Heksenjacht

De vervolgingen in Europa en Amerika
Ruud Vermeer

 34,90

Heksen maken mensen, dieren en planten onvruchtbaar. Ze veroorzaken stormen, vliegen op bezems en beroven mannen van hun penissen. Dat is althans waarvan ze werden beschuldigd. De grote heksenvervolging kwam op in de zestiende en zeventiende eeuw, niet toevallig tijdens de Kleine IJstijd. De hoger gelegen gebieden in de Alpen werden door de kou onvruchtbaar en in heel Europa begon het meer te regenen. Vooral daarvan kregen oudere vrouwen, die niets meer konden bijdragen aan de lokale economie, de schuld. Ze werden beschuldigd van hekserij.

Ruud Vermeer beschrijft hoe de heksenjacht zich over Amerika en Europa verspreidde. De vervolgingen bereikten ook de Lage landen. Er vonden heksenprocessen plaats in onder meer het Vlaamse Nieuwpoort en de Nederlandse plaatsen Schiedam, Roermond, Amersfoort en Almen en het hoogveengebied De Peel.

Ruud Vermeer (1953) is schrijver, dichter, historicus en neerlandicus. Over magie publiceerde hij eerder het boek Aleister Crowley, De levensloop van een der grootste magiërs die ooit leefde. Hij was hoofdredacteur van Pandora, tijdschrift voor kunst & literatuur. Bij Noordboek verscheen eerder Meesters van de magie. Een geschiedenis van het westerse occultisme.

Verschijningsvorm:
Hardcover
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Uitgeverij Noordboek
Aantal pagina's:
352
Druk:
1
ISBN:
9789464713947
Gewicht:
700 gram
Afmeting:
238x160x36 mm
Uitgiftedatum:
19-09-2025

Gerelateerde boeken

  • Koloniën van weldaad

    Koloniën van weldaad

    Over paupers en het erfgoed van een generaal
    Dick Hoekstra
     27,90
  • Het paard

    Het paard

    Bron van inspiratie
    Wim Romijn
     29,90
  • Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe

    In 1921 stond Zuidoost-Drenthe letterlijk en figuurlijk in brand. De dramatische gebeurtenissen van dat jaar, de aanloop en de onderliggende oorzaken worden in Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe 1860-1921 op indringende wijze beschreven.

    Turfwinning was decennialang de belangrijkste bedrijfstak in Zuidoost-Drenthe. Toen in 1921 de turfwinning in het gebied instortte ontstond een sociale ramp: werkloosheid, armoede en honger. De veenarbeiders kwamen hiertegen massaal in opstand.

    Deze crisis kwam echter niet uit de lucht vallen. Al vijftig jaar eerder waren er tekenen dat de turfwinning zijn langste tijd gehad had, doordat turf steeds meer door steenkool werd vervangen. De teruglopende rentabiliteit werd op de veenarbeiders afgewenteld, onder meer door het verlagen van hun lonen. In dezelfde periode kreeg het socialisme voet aan de grond en werden er vakbonden opgericht. Deze ontwikkelingen zetten de arbeidsverhoudingen verder op scherp. Juist in deze periode raakten in andere gebieden de turfvoorraden uitgeput en verschoof de turfwinning naar Zuidoost-Drenthe. Gesteund door hun vakbonden kwamen de veenarbeiders in opstand. Maar ook binnen de vakbewegingen was rivaliteit. Anders dan in de rest van Nederland speelde in Zuidoost-Drenthe binnen de vakbewegingen vooral de botsing tussen de revolutionaire socialisten en sociaaldemocraten. Het overgeleverde beeld van arme, ongeschoolde en opstandige veenarbeiders is sterk bepaald door deze laatste fase van de vervening.

    Dit boek beschrijft de sociale en economische aspecten van de veenwinning, de opkomst en rivaliteit binnen de vakbewegingen en de aanloop naar de massale arbeidersopstand van 1921 in Zuidoost-Drenthe.

     39,95