Maria-Theresia van Oostenrijk (1717-1780)

Heerseres over de Zuidelijke Nederlanden en het Heilige Roomse Rijk
Élisabeth Badinter

 27,90

Veertig jaar heerste Maria-Theresia van Oostenrijk (1717-1780) over het Heilige Roomse Rijk, waaronder ook de Oostenrijkse Nederlanden vielen. Aan de hand van haar teruggevonden privécorrespondentie maken we kennis met deze machtige vrouw. Ze heerste soeverein over een immens gebied, was moeder van zestien kinderen en getrouwd met een wispelturige echtgenoot.
Biografe Élisabeth Badinter laat zien hoe het haar lukte om deze drie levens met elkaar te verzoenen. ‘Ze was oneigentijds; iemand met een nieuwe kijk op soevereiniteit en moederschap. In veel opzichten lijkt ze op de 21e-eeuwse vrouw.’

De Franse filosofe Élisabeth Badinter is gespecialiseerd in de geschiedenis van het Verlichtingsdenken. Ze schreef meerdere boeken over de geschiedenis en de filosofie van de achttiende eeuw. Als feministe is ze wereldwijd bekend vanwege haar opvattingen over het moederschap en over de verhouding tussen de seksen.

Verschijningsvorm:
Hardcover
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Noordboek
Aantal pagina's:
256
Druk:
1
ISBN:
9789464710892
Gewicht:
669 gram
Afmeting:
247x179x29 mm
Uitgiftedatum:
15-08-2023

Gerelateerde boeken

  • Zo, ben jij er ook nog?

    Zo, ben jij er ook nog?

    Kind in de Tweede Wereldoorlog
    Bert van Slooten, Elly van der Klauw
     22,50

    Zo, ben jij er ook nog?

    Eerst wordt haar vader in het holst van de nacht weggevoerd. Nauwelijks een jaar later pakken de Duitsers haar moeder en een mysterieuze onderduiker op. De tienjarige Roos blijft in 1942 alleen achter met haar twee zusjes in hun ouderlijk huis in Rotterdam. Ze probeert zo goed en zo kwaad als het kan het dagelijks leven voort te zetten in de platgebombardeerde stad. In de hongerwinter van 1944 zoekt ze met haar zusjes een uitweg om te overleven.

    Roos (Derks) Bazuijnen vertelt haar verhaal in dit boek. De auteurs zochten uit wat er met de ouders van Roos gebeurde en schetsen een beeld van het prille verzet in de Tweede Wereldoorlog. Zo, ben jij er ook nog? is een portret van een intellectueel communistisch gezin dat geschonden uit de oorlog komt. Het is daarmee een aangrijpend egodocument over hoe een kind in oorlogstijd overleeft.

     22,50
  • Nijhuizum. Frieslands kleine kerk

    Nijhuizum. Frieslands kleine kerk

    Albert Reinstra, Hidde Feenstra
  • Ludo ten Cate

    Ludo ten Cate

    Genealoog tot de dood
    Annette Evertzen
     23,50

    Ludo ten Cate

    Ludo ten Cate, genealoog tot de dood werpt een scherp licht op het leven van de genealoog Ludo ten Cate. Als hoofd van de Centrale Dienst voor Sibbekunde tijdens de Tweede Wereldoorlog was Ten Cate de autoriteit op het gebied van afstammingsonderzoek. Bovendien was hij een fanatieke SS’er die zijn expertise met betrekking tot stambomen gebruikte om de raszuiverheid van NSB’ers en SS’ers na te gaan en om Joodse mensen die probeerden hun Joods-zijn te ontkennen, op onjuistheden te betrappen.

    Ten Cate’s vakkundigheid en expertise werden een wapen in de handen van de vijand; door Ten Cate’s onderzoeken hebben vele Joden niet aan deportatie kunnen ontsnappen. Met zijn maandblad Sibbe en met radiopraatjes probeerde Ten Cate mensen warm te krijgen voor genealogisch onderzoek en voor het belang van raszuiverheid. Voor de NSB schreef hij ook in hun tijdschriften en hij kwam met een handleiding voor afstammingsonderzoek.

    In Ludo ten Cate, genealoog tot de dood onthult Annette Evertzen het complexe karakter van Ludo ten Cate en onderzoekt zij de vraag hoe deze man tot zijn keuzes is gekomen. In hoeverre heeft zijn eigen afstamming daar een rol in gespeeld? En hoe kon hij na de oorlog weer doorgaan met stamboomonderzoek en daar zelfs over publiceren?

    Annette Evertzen raadpleegde archieven met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog, maar vond ook in plaatselijke archieven eigen exemplaren van zijn boeken, met aantekeningen, knipsels en brieven.

     23,50
  • Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de wetenschap

    De begaafde Anna Maria van Schurman kreeg als eerste vrouw in Nederland toestemming om colleges te volgen. De Universiteit van Utrecht bouwde voor de gelegenheid een hokje met een gordijntje voor haar. Van Schurman kon van daaruit de colleges van theoloog Voetius bijwonen, zonder daarbij de mannelijke studenten af te leiden.
    In dit korte essay uit 1641 legt Van Schurman uit waarom het logisch is om meer vrouwen toegang tot de
    universiteit te verlenen. Het argumentatieve geschrift inspireerde Margaret Cavendish en Mary Wollstonecraft en gaf de aanzet tot de eerste feministische beweging. Het zeer invloedrijke essay verschijnt in een geactualiseerde vertaling van Renée Ter Haar, met een voorwoord van Angela Roothaan. Jacob Bouwman zorgde voor de selectie van relevante brieven.

    “Wat een genot om zo’n erudiet pleidooi te lezen van een moedige vrouw. In zijn opdracht noemt tijdgenoot Johan van Beverwijck haar ‘onsterfelijk sieraad onder de vrouwen’. Met recht.” – Trouw

     17,90