Kaas = NL? Melk, koe, ras, kolonie, taal, kunst, mest en meer
Kaas en Nederland worden vaak in een adem genoemd. Bovendien worden kaas en Nederland verbonden met een nostalgische idealisering van het platteland. Dit boek zoekt de werkelijkheid achter de mythe van ‘kaas als typisch voor Nederland’. Het resultaat toont een kleurrijk palet waarbij kaas en alles wat met kaas te maken heeft op de studietafel wordt gelegd. De auteurs nemen u mee naar koeienstallen en ultrarechtse social media, naar kaasletters, vroegmoderne diplomatie en emigratieliteratuur, naar koeienrassen, koeientaal, Texelse groene kaas en achttiende-eeuwse poëzie over de winsten uit vette melkkoeien, naar kunst over kaas en de uitspraak van kaas, naar de (mede)klinkers die een koe uitspreekt, naar raciale theorieën over witte melk … Een geschiedenis van het kaasmaken, van alle woorden voor kaas die het Nederlands gekend heeft en een analyse van de koe in de Nederlandse landbouwpolitiek kunnen natuurlijk niet ontbreken. Hoe maakt kaas Nederland?
Leonie Cornips, Marieke Hendriksen en Geertje Mak zochten een groep auteurs bijeen, die elk vanuit hun eigen discipline zoals etnografie, agrarische geschiedenis en mens-dier studies, taalkunde, genderstudies, koloniale geschiedenis, moderne kunst, literatuur- en religiewetenschappen …, het antwoord op deze vraag uitzochten.
Gerelateerde boeken
-
Kleur Veenhuizen
€ 29,95KLEUR VEENHUIZEN is het handboek bij de kleurenwaaier voor Veenhuizen. Het is gemaakt voor bewoners, eigenaren en beleidsmakers, maar ook voor wie nieuwsgierig is naar de ontstaansgeschiedenis van de gebouwen en het landschap.
De ‘pauperkolonie’ Veenhuizen werd in 1822 gebouwd om bedelaars, landlopers en arme gezinnen uit de grote steden een beter bestaan te geven op het platteland. Gaandeweg ontwikkelde Veenhuizen zich tot een strafkolonie. De transformatie tot gevangenisdorp bracht een enorme bouwproductie op gang. Aan het begin van de 20e eeuw was Veenhuizen een zelfvoorzienend gevangenisdorp geworden met scholen, kerken, een hospitaal, werkgebouwen, boerderijen en dienstwoningen waarin het leven tussen gevangenen en bewoners sterk met elkaar vervlochten was. Tot 1983 was Veenhuizen gesloten voor publiek. Hier woonde alleen wie er ook werkte. Met uitzondering van de kerken was heel Veenhuizen in bezit van het Rijk en werd door het Rijk collectief beheerd en onderhouden.
Veenhuizen is ondertussen veranderd van een Justitiedorp in een woonlandschap met daarin nog steeds een aantal in gebruik zijnde gevangenissen. De overgang van één grote eigenaar naar vele eigenaren betekent de overgang van collectief naar individueel uitgevoerd onderhoud en beheer. Vooral bij de woonhuizen worden de gevolgen hiervan zichtbaar. Ramen worden vervangen, luiken verdwijnen en het schilderwerk van de onderdelen krijgt andere kleuren. Daardoor vervagen de zo karakteristieke reeksen en families van gebouwen.
Het handboek en de kleurenwaaier richten zich op de modelwoningen en -boerderijen uit de periode tussen 1884 en 1930 en op de structurerende en terugkerende onderdelen van de bebouwing en het landschap. Daar zijn een aantal praktische redenen voor. De grondtoon van Veenhuizen ligt verankerd in de herhaalbare gebouwtypes en de algemene dragers van het landschap. Het zijn met name deze woningen en boerderijen die particulier beheerd en onderhouden gaan worden en die belang hebben bij toegankelijke en hanteerbare kennis. Het handboek vult de kleurenwaaier aan met kennis van de gebouwen, hoe ze zijn gebouwd, met welke bouwmaterialen, details en kleuren. En het laat de landschappelijke onderdelen zien die het karakteristieke beeld bepalen, in de straat en op het erf.
-
-
De eerste mensen
€ 25,00Nederland ligt in de periferie van het verhaal van menswording. De evolutie van onze familie vindt lang exclusief in Afrika plaats. En, als Europa eenmaal bewoond wordt door mensachtigen, ligt het zwaartepunt ten zuiden van onze streken. Toch heeft ons land een aantal interessante vindplaatsen en vondsten opgeleverd. Ook in Nederland hebben de zogenaamde ‘oermensen’ rondgelopen.
