Oarloch yn en om Grou
Grou ûnder de Dútsers. Dat is it ferhaal dat Ulke Brolsma yn syn nijste boek fertelt. Hoe’t it moaie doarp yn wetterlân hieltyd mear mei de besetter te krijen hat. Der komme ûnderdûkers nei Grou en omkriten. It ferset stekt syn kop op. Minsken dy’t harren libben der foar oer hawwe om de Dútsers oan te pakken. En fansels de ferrieders, dy binne der ek.
Oant septimber 1944 seach men de Dútsers suver net. Dan sette se har te wenjen yn de filla fan fabryksdirekteur Halbertsma. Tweintich ‘Grünen’ giselje dan dei yn dei út troch Grou en omkriten. Se jeie op Joaden en fersetsminsken. Se witte in protte en komme, holpen troch Nederlânske ferrieders, oeral te plak. Elkenien is benaud oft se yn de nacht de learzens mei spikers derûnder op strjitte hearre. Komme se op my ta?
Op 2 en 3 maart 1945 slaan de Dútsers in slach. It grutste part fan de fersetsminsken wurdt oppakt. Wa is de ferrieder?
Gerelateerde boeken
-
Lege plekken
€ 25,00Van de grote Joodse gemeenschap die Groningen kende, keerde na de oorlog vrijwel niemand terug. De voormalige Joodse buurt in en rond de Folkingestraat was uitgestorven, de synagoge bood veel meer ruimte dan de kleine gemeenschap kon vullen en benadrukte zo de afwezigheid van velen. De titel ‘Lege plekken’ verwijst naar deze afwezigen, maar ook naar de leegte die zij achterlieten in bredere zin: in het straatbeeld en de herinnering.
In dit boek wordt de plaats van de Joodse gemeenschap in de niet-Joodse omgeving geanalyseerd; in het bijzonder de relatie tussen de gemeente Groningen en haar Joodse stadjers. Op welke wijze is er in en na de oorlog met Joods vastgoed omgesprongen en was daarbij sprake van rechtsherstel? Ook de rol die de Groningse politie had bij het arresteren en deporteren van Joden wordt belicht, evenals de criteria waarmee de naoorlogse zuivering binnen het politieapparaat plaatvond. En hoe verliep de terugkeer en opvang van Joodse repatrianten na de oorlog? Daarbij wordt nagegaan wie hen onderdak verleenden of hen voorzagen van de benodigde kleding en voeding. Het afsluitende hoofdstuk analyseert de ontwikkelingen in de naoorlogse herinneringscultuur. Aan de orde komen de monumenten en de verschillende wijzen waarop deze de ontstane leegte vertolken. Zo trachten verscheidene historici in dit boek de ontstane leegte te markeren en te duiden.
Stefan van der Poel is universitair docent bij de vakgroep Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de Joodse en Midden-Europese geschiedenis. In 2004 promoveerde hij op Joodse stadjers. De joodse gemeenschap in de stad Groningen, 1796-1945.
-
De grens getrokken
€ 34,95In “De grens getrokken” staat de betekenis van de grens tussen Noord-Nederland en Noord-Duitsland in het leven van de grensbewoners centraal. Lange tijd was deze grens voor de lokale bevolking helemaal niet zo duidelijk afgebakend; de ‘grens’ tussen religies was veel sterker aanwezig in het dagelijks leven dan de staatsgrens. Maar onder invloed van de wereldoorlogen en de daaruit voortvloeiende spanningen tussen Nederland en Duitsland veranderde het leven in dit gebied.
Het boek schetst een beeld van het leven van de noordelijke grensbewoners van Beerta tot en met Coevorden. Het gaat in op de overeenkomsten (en verschillen) en de dynamiek tussen de bevolkingsgroepen aan weerszijden van de grens in verschillende tijdsperioden: tot 1914, de Eerste Wereldoorlog, het interbellum, de Tweede Wereldoorlog, en de naoorlogse periode tot 1964. Er wordt ingegaan op de bevolkingssamenstelling, sociale verbanden, grensverkeer, grensarbeid en grenseconomie, en de politiek-ideologische overtuigingen van de bevolking.
Dirkje Mulder-Boers (Groningen, 1950) doet veel onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog en publiceert over de betekenis van deze oorlog voor de (Joodse) Drentse en Duitse grensbewoners. Met haar proefschrift “De grens getrokken” promoveerde zij bij de Radboud Universiteit in Nijmegen.
-
Oorlog in en om Grou
€ 19,90In Oorlog in en om Grou beschrijft Ulke Brolsma de gebeurtenissen in dit dorp tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de loop van de oorlog kreeg Grou steeds meer last van de Duitse bezetter. Mede daardoor stak het verzet de kop op, mensen die hun leven op het spel zetten in de strijd tegen de vijand. En er waren collaborateurs, die een groot gevaar vormden voor het toenemende aantal onderduikers.
In september 1944 vestigde een afdeling van de Grenzschutzpolizei zich in de villa van fabrieksdirecteur Halbertsma. Vanaf dat moment terroriseerden de twintig Grünen die hier verbleven Grou en wijde omgeving. Ze joegen op Joden en leden van het verzet. Geholpen door Nederlandse verraders doken ze overal op. Op 2 en 3 maart 1945 sloegen de Duitsers hun slag. Het grootste deel van het Grouster verzet werd opgepakt. Maar wie was de verrader?




