Attische nachten
€ 29,90
Aulus Gellius, een Romeinse schrijver die leefde in de tweede eeuw na Christus, had altijd een notitieboekje op zak. Hij studeerde filosofie in Athene waar hij ’s nachts begon aan het schrijven van een reeks essays over taal, literatuur en geschiedenis, die hij zou bundelen onder de titel Attische nachten.
Gesprekken, discussies en lectuur vormden stof voor zijn essays, die veel amusante anekdotes bevatten over beroemde persoonlijkheden als Socrates, Demosthenes en Epictetus. Tegelijk klinkt in zijn werk een satirische stem door die met vuur menselijke gebreken op de korrel neemt. Ook nodigt hij zijn lezers uit tot nadenken over vragen die nog altijd actueel zijn: over zwijgen en spreken, vrijheid, geluk en vriendschap.
Attische nachten is een hoogtepunt uit de klassieke traditie. Het oudst bewaarde exemplaar werd in 836 overgeschreven in het klooster van Fulda. Dit handschrift is opgenomen in de collectie van Tresoar en wordt gezien als het oudste boek in Nederland.
Tinne Horemans vertaalde voor deze bloemlezing als eerste deze essays in het Nederlands. Zij is leerkracht Nederlands en Latijn en schreef eerder artikelen voor het tijdschrift voor antieke cultuur Hermeneus.
Gerelateerde boeken
-
-
-
Onderweg naar 1832
€ 22,50Onderweg naar 1832 vertelt het verhaal van zes jonge mensen uit eenvoudige milieus, met ieder een bijzondere geschiedenis. Twee vrouwen en vier mannen, van wie één met Joodse migrantenwortels. Het speelt tegen de achtergrond van de schoolwereld uit de vroege negentiende eeuw en loopt vanaf hun kindertijd tot 1832. In dat jaar waren ze als dertigers aanwezig op een legendarisch jubileumfeest ter ere van hun onderwijsinspecteur. Ze hadden toen, gegeven hun afkomst en sekse, binnen het onderwijs opvallend carrière gemaakt. Op basis van historische bronnen laat het boek zien hoe dit kwam en wat ze onderweg naar 1832 meemaakten.
Samen geven de zes biografische verhalen een beeld van vroege ontwikkelingen binnen het lerarenberoep. Onderwijsvernieuwing was in deze periode het sleutelwoord. Geleidelijk nam daardoor de vakbekwaamheid toe, verbeterden de arbeidsomstandigheden en steeg het sociale aanzien van de beroepsgroep – maar alleen voor de mannen. Het boek maakt ook de onontkoombare man-vrouw verschillen van deze periode zichtbaar.
De jonge levens van de zes speelden zich grotendeels af in de stad Groningen, toen een belangrijk centrum van onderwijsvernieuwing. Ze stonden in de voorhoede van de nieuwe Nederlandse school. Het boek vertelt de nauw met elkaar verweven verhalen over deze bijzondere pioniers: een idealistische dovenonderwijzer, de ontwerper van de pabo, Nederlands eerste kleuterpedagoge, een talenvirtuoos die botste op de grenzen van de tolerantie, een heel vroege carrièrevrouw, en de wegbereider van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Ingekleurde momentopnamen van opvallende gebeurtenissen in hun bestaan – een dramatische vergadering, een liefde, een stedentripje naar Amsterdam, een onvergetelijke les – brengen de personen tot leven. Een bijzondere combinatie van feiten en fictie.
Mineke van Essen is historisch pedagoog en emeritus hoogleraar van de Rijksuniversiteit Groningen.