Toegankelijk geschreven voor een breed publiek put het boek uit nieuwste theorieën en het geheel is rijk geïllustreerd met vondsten uit binnen- en buitenland geeft dit boek een toegankelijk overzicht van de stand van zaken met betrekking tot de tenminste 800.000-jaar-durende bewoningsgeschiedenis van Nederland. En het maakt ook meteen korte metten met een aantal stereotypische beelden, zoals het welbekende plaatje van de aap die langzaam rechtop gaat lopen (want zo is het niet gegaan) of het beeld van de moeilijk kijkende neanderthaler in een berenvel die op een besneeuwde berghelling staat. Uitgangspunt van dit boek is wat we nu over neanderthalers weten: intelligente mensen die zich een paar honderdduizend jaar prima hebben weten te redden.
Gerrit Dusseldorp is een expert op het gebied van het gedrag van jager-verzamelaars in zowel Noordwest-Europa als Zuid-Afrika. Hij leidt een door NWO (Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek) gefinancierd onderzoeksproject naar de ontwikkeling van de moderne mens in Zuidelijk Afrika en doet ook onderzoek naar het gedrag van Neanderthalers en de redenen voor hun verdwijning. Hij promoveerde aan de Universiteit Leiden (2009) op Neanderthaler voedselvoorziening. Hij bestudeerde ook de ecologische relaties tussen Neanderthalers en andere carnivoren uit de ijstijd, zoals gevlekte hyena’s. Na het afronden van zijn doctoraat richtte hij zijn vervolgonderzoek op Homo sapiens in Afrika. Hij deed dat in Zuid-Afrika aan de University of the Witwatersrand (2009 – 2012) en vervolgens de University of Johannesburg (2013 – 2016).
Yannick Raczynski-Henk is aan de Universiteit van Leiden afgestudeerd als prehistorisch archeoloog met een brede interesse in de Werdegang van de Homininae, ethologie, het Oud- en Midden-Paleolithicum en (löss-)geologie. Daarnaast heeft hij zich geoefend in het analyseren en tekenen van vuurstenen artefacten en hij heeft hiervoor een handleiding geschreven.
Sinds 2009 is hij betrokken bij onderzoek in Armenië en Georgië naar de allervroegste geschiedenis van de mens. De Kaukasus vormt één van de routes die de allereerste hominiden nemen als ze Afrika verlaten om de rest van de wereld te verkennen. Het is dus ook een van de plekken waar je moet zijn om het begin van onze geschiedenis te onderzoeken. De vindplaats Nor Geghi is in 2014 gepubliceerd in Science.Beide auteurs zijn verbonden aan de Universiteit Leiden.
-
Kazematten op de Afsluitdijk
€ 22,50De geschiedenis van de kazemattenstelling bij Den Oever en op het Kornwerderzand, de Wonsstelling, Breezand en de Duitse en naoorlogse verdedigingswerken.
In mei 1940 was het voor de Nederlanders een grote schok dat de Duitse buren ons land binnenvielen en dat onze krijgsmacht zo snel moest capituleren. Dat onze krijgsmacht ook successen boekte, is minder bekend. Dit boek gaat over een van die successen, namelijk de verdediging van de Afsluitdijk. Een gelukkige combinatie van degelijke verdedigingswerken (de kazematten), een gemotiveerde eenheid met vertrouwen in de commandant en goed leiderschap hield bij de Afsluitdijk de Duitse aanval tegen. John Verbeek heeft de verdedigingswerken die als gevolg van het afsluiten van de Zuiderzee werden gebouwd uitgebreid onderzocht. In dit boek geeft hij inzicht in de voor die tijd moderne bouwwerken en bewapening die de vuurproef glansrijk bleken te doorstaan. Daarnaast geeft hij een gedetailleerde beschrijving van de gebeurtenissen van de meidagen van 1940 op en rond de Afsluitdijk.
Drs. John Verbeek (1955) studeerde geschiedenis aan de RU Leiden (1981). Zijn expertise ligt vooral op het gebied van vestingwerken, militaire techniek, zeegeschiedenis, koloniale expansie en Indonesische land- en volkenkunde. Hij is actief in het museumwezen en geeft historische adviezen ten behoeve van films en documentaires.




