Scherpstellen
€ 27,90
Aangespoord door hun schoolmeesters richtten Nederlandse scholieren een eeuw geleden hun primitieve camera’s op vogels in de vrije natuur. Vanuit hun zelfgemaakte schuilhutjes en kijktorens zagen ze meeuwen met een ei rollen, eenden met hun kop malen en aalscholvers luid gorgelen. Ze raakten er niet over uitgepraat en vroegen zich af wat al die drukdoenerij toch te betekenen had.
Geen van hen vermoedde dat uit hun geduldige blik en slimme vragen een nieuwe studie zou ontstaan, de ethologie. Laat staan dat deze studie naar natuurlijk gedrag van dieren en mensen een Nederlandse Nobelprijswinnaar zou opleveren: Niko Tinbergen. Ethologie is een typisch Nederlands fenomeen, dat zich verspreidde over de gehele wereld en beroemde navolgers heeft voortgebracht, zoals Jane Goodall, Frans de Waal, Adriaan Kortlandt en vele anderen. Minder bekend, maar zeer relevant, is dat de manier van kijken in de ethologie gemeengoed is geworden in de psychologie.
In Scherpstellen beschrijft de auteur de wereld van Niko Tinbergen en zijn ethologische vrienden, die begon met het kijken naar een doodgewone vogel op een nevelige Nederlandse strandvlakte.
Roelke Posthumus is gedragsbioloog en auteur. Zij behoorde tot de eerste leerlingen van Niko Tinbergen. Eerder schreef zij Heibel in de Polder (2018) en Wolf (2019).
Gerelateerde boeken
-
-
De kanoet
€ 24,90De kanoet is een reislustige vogel. In Nederland overwintert de kanoet in de Waddenzee en de Delta of hij tankt daar bij, op weg van Siberië naar West-Afrika en terug.
Door die reislust is de kanoet ook een goede verhalenverteller. De kanoet is als de kanarie in de kolenmijn, en wijst ons in dit geval genadeloos op de aantasting van het milieu. De vogel blijkt zelfs een soort thermometer te zijn: door van generatie op generatie een beetje te krimpen, waardoor hij relatief een steeds langere snavel krijgt, laat de kanoet zien dat ook het klimaat langzaam aan het veranderen is.
Al deze verhalen zijn opgetekend uit de mond van mensen die deze vogel al vele jaren onderzoeken, met schitterende foto’s van een fotograaf die deze vogels ook al bijna zijn hele leven op de hielen zit.Rob Buiter (1966) is freelance wetenschapsjournalist. Hij is verslaggever voor Trouw en Vroege Vogels en hoofdredacteur van het oudste natuurtijdschrift van Nederland, De Levende Natuur. De foto’s zijn gemaakt door Jan van de Kam.
-
Zwaluwen van Gaast
€ 16,90Tweede, geheel herziene, druk, oktober 2017
Theunis Piersma is hoogleraar trekvogelecologie in Groningen en waddenonderzoeker bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel. Hij is een internationale autoriteit op het gebied van (trek)vogels. In zijn vrije tijd doet hij in zijn woonplaats, het Friese Gaast, onderzoek naar huiszwaluwen. Een dorpsgenoot vroeg hem eens: ‘Waar blijven onze zwaluwen in de winter, Theunis?’ Die vraag was aanleiding voor een zoektocht: hoe overleven huiszwaluwen en waar overwinteren ze?
Piersma is een geboren verteller en verstaat de kunst om ingewikkelde, wetenschappelijke materie op een begrijpelijke en onderhoudende manier over te dragen. Een literair verslag van een persoonlijke zoektocht, een ode aan de huiszwaluw. -
Knooppunt Waddenzee
€ 17,90Miljoenen wad- en watervogels trekken ieder jaar heen en weer tussen hun broedgebieden in Groenland, Scandinavië, West-Europa of Siberië, en hun wintergronden in Europa en Afrika. Als je alle routes van die trekvogels op de wereldbol tekent, zie je halverwege die kaart een druk knooppunt: de Waddenzee!
In het project Metawad hebben onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en de Rijksuniversiteit Groningen vijf compleet verschillende trekvogels van de Waddenzee onderzocht: de kanoet, de drieteenstrandloper, de rosse grutto, de rotgans en de lepelaar. Ze bekeken de vogels niet als ‘bewoners’ van die Waddenzee, maar als gebruikers van een veel groter systeem waar het wad een belangrijk onderdeel van is: het ‘metawad’.
Knooppunt Waddenzee biedt een kleurrijk pallet van portretten van de wetenschappers, die ploeterend met palen en hekwerk achterop hun ets over de kwelder trekken, of uren achtereen in weer en wind – of juist bakkend onder de Afrikaanse zon – naar vogels met kleurringen aan hun pootjes staan te zoeken. Het biedt ook portretten van de vijf onderzochte vogelsoorten. Wat weten we van deze dieren? En vooral: hoe kunnen overheden of natuurbeheerders hun voordeel doen met deze wetenschap?





