De tomaat
€ 34,90
Toen de Spanjaarden aan het begin van de zestiende eeuw het rijk van de Azteken in Midden-Amerika binnendrongen, ontdekten zij een wereld die hun verbeelding prikkelende maar ook onrust opriep. Op de Azteekse markten zagen ze voedingsgewassen die in Europa volkomen onbekend waren. Een daarvan was de tomaat.
De tomaat legde een lange tocht af: van Midden-Amerika naar Europa, en van daaruit naar de Lage Landen. Via het grote Spaanse rijk werd ze opgemerkt aan hoven, in tuinen en in netwerken van botanici. Ook in de Nederlanden verscheen zij al vroeg in drukwerken en werd ze poma amoris of liefdesappel genoemd. Terwijl de vrucht in Italië en Spanje langzaam haar weg naar de keuken vond, bleven de Lage Landen terughoudend.
Pas aan het einde van de negentiende eeuw onder invloed van buitenlandse culinaire smaken, de groei van de tuinbouw en een veranderend consumptiepatroon belandde de tomaat op ons bord. Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, blijkt het resultaat van een reis langs onverwachte wegen waarlangs iets vreemds, vertrouwd wordt.
Bart De Prins is historicus en werkt als uitgever. Hij combineert een brede belangstelling voor geschiedenis en eetcultuur met een uitgesproken interesse voor de tomaat.
Gerelateerde boeken
-
-
-
-
Een leven lang leren
€ 29,90Aulus Gellius, een Romeinse schrijver die leefde in de tweede eeuw na Christus, had altijd een notitieboekje op zak. Hij studeerde filosofie in Athene waar hij ’s nachts begon aan het schrijven van een reeks essays over taal, literatuur en geschiedenis, die hij zou bundelen onder de titel Attische nachten.
Gesprekken, discussies en lectuur vormden stof voor zijn essays, die veel amusante anekdotes bevatten over beroemde persoonlijkheden als Socrates, Demosthenes en Epictetus. Tegelijk klinkt in zijn werk een satirische stem door die met vuur menselijke gebreken op de korrel neemt. Ook nodigt hij zijn lezers uit tot nadenken over vragen die nog altijd actueel zijn: over zwijgen en spreken, vrijheid, geluk en vriendschap.
Attische nachten is een hoogtepunt uit de klassieke traditie. Het oudst bewaarde exemplaar werd in 836 overgeschreven in het klooster van Fulda. Dit handschrift is opgenomen in de collectie van Tresoar en wordt gezien als het oudste boek in Nederland.
Tinne Horemans vertaalde voor deze bloemlezing als eerste deze essays in het Nederlands. Zij is leerkracht Nederlands en Latijn en schreef eerder artikelen voor het tijdschrift voor antieke cultuur Hermeneus.




