Hoog geboren, ambitieus en eigenzinnig

Marie Catherine Josephe, gravin van Merode en prinses van Rubempré en Everberg (1743-1794)
Freeke De Meyer

 35,00

Op 10 april 1743 zag Marie Catherine Josephe, gravin van Merode en prinses van Rubempré en Everberg, het levenslicht in het Zwartzusterklooster in Leuven. Ze kwam ter wereld als een van de rijkste adellijke dames van de Oostenrijks-Habsburgse Nederlanden. Een liefdesbaby geboren uit het schandaalhuwelijk van de prins van Rubempré met zijn linnenmeid …
Freeke De Meyer portretteert haar als een zelfstandige ‘femme d’action’. Ze beheerde jarenlang een gigantisch patrimonium, onderhandelde voordelige huwelijken, regelde prestigieuze carrières en hield in talloze schriftjes nauwgezet de boekhouding bij. Ze mengde zich tijdens de Brabantse Revolutie in de politieke debatten, maar toen ze achteraf zag dat dit alleen maar chaos en onzekerheid bracht, verhuisden de grote politieke idealen al snel naar de achtergrond. Levend op de grens van het Ancien Régime stierf ze voor duidelijk werd dat de tijden definitief veranderd waren.

Freeke De Meyer, historica, dook in de bijzonder rijke familiearchieven van Merode-Westerlo. Ze haalt deze bevlogen vrouw op een schitterende manier uit de vergetelheid.

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Sterck & De Vreese
Aantal pagina's:
472
Druk:
1
ISBN:
9789464711141
Gewicht:
1184 gram
Afmeting:
240x171x35 mm
Uitgiftedatum:
02-11-2023

Gerelateerde boeken

  • Fokje Pasma (1865-1956)

    Fokje Pasma (1865-1956)

    Boerin, vroedvrouw, muze van Pieter Jelles Troelstra
    Bertus Mulder
     24,90

    Fokje Pasma (1865-1956)

    De doopsgezinde Friese boerendochter Fokje Pasma (1865-1956) was een zelfbewuste, dienstbare vrouw die haar eigen weg zocht. Ze was de muze van Pieter Jelles Troelstra, bevrijdde zich van een gewelddadige echtgenoot en verschafte zich economische onafhankelijkheid door als alleenstaande moeder alsnog een opleiding te volgen. Ze vestigde zich als vroedvrouw in Oostburg en Vlissingen, waar ze in 1914 het Moederhuis oprichtte. Ook was ze de stuwende kracht achter de oprichting van een Vereniging tot Kraamverzorging en Zuigelingenbescherming in Vlissingen.

    Bertus Mulder (Heerenveen, 1949) studeerde arbeidssociologie, was docent sociale geschiedenis en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder schreef hij biografieën over Jaap Nieuwenhuize en Sophie Louisa Kwaak en verschenen zijn studies over Pieter Jelles Troelstra.

     24,90
  • Onder de zwarte zon

    Onder de zwarte zon

    De verleiding van de nazi-mystiek
    Rolf Wennekes
     24,90
  • Geschiedenis van de veehandel en veemarkten in Friesland

    Geschiedenis van de veehandel en veemarkten in Friesland

    Arjen J. Dijkstra, Dirk-Jan Pilat, Minie Baron
     39,90

    Geschiedenis van de veehandel en veemarkten in Friesland

    Met een ferme handslag en een krachtig uitgesproken GELOK (geluk) accepteert een Friese veehandelaar het bod van een koper. De koop is gesloten. Zo is het eeuwenlang gegaan.
    De veehandel in Friesland is al vele generaties belangrijk voor families die er hun brood in verdienen en draagt wezenlijk bij aan de regionale welvaart. Dit rijk geïllustreerde boek toont het roemrijke verleden van de Friese veehandel en veemarkten. Naast aandacht voor de economische en sociale aspecten, de infrastructuur en logistiek, sluit het boek af met de boeiende geschiedenis van de familie Pilat, een geslacht van veehandelaren in Friesland.

     39,90
  • Kleur Veenhuizen

    Kleur Veenhuizen

    Handboek voor onderhoud
    Els Bet, Heide Hinterthür
     29,95

    Kleur Veenhuizen

    KLEUR VEENHUIZEN is het handboek bij de kleurenwaaier voor Veenhuizen. Het is gemaakt voor bewoners, eigenaren en beleidsmakers, maar ook voor wie nieuwsgierig is naar de ontstaansgeschiedenis van de gebouwen en het landschap.

    De ‘pauperkolonie’ Veenhuizen werd in 1822 gebouwd om bedelaars, landlopers en arme gezinnen uit de grote steden een beter bestaan te geven op het platteland. Gaandeweg ontwikkelde Veenhuizen zich tot een strafkolonie. De transformatie tot gevangenisdorp bracht een enorme bouwproductie op gang. Aan het begin van de 20e eeuw was Veenhuizen een zelfvoorzienend gevangenisdorp geworden met scholen, kerken, een hospitaal, werkgebouwen, boerderijen en dienstwoningen waarin het leven tussen gevangenen en bewoners sterk met elkaar vervlochten was. Tot 1983 was Veenhuizen gesloten voor publiek. Hier woonde alleen wie er ook werkte. Met uitzondering van de kerken was heel Veenhuizen in bezit van het Rijk en werd door het Rijk collectief beheerd en onderhouden.

    Veenhuizen is ondertussen veranderd van een Justitiedorp in een woonlandschap met daarin nog steeds een aantal in gebruik zijnde gevangenissen. De overgang van één grote eigenaar naar vele eigenaren betekent de overgang van collectief naar individueel uitgevoerd onderhoud en beheer. Vooral bij de woonhuizen worden de gevolgen hiervan zichtbaar. Ramen worden vervangen, luiken verdwijnen en het schilderwerk van de onderdelen krijgt andere kleuren. Daardoor vervagen de zo karakteristieke reeksen en families van gebouwen.

    Het handboek en de kleurenwaaier richten zich op de modelwoningen en -boerderijen uit de periode tussen 1884 en 1930 en op de structurerende en terugkerende onderdelen van de bebouwing en het landschap. Daar zijn een aantal praktische redenen voor. De grondtoon van Veenhuizen ligt verankerd in de herhaalbare gebouwtypes en de algemene dragers van het landschap. Het zijn met name deze woningen en boerderijen die particulier beheerd en onderhouden gaan worden en die belang hebben bij toegankelijke en hanteerbare kennis. Het handboek vult de kleurenwaaier aan met kennis van de gebouwen, hoe ze zijn gebouwd, met welke bouwmaterialen, details en kleuren. En het laat de landschappelijke onderdelen zien die het karakteristieke beeld bepalen, in de straat en op het erf.

     29,95