De betovering van de ondergang

Wat Pompeï ons vertelt
Gabriel Zuchtriegel

 24,90

Elke avond wandelt archeoloog en directeur van Pompeii Gabriel Zuchtriegel door de straten van de antieke stad, die bij de uitbarsting van de Vesuvius in 79 n.Chr. onder een metersdikke aslaag bedolven werd. Geconfronteerd met de bijzondere restanten van de ooit bruisende stad, overpeinst hij wat Pompeii zo bijzonder maakt. Waarom bezoeken wij deze plek en wat verwachten wij daar te vinden?

Zuchtriegel neemt de lezer mee op een betoverende reis door de eeuwen heen en laat zien hoe relevant de oudheid ook in onze tijd nog is. Deze reis vol ontdekkingen voert van de eerste serieuze opgravingen in de 19e eeuw tot de meest recente vondsten die inzicht geven in het eenvoudige leven van slaven, armoede en overbevolking. Tevens werpt hij nieuw licht op de gangbare interpretatie van de beroemde muurschildering in de Villa der Mysteriën en het Huis van de Vettii.

Archeologie gaat volgens Zuchtriegel niet alleen over mooi objecten, maar ook over menselijke ervaring en sociale veranderingen. Vol passie en met diepgaande kennis toont hij hoe Pompeii ook in de moderne tijd nog altijd resoneert met onze eigen ervaringen, gevoelens en verhalen. Zijn persoonlijke visie zorgt ervoor dat iedereen geraakt kan worden door deze betoverende schoonheid van de ondergang.

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Noordboek
Aantal pagina's:
256
Druk:
1
ISBN:
9789464711073
Gewicht:
752 gram
Afmeting:
221x172x23 mm
Uitgiftedatum:
19-07-2024

Gerelateerde boeken

  • Friezen op zee

    Friezen op zee

    De Gouden eeuw van de koopvaardij in Friese steden en dorpen
    Jan Auke Walburg
     39,90
  • Kind in Indië

    Kind in Indië

    Opgroeien in de kloof tussen kolonialisme en onafhankelijkheid in Nederlands-Indië
    Michelle van den Berg
     27,50

    Kind in Indië

    Voor het boek Kind in Indië zijn acht mensen geïnterviewd die hun jeugd in Nederlands-Indië hebben doorgebracht. Deze jaren zijn getekend door de oorlog, jappenkampen, de bersiap-periode en repatriëring. Om dit tijdvak te duiden heeft prof. dr. Fridus Steijlen, senior onderzoeker bij het KITLV en hoogleraar Molukse Migratie en Cultuur in Comparatief Perspectief aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, de inleiding geschreven.

    Het boek maakte Michelle van den Berg samen met kunstschilder Herma van Bolhuis. Herma maakte van elk van de acht geïnterviewden drie schilderijen: een portret, een model in interieur en een Indische herinnering. Deze schilderijen zijn in het boek opgenomen en vormen vanaf maart 2023 een expositie die op meerdere plekken te zien gaat zijn. De combinatie van persoonlijke verhalen en schilderijen in impressionistische stijl zorgen voor een bijzondere inkijk in iemands leven.

    “Mijn oma is in 1939 geboren op het eiland Sumatra en maakte de Tweede Wereldoorlog mee op Java, waar ze samen met haar moeder en haar zes broertjes en zusjes in een jappenkamp bij Madioen heeft gezeten. In 1951 kwam ze naar Nederland, waar ze tot op heden woont. Het verhaal van mijn oma is nooit helemaal verteld en was iets waar binnen onze familie weinig over werd gesproken. Ik was geïnteresseerd in haar jeugd en ik denk dat er meer (klein)kinderen zijn die meer willen weten over de geschiedenis van hun familieleden uit Nederlands-Indië. Al is dit boek niet enkel voor hen, het is bedoeld voor iedereen die daarover wil lezen.” – Michelle van den Berg

    Michelle van den Berg (1994) heeft in 2019 haar master neerlandistiek behaald aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens en na haar studie heeft ze gewerkt als eindredacteur bij Dagblad van het Noorden. Sinds 2022 is ze werkzaam als projectleider bij uitgeverij Koninklijke Van Gorcum. Haar liefde voor lezen en schrijven in combinatie met de interesse voor de menselijke kant van de Indische geschiedenis vormde de aanleiding om deze acht verhalen, waaronder dat van haar oma, vast te leggen in een boek.

