Europese geschiedenis voor beginners
€ 22,90
Recente ontwikkelingen hebben ons gedwongen met een ander oog naar Europa te kijken. Om te begrijpen hoe de verhoudingen in Europa liggen en hoe dit zo is gekomen, is het goed om naar de geschiedenis van dit continent te kijken.
In Europese geschiedenis voor beginners vertelt Jacob F. Field in vogelvlucht hoe Europa is ontstaan en zich heeft ontwikkeld, op zowel politiek, sociaal, religieus, economisch als cultureel gebied. Met het bronzen tijdperk als startpunt werkt hij zich een weg door de eeuwen en laat ons kennismaken met sleutelfiguren en cruciale momenten die het Europa van vandaag hebben gevormd.
In een speciaal voor deze editie geschreven nawoord trekt journalist en schrijver Willem de Bruin de lijn door naar de huidige stand van zaken in Europa.
Dr. Jacob F. Field is historicus en promoveerde op een proefschrift over The Great Fire of London. Hij is onderzoeksmedewerker aan de University of Cambridge en schreef mee aan verschillende boeken. Inmiddels heeft hij ook een flink aantal eigen boeken op zijn naam staan.
Gerelateerde boeken
-
Hoog geboren, ambitieus en eigenzinnig
Marie Catherine Josephe, gravin van Merode en prinses van Rubempré en Everberg (1743-1794)€ 35,00 -
Rijk, maar niet in geld
€ 49,95Rijk, maar niet in geld vertelt het verhaal van twee opeenvolgende Friese uitgevers, Kamminga en Laverman, tegen de achtergrond van de intellectualisering van het Fries tussen 1920 en 1970. Deze periode is achteraf beschouwd de ‘Gouden halve eeuw’ van de Friese cultuur: in die halve eeuw settelde het Fries, dat begin 1900 nog een volkstaal was, zich stevig als cultuurtaal, en dat ging gepaard met (en hing ook samen met) een opbloei van de Friestalige cultuur.
De taal is in die periode zowel geïnstitutionaliseerd als geïntellectualiseerd en met name aan die intellectualisering hebben de uitgevers van nature een belangrijke bijdrage geleverd. In die halve eeuw verschenen zo’n 3500 Friese titels op een breed gebied, waaronder kinderboeken, prentenboekjes, literatuur, biografieën, studies over ruimtevaart, sportboeken, handboeken op allerlei gebied, reisgidsen en kookboeken.
Het boek gaat dieper in op de manier waarop uitgevers functioneren in een bepaalde ontwikkelingsfase van een minderheidstaal. En niet alleen dat, maar ook hoe ze functioneerden te midden van andere instituties, zoals emancipatiebewegingen, (semi-)overheidsorganen en culturele en wetenschappelijke instellingen. Waar uitgevers in grotere taalgebieden vooral te maken hebben met de markt en in mindere mate met die institutionele achtergrond, is die verhouding in een kleinschalige omgeving geheel anders.
Tegelijk biedt dit boek ook een kijkje in de uitgeverskeuken. Dat gebeurt aan de hand van de opeenvolgende uitgevers Kamminga (ruwweg voor 1945) en Laverman (ruwweg ná 1945). Daarbij staat Kamminga model voor de aanvankelijk vernieuwingsdrang en latere politisering van het interbellum en Laverman voor de consolidatie van de naoorlogse periode. Ook de andere Friese uitgevers komen overigens uitgebreid aan bod.
Louw Dijkstra (1958) studeerde theologie, maar koos na zijn afstuderen voor een loopbaan in het boekenvak. Na een aantal jaren als vertaler voor verschillende Nederlandse uitgevers te hebben gewerkt, richtte hij in 1994 samen met een compagnon een eigen Friese uitgeverij op. Op dit moment is hij uitgever van Wijdemeer.
-
-




