Heksenjacht
€ 34,90
Heksen maken mensen, dieren en planten onvruchtbaar. Ze veroorzaken stormen, vliegen op bezems en beroven mannen van hun penissen. Dat is althans waarvan ze werden beschuldigd. De grote heksenvervolging kwam op in de zestiende en zeventiende eeuw, niet toevallig tijdens de Kleine IJstijd. De hoger gelegen gebieden in de Alpen werden door de kou onvruchtbaar en in heel Europa begon het meer te regenen. Vooral daarvan kregen oudere vrouwen, die niets meer konden bijdragen aan de lokale economie, de schuld. Ze werden beschuldigd van hekserij.
Ruud Vermeer beschrijft hoe de heksenjacht zich over Amerika en Europa verspreidde. De vervolgingen bereikten ook de Lage landen. Er vonden heksenprocessen plaats in onder meer het Vlaamse Nieuwpoort en de Nederlandse plaatsen Schiedam, Roermond, Amersfoort en Almen en het hoogveengebied De Peel.
Ruud Vermeer (1953) is schrijver, dichter, historicus en neerlandicus. Over magie publiceerde hij eerder het boek Aleister Crowley, De levensloop van een der grootste magiërs die ooit leefde. Hij was hoofdredacteur van Pandora, tijdschrift voor kunst & literatuur. Bij Noordboek verscheen eerder Meesters van de magie. Een geschiedenis van het westerse occultisme.
Gerelateerde boeken
-
-
-
Kloostermoppen
€ 35,00In de twaalfde en vooral de dertiende eeuw vestigden zich onder meer de kloosterorden van de cisterciënzers en de premonstratenzers in Noord-Nederland. Naar voorbeeld van de moederkloosters introduceerden de kloosterlingen grote bakstenen, kloostermoppen genoemd, waarmee ze vanaf het midden van de twaalfde eeuw tot in de zestiende eeuw kerken en kloosters bouwden. In dezelfde periode gebruikten ook vermogende particulieren de grote bakstenen voor de bouw van hun steenhuizen. Vanaf midden dertiende eeuw begonnen de steden zich te ontwikkelen, waarbij de bakstenen werden gebruikt voor stadsmuren en particuliere huizen. Baksteen bood de bouwheren goede mogelijkheden en was duurzamer dan de natuursteen die tot het einde van de twaalfde eeuw werd toegepast als bouwmateriaal. Klei was voor de productie en turf voor het bakken van stenen in ruime mate voorhanden in de provincie Groningen.
In Kloostermoppen, middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen beschrijven Edward Houting en Hans Vrijer circa 200 middeleeuwse kerken, kloosters, steenhuizen en stadsmuren. Hiermee wordt voor het eerst een uitgebreid overzicht in boekvorm gegeven van het ontstaan en de toepassing van kloostermoppen in Groningen. De uitgave is ruim geïllustreerd met foto’s, bouwtekeningen van middeleeuwse kerken en kerktorens, kaarten en oude prenten. Bovendien voert een wandeling in de binnenstad van Groningen langs zichtbare overblijfselen van middeleeuwse gebouwen.
-
Joden van Leeuwarden
€ 39,90“Hartog Beem heeft de geschiedenis van de Joodse gemeenten buiten de Randstad op de kaart gezet. Daarvan is dit boek over Leeuwarden een onovertroffen hoogtepunt.” – Rabbijn Edward van Voolen
In 1974 verscheen de eerste editie van ‘Joden van Leeuwarden – Geschiedenis van een Joods Cultuurcentrum’. Als kenner van de joodse bronnen en jarenlang bestuurslid van de gemeente was Hartog Beem (1892 – 1987) als geen ander in staat Joods Leeuwarden van binnenuit te beschrijven, vanaf het prille begin in de zeventiende eeuw tot de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hij was al in 1940 gevraagd maar het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leidde tot uitstel van de plannen. Architectuurhistoricus J.F. van Agt (1922-2013) voegde een hoofdstuk toe over de Friese synagogen, de meeste inmiddels verdwenen.
Voor deze herziene editie schreef Chaim Caran, genealoog van de Friese Joden, een hoofdstuk met nieuwe gegevens over de oudste en de meer recente geschiedenis van de Joden in de Friese hoofdstad, terwijl Edward van Voolen Hartog Beem aan de huidige lezers voorstelt. Ook is het nu voorzien van een namenindex.
De bewogen geschiedenis van de Joden van Leeuwarden krijgt een bijzonder perspectief door de vele citaten uit de notulen van de gemeente, eerst in het Jiddisch en later in het Nederlands. Het tragische lot van de joden in Leeuwarden en het moeizame naoorlogse herstel beschrijft Beem als ooggetuige met ingehouden emotie.