     27,50
  • Franse para's in Drenthe

    Franse para’s in Drenthe

    8-12 april 1945
    H.J. de Jong
     22,95

    Franse para’s in Drenthe

    Op 8 april 1945 sprongen 702 Franse parachutisten boven Drenthe de donkere nacht in. Het was de start van operatie Amherst.

    Het doel was om het Canadese leger te ondersteunen bij de langverwachte bevrijding van Noord-Nederland. De parachutisten kregen de opdracht om het opblazen van bruggen te verhinderen, zodat het Canadese leger snel zou kunnen oprukken, maar ook om verwarring te stichten onder de vijandelijke troepen en informatie te verzamelen. Vijf dagen lang deden zevenenveertig groepjes van ongeveer vijftien man met wisselend succes hun werk. Er sneuvelden drieëndertig parachutisten, maar ook meer dan negentig Nederlanders. Uit angst voor de opmars van de geallieerden besloten de Duitsers namelijk om in de nadagen van de oorlog (veelal onschuldige) Nederlanders te doden die zij verdachten van hulp aan de para’s.

    Franse para’s in Drenthe beschrijft niet alleen de opzet van operatie Amherst maar bevat ook kaarten van de landingszones. Met het boek kan de lezer de locaties bezoeken en zo een goed beeld krijgen van de situatie toen en nu.

    Hoewel er in Noord-Nederland 18 herdenkingsmonumenten staan die de locaties markeren waar de parachutisten om het leven zijn gekomen, is hun bijdrage aan de bevrijding van het noorden vrij onbekend. Dit boek is niet alleen een eerbetoon aan de Franse en Nederlandse gesneuvelden, maar levert ook een belangrijke bijdrage aan het vergroten van de kennis over de bevrijding van Nederland en Noord-Nederland in het bijzonder.

    Harold de Jong (1963) is sinds 1981 beroepsmilitair en bedrijfskundige. Hij zag dat er nog ruimte in de informatievoorziening was voor het verhaal over de inzet van Franse parachutisten in de provincie Drenthe en de vele burgerslachtoffers tijdens WOII. Door zijn militaire inzicht wist hij nieuw licht te werpen op de indrukwekkende geschiedenis van operatie Amherst.

     22,95
  • Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de wetenschap

    De begaafde Anna Maria van Schurman kreeg als eerste vrouw in Nederland toestemming om colleges te volgen. De Universiteit van Utrecht bouwde voor de gelegenheid een hokje met een gordijntje voor haar. Van Schurman kon van daaruit de colleges van theoloog Voetius bijwonen, zonder daarbij de mannelijke studenten af te leiden.
    In dit korte essay uit 1641 legt Van Schurman uit waarom het logisch is om meer vrouwen toegang tot de
    universiteit te verlenen. Het argumentatieve geschrift inspireerde Margaret Cavendish en Mary Wollstonecraft en gaf de aanzet tot de eerste feministische beweging. Het zeer invloedrijke essay verschijnt in een geactualiseerde vertaling van Renée Ter Haar, met een voorwoord van Angela Roothaan. Jacob Bouwman zorgde voor de selectie van relevante brieven.

    “Wat een genot om zo’n erudiet pleidooi te lezen van een moedige vrouw. In zijn opdracht noemt tijdgenoot Johan van Beverwijck haar ‘onsterfelijk sieraad onder de vrouwen’. Met recht.” – Trouw

     17,90