet tussen maart en september kun je ze vinden. De nieuwe orchideeëngids helpt daarbij. Zelfs als je een stukje over de grens gaat kun je de gids goed gebruiken.
De nieuwe gids bevat talrijke gedetailleerde foto’s van orchideeën, waardoor het herkennen in het veld makkelijker wordt. Een bondige puntsgewijze omschrijving van de belangrijkste kenmerken completeert het boek. De gids is ideaal om mee te nemen op wandelingen om zo de orchideeën in hun natuurlijke omgeving te herkennen.
Gerelateerde boeken
-
Fauna en Flora van de Vlaamse kust
€ 17,50De historische Vlaamse kust maakt deel uit van de Noordwest-Europese kustvlakte die zich uitstrekt van Noord-Frankrijk tot Denemarken. Deze gids behandelt een lang en smal gebied van ongeveer 120 kilometer lang en minder dan 5 kilometer breed. De grensoverschrijdende (Nederland, België en Frankrijk) regio herbergt een grote variatie aan leefgebieden voor fauna en flora: zandstranden, slikken, schorren, stuivende duinen, mosduinen, duinpannen, duingraslanden, duinstruwelen en duinbossen. Ook oudere, ontkalkte duingebieden met soorten die kenmerkend zijn voor zure, droge zandgronden kunnen we er aantreffen. Leefgebieden van rotskusten worden hier vervangen door golfbrekers, staketsels en andere door de mens aangebrachte structuren.
Fauna en Flora van de Vlaamse kust is het vierde deel in de reeks schitterende veldgidsen over belangrijke natuurgebieden in de Benelux. Ze zijn geïllustreerd met prachtige diarama’s van de leefgebieden en honderden levensechte illustraties van de soorten door de bekende Catalaanse natuurillustrator Toni Llobet. De teksten zijn van de vooraanstaande veldecoloog Hans Baeté, en dit alles onder wetenschappelijke leiding van professor Bart Muys.
-
De scharrelaar 2020/2
€ 15,99Herfst, een nieuwe Scharrelaar! De herfsteditie van De scharrelaar staat weer boordevol met gedichten, verhalen en beschouwingen over vogels in binnen- en buitenland.
De scharrelaar is een tijdschrift voor alle vogelaars met liefde voor lezen en alle lezers met liefde voor vogels. Kortom, een literair tijdschrift voor vogelliefhebbers. In deze herfsteditie van De scharrelaar, het vierde nummer alweer, staan onder meer bijdragen van Kees Camphuysen, Threes Anna, Piet J. van den Hout, Rob Bijlsma en Nienke Beintema. Een greep uit de onderwerpen: broedende draaihalzen, invasieve fotografen, zeearenden, wilde eenden én (jawel, dat zijn ook vogels) kippen. De illustraties, als altijd in zwartwit, zijn van Francine Kooij.
Roots
Recensie‘Een superleuk en interessant literair magazine voor de vogelaar.’
-
-
Knooppunt Waddenzee
€ 17,90Miljoenen wad- en watervogels trekken ieder jaar heen en weer tussen hun broedgebieden in Groenland, Scandinavië, West-Europa of Siberië, en hun wintergronden in Europa en Afrika. Als je alle routes van die trekvogels op de wereldbol tekent, zie je halverwege die kaart een druk knooppunt: de Waddenzee!
In het project Metawad hebben onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en de Rijksuniversiteit Groningen vijf compleet verschillende trekvogels van de Waddenzee onderzocht: de kanoet, de drieteenstrandloper, de rosse grutto, de rotgans en de lepelaar. Ze bekeken de vogels niet als ‘bewoners’ van die Waddenzee, maar als gebruikers van een veel groter systeem waar het wad een belangrijk onderdeel van is: het ‘metawad’.
Knooppunt Waddenzee biedt een kleurrijk pallet van portretten van de wetenschappers, die ploeterend met palen en hekwerk achterop hun ets over de kwelder trekken, of uren achtereen in weer en wind – of juist bakkend onder de Afrikaanse zon – naar vogels met kleurringen aan hun pootjes staan te zoeken. Het biedt ook portretten van de vijf onderzochte vogelsoorten. Wat weten we van deze dieren? En vooral: hoe kunnen overheden of natuurbeheerders hun voordeel doen met deze wetenschap?





