En toch zal ik
€ 14,90
Marten Douwes Teenstra maakte in zijn tijd naam in de koloniën en als schrijver. Door zijn reizen, eerst in ‘de Oost’, later in ‘de West’ werd hij één van de eerste voorstanders van afschaffing slavernij (abolitionist). Nog vóór Max Havelaar (1860) en De hut van oom Tom (1852) verschenen, veroordeelde Marten al de barbaarse behandeling van de slaafgemaakten in Zuid Afrika, Java en Suriname. Het werd hem niet in dank afgenomen en leverde hem een ‘functie elders’ op.
Met zijn felle woordkeuze maakte Marten zich bij veel mensen niet geliefd. Naast zijn voortdurende strijd tegen de slavernij bleef hij tot zijn dood aantrappen tegen schijnheiligheid en hypocrisie, tegen ‘Cocksianen’, ambtenaren en bijgelovigheid.
Marten was lid van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij, en na zijn terugkeer in Groningen bestookte hij de regering in Den Haag onvermoeibaar met verzoekschriften om een einde te maken aan de slavernij in de Nederlandse koloniën. Mede door zijn inbreng kwam na 1854 de discussie over de slavernij op gang, waarna vlak voor zijn dood op 1 juli 1863 de slavernij werd afgeschaft.
Toch is zijn naam voor veel mensen nu onbekend. Door dit boek krijgt de naam Teenstra weer de bekendheid die het verdient.
Gerelateerde boeken
-
Gestolen herinneringen
De teruggave van bezittingen van Nederlandse gevangenen van concentratiekamp Neuengamme€ 29,90Gestolen herinneringen
€ 29,90In het voorjaar van 1945 naderen de geallieerden het Duitse Rijk. De nationaalsocialisten proberen wanhopig alle sporen van hun gruweldaden uit te wissen. Te midden van deze chaos wordt in april 1945 het concentratiekamp Neuengamme ontruimd. De gevangenen worden op dodenmarsen gestuurd en de kampadministratie wordt verbrand.
De persoonlijke bezittingen van de gevangenen; portemonnees, horloges en sieraden die bij binnenkomst in beslag waren genomen, worden door SS-Oberscharführer Franz Wulf opgeslagen in zijn woonplaats Lunden. Na de Duitse overgave worden de circa 7.800 enveloppen door de Britse bezettingsmacht ontdekt en opgeslagen in een bank in Husum.
In de jaren 50 wordt een groot deel van de bezittingen teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren. Vanaf 1962 worden ongeveer 4.700 overgebleven enveloppen met bezittingen overgedragen aan Arolsen Archives, het grootste archief voor slachtoffers en overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. De #StolenMemory-campagne in 2015 van Arolsen Archives markeert het begin van een hernieuwde zoektocht naar de rechtmatige eigenaren van ongeveer 2.500 enveloppen met bezittingen.
Door de toewijding van Arolsen Archives en met hulp van talloze vrijwilligers zijn vele bezittingen in de loop der jaren herenigd met de rechtmatige eigenaren, vaak familieleden van de slachtoffers. Deze emotionele reünie brengt niet alleen verloren voorwerpen terug, maar doet ook de herinneringen aan de slachtoffers herleven.
‘Gestolen Herinneringen’ vertelt over de reis die de bezittingen en hun eigenaren hebben gemaakt en illustreert hoe betekenisvol het is om de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te blijven herinneren.
-
Prinsentuin Leeuwarden
€ 17,90In de monumentale stadskern van Leeuwarden ligt de Prinsentuin, een van de groene parels die de Friese hoofdstad rijk is. Halverwege de zeventiende eeuw werd de tuin als lusthof aangelegd door Stadhouder Willem Frederik van Nassau. Deze lusthof kennen we nu als de Prinsentuin en bevat een schat aan bijzondere verhalen uit verschillende perioden in de geschiedenis van de stad.
Nadat in 1819 koning Willem I de hoftuin teruggaf aan de bewoners van de stad, schreef het stadsbestuur een opdracht uit tot herinrichting. Deze opdracht hield verband met de ontmanteling van het bolwerk. Daarmee was Leeuwarden een van de eerste steden in Nederland die een openbaar stadswandelpark op de vestingwerken liet aanleggen. Stadsarchitect Gerrit van der Wielen (1767-1858) en ‘architect van buitengoederen’ Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) werkten circa vijfentwintig jaar aan de transformatie van de stad. Naast de Prinsentuin ontwierp Roodbaard een aaneengesloten groenstructuur op het bolwerk, waarin de wandeling centraal stond. Zijn collectie ontwerptekeningen geeft een prachtige inzage in de gefaseerde aanleg vanaf 1821 tot ongeveer 1846.
Nu, tweehonderd jaar nadat werd aangevangen met de omvorming van de Prinsentuin tot openbaar stadswandelpark, heeft het monumentale groen een nieuwe betekenis gekregen. Het park herbergt het verhaal van het verleden, maar het vraagt tegelijkertijd om een toekomstbestendige visie.




