Handboek logica
€ 24,90
Voor zover we weten is het Handboek logica het eerste logicaboek dat door een vrouw is geschreven — en dat in 1770, toen meisjes niet eens naar school mochten. Maar Josina Carolina van Lynden gebruikte haar eigen bevoorrechte positie (ze kwam uit een adellijke familie en had thuisonderwijs gehad) graag om anderen vooruit te helpen door ze te leren denken en overtuigen. Deze bewerking maakt duidelijk dat dit bijzondere boek ons nog steeds letterlijk aan het denken kan zetten.
Ondanks het doodzwijgen ervan door de pers en collega-filosofen — in de enige bekende reactie werd gezegd dat Van Lynden voor een vrouw heel geleerd was — werd het Handboek logica een succes. Na haar dood werd Van Lynden ten onrechte vergeten; er is pas recent weer aandacht voor haar.
Josina Carolina barones van Lynden (1716 /17 – 1791) trouwde, ondanks hevig verzet van haar familie, onder haar stand met een ambitieuze en slimme predikant. Uiteindelijk gingen ze samen in Amsterdam wonen, waar ze een aantal werken van hem uitgaf en onder haar eigen naam bewerkte. Op zijn beurt stimuleerde hij haar om het Handboek logica uit te geven.
Gerelateerde boeken
-
-
Wat is recht?
De receptie van Oudfries recht in de Groninger Ommelanden in de 15e en 16e eeuw€ 39,90Wat is recht?
€ 39,90In de middeleeuwen maakten ook de Groninger Ommelanden deel uit van het Friese rechtsgebied, dat zich uitstrekte van het Vlie (nu het IJsselmeer) tot aan de Wezer in Duitsland. Vanaf de 12e eeuw is het recht daarvan op schrift gesteld, oorspronkelijk in het Oudfries. Vanaf het begin van de 15e eeuw was de schrijftaal in de Ommelanden het Nederduits (Nedersaksisch), met als gevolg dat de rechtsbronnen vertaald moesten worden. Deze vertalingen zijn in talrijke handschriften uit de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd overgeleverd. Zij zijn goed ingepast in het Groninger recht, en geven tevens een beeld van hun Oudfriese bronnen. In deze studie wordt een belangrijk tekstcorpus daaruit ontsloten.
Henk Meijering is emeritus hoogleraar Fries en Duits aan de Vrije Universiteit en verbonden als gastonderzoeker aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.
Han Nijdam is onderzoeker op het terrein van het Oudfries en het Oudfriese recht aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.
-
En toch zal ik
€ 14,90Marten Douwes Teenstra maakte in zijn tijd naam in de koloniën en als schrijver. Door zijn reizen, eerst in ‘de Oost’, later in ‘de West’ werd hij één van de eerste voorstanders van afschaffing slavernij (abolitionist). Nog vóór Max Havelaar (1860) en De hut van oom Tom (1852) verschenen, veroordeelde Marten al de barbaarse behandeling van de slaafgemaakten in Zuid Afrika, Java en Suriname. Het werd hem niet in dank afgenomen en leverde hem een ‘functie elders’ op.
Met zijn felle woordkeuze maakte Marten zich bij veel mensen niet geliefd. Naast zijn voortdurende strijd tegen de slavernij bleef hij tot zijn dood aantrappen tegen schijnheiligheid en hypocrisie, tegen ‘Cocksianen’, ambtenaren en bijgelovigheid.
Marten was lid van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij,
en na zijn terugkeer in Groningen bestookte hij de regering in Den Haag onvermoeibaar met verzoekschriften om een einde te maken aan de slavernij in de Nederlandse koloniën. Mede door zijn inbreng kwam na 1854 de discussie over de slavernij op gang, waarna vlak voor zijn dood op 1 juli 1863 de slavernij werd afgeschaft.Toch is zijn naam voor veel mensen nu onbekend. Door dit boek krijgt de naam Teenstra weer de bekendheid die het verdient.





