Ruthline Margarita: “Het verhaal brandde. Dus ik schreef.”

Ik heb altijd geweten dat ik een bijzondere jeugd heb gehad. Ik wilde over die tijd schrijven om er met afstand naar te kunnen kijken. Om te dealen met de spoken van het verleden.

Ik ben geboren op Curaçao, dus ik ben een echte yu di Kòrsou. Tot mijn tiende groeide ik op in het eiland, daarna werd Amsterdam mijn nieuwe thuis. Het verlangen naar Curaçao was intens. Wat me misschien nog meer raakte, was dat niemand dat verlangen leek te zien. Alsof heimwee geen bestaansrecht had.

Schrijven werd mijn bai bek, mijn weg terug. Terug naar mijn basis.

Door te schrijven kon ik de gekte van die tijd verdragen en uiteindelijk omarmen. Documenteren gaf me perspectief. Het hielp me omgaan met een situatie waarin ik geen keuze had. Schrijven vervulde mijn verlangen naar mijn geboorte-eiland, mi dushi Isla Kòrsou.

Wat mij jaren later schokt, is hoe weinig er veranderd is. Als ik nu luister naar jongeren met een migratieachtergrond die poëzie schrijven of spokenword voordragen, hoor ik dezelfde thema’s die mij als kind en tiener bezighielden. Dat is confronterend. Kolonialisme is niet verdwenen. Ja we zijn met z’n allen bewuster, politiek correcter misschien, maar onder de oppervlakte leeft hetzelfde denken voort.

In sommige hoofden klinkt nog steeds:

Bo ta pretu i bo ta keda pretu, pues ménos.

Je bent zwart en je blijft zwart, dus minder.

Bo lenga no ta importante, papia Hulandes.

Jouw taal doet er niet toe, spreek Nederlands.

Dagelijks worden mensen uitgesloten, op werk, op school, tussen zogenaamde vrienden vanwege hun taal, huidskleur of afkomst.

Dit verhaal geromantiseerd en gedramatiseerd is voor iedereen die het lezen wil. Zie het als een kunstwerk, een schilderij en haal er iets uit dat verbindt? Nodigt het uit om elkaars taal te leren, of om het gesprek aan te gaan? Dan ben ik dankbaar. Want uiteindelijk zou iedereen zich thuis en veilig moeten kunnen voelen, in zijn eigen taal en met zijn eigen identiteit.

Toen ik eindelijk durfde het script te laten lezen, waren de meeste reacties hartverwarmend.

Want Yu was een meisje waarin niemand iets zag, maar zij bleef.

Tijdens het schrijven, wanneer ik twijfelde of vastliep in een schrijversdip, bleef haar verhaal aandringen. Vaak maakte ze me ’s nachts wakker. Soms discussieerden we. De criticus in mij vroeg: Wat denk je wel, dat ík kan schrijven?

Haar antwoord was altijd hetzelfde: Skirbi! Schrijf!

Het verhaal brandde. Dus ik schreef.

Verboden Taal vertelt het verhaal van veel Antilliaanse kinderen die ongevraagd en onvoorbereid naar Nederland verhuizen. Door de ogen van Yu beschrijf ik de schok van het koloniseren van een taal, het veranderen van een cultuur en de mentaliteit die daarbij hoort.

Ik ben uitgeverij Noordboek dankbaar. Zij begrepen het meisje Yu.

Ruthline Margarita