Soldaat van Napoleon (1806-1815)

Johan de Wilde, Joost Welten

 24,95

500.000 soldaten trekken in 1812 in het leger van Napoleon naar Rusland. Van hen zullen honderdduizenden nooit meer thuis komen. Joseph Abbeel overleeft de verschrikkingen van de veldtocht wel. Hij lijdt honger en dorst, plundert om aan eten te komen, ontsnapt ternauwernood aan kozakken, zit onder het ongedierte, raakt gewond in een veldslag, ziet Moskou branden – en dan moet de terugtocht nog beginnen! De dood is nooit ver weg – en soms verlangt Abbeel er zelfs naar! – maar op miraculeuze wijze ontglipt hij telkens dat lot. Wanneer hij op de terugweg Hamburg bereikt en denkt dat zijn ellende bijna voorbij is, wordt hij krijgsgevangen genomen. Dan begint een tocht naar de Wolga, nog achthonderd kilometer verder dan Moskou.

Na thuiskomst in Vlaanderen zet Abbeel zijn herinneringen op papier. Hij doet dat beeldend, met humor en oog voor detail, zodat de lezer zijn avonturen letterlijk meebeleeft. Geen andere soldaat van Napoleon schrijft zo’n belangwekkend ooggetuigenverslag van de Russische veldtocht.

Dr. Joost Welten is onderzoeker aan het instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden. Zijn dissertatie over de invoering van de dienstplicht onder Napoleon werd bekroond door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Sterck & De Vreese
Aantal pagina's:
286
Druk:
1
Uitgiftedatum:
10-05-2021
Gewicht:
552 gram
Afmeting:
240x170x26 mm
ISBN:
9789056157043
Bekijk meer informatie over de auteur(s) van deze titel:

Gerelateerde boeken

  • De vergeten prinsessen van Thorn (1700-1794)

    Het stift van Thorn is in de achttiende eeuw the place to
    be voor de hoogadellijke dochters van de Europese rijksvorsten
    en -graven. Ze worden hier klaargestoomd voor
    een huwelijk met een man van stand, leren zich uitdrukken
    in het Frans, krijgen zanglessen en organiseren
    dansfeesten. Hun japonnen naar de laatste mode uit Parijs
    zijn exclusief en de exquise gerechten eten ze met zilveren
    bestek. In de glazen kooi waarin ze leven dienen ze voortdurend
    het bij hun stand passende gedrag te vertonen,
    één enkele misstap kan fataal zijn.
    Historicus dr. Joost Welten kon de hand leggen op een
    gigantische hoeveelheid nooit eerder geraadpleegde
    bronnen en geeft in De vergeten prinsessen van Thorn een
    inkijk in de leefwereld van dit voormalige rijk der hoogadellijke
    vrouwen. Vorstelijk geïllustreerd met meer dan
    150 afbeeldingen – vaak nooit eerder gepubliceerd.
    We volgen de adellijke dames op hun reizen door Europa,
    tijdens jachtpartijen, maar ook wanneer ze vertwijfeld op
    zoek zijn naar geld om hun schulden te betalen. Hoe gaan
    zij om met de speelruimte die hun wordt toebedeeld?
    Schikken zij zich in een dienstbare rol of zien ze kans om
    een eigen kleur te geven aan het leven en daarin iets uit te
    drukken van hun idealen en ambities?

     39,90
  • De jonge Piter Jelles

    De jonge Piter Jelles

    Bertus Mulder
     15,00
  • De Leeuwarder Weeshuisrekeningen 1541 - 1608

    De Leeuwarder Weeshuisrekeningen 1541 – 1608

    Spiegels van het dagelijks leven in de zestiende eeuw
    Meindert Schroor
     75,00

    De Leeuwarder Weeshuisrekeningen 1541 – 1608

    Met als stichtingsjaar 1534 is het Old Burger Weeshuis in Leeuwarden een van de oudste burgerweeshuizen in Nederland. Vrijwel vanaf het begin is een administratie bijgehouden van zijn inkomsten en uitgaven in rekenboeken en jaarrekeningen. Zij bevatten een schat aan informatie over aard, kwaliteit en prijs van voedingsmiddelen, kleding en schoeisel, bouwmaterialen en gereedschappen, over het boerenbedrijf, maar ook over verdere uiteenlopende zaken als de werkgelegenheid (ambacht en losse arbeid), huizen en landerijen, lonen, huren, renten en legaten, verkeer en vervoer, de inrichting van de stad, het weer en de relatie tussen Leeuwarden en zijn omgeving. Ze bieden zowel professionele onderzoekers als amateurs ‘elck wat wils’. De Leeuwarder Weeshuisrekeningen 1541-1608 geeft als nagenoeg ononderbroken bron een beeld van het dagelijks leven in Leeuwarden en zijn omgeving gedurende het grootste deel van de zestiende eeuw zowel als de beginjaren van de zeventiende eeuw. Geograaf en historicus Meindert Schroor heeft met zijn transcriptie en inleiding op de rekeningen van de destijds als ‘Arme Weeshuys’ aangeduide instelling een van de belangrijkste historische bronnen voor de sociaaleconomische geschiedbeoefening van Friesland toegankelijk gemaakt.

    With summary in English/Met Engelse samenvatting.

     75,00
  • Rijk, maar niet in geld

    Rijk, maar niet in geld

    Vijftig jaar Friese uitgevers 1920 - 1970
    Louw Dijkstra
     49,95

    Rijk, maar niet in geld

    Rijk, maar niet in geld vertelt het verhaal van twee opeenvolgende Friese uitgevers, Kamminga en Laverman, tegen de achtergrond van de intellectualisering van het Fries tussen 1920 en 1970. Deze periode is achteraf beschouwd de ‘Gouden halve eeuw’ van de Friese cultuur: in die halve eeuw settelde het Fries, dat begin 1900 nog een volkstaal was, zich stevig als cultuurtaal, en dat ging gepaard met (en hing ook samen met) een opbloei van de Friestalige cultuur.

    De taal is in die periode zowel geïnstitutionaliseerd als geïntellectualiseerd en met name aan die intellectualisering hebben de uitgevers van nature een belangrijke bijdrage geleverd. In die halve eeuw verschenen zo’n 3500 Friese titels op een breed gebied, waaronder kinderboeken, prentenboekjes, literatuur, biografieën, studies over ruimtevaart, sportboeken, handboeken op allerlei gebied, reisgidsen en kookboeken.

    Het boek gaat dieper in op de manier waarop uitgevers functioneren in een bepaalde ontwikkelingsfase van een minderheidstaal. En niet alleen dat, maar ook hoe ze functioneerden te midden van andere instituties, zoals emancipatiebewegingen, (semi-)overheidsorganen en culturele en wetenschappelijke instellingen. Waar uitgevers in grotere taalgebieden vooral te maken hebben met de markt en in mindere mate met die institutionele achtergrond, is die verhouding in een kleinschalige omgeving geheel anders.

    Tegelijk biedt dit boek ook een kijkje in de uitgeverskeuken. Dat gebeurt aan de hand van de opeenvolgende uitgevers Kamminga (ruwweg voor 1945) en Laverman (ruwweg ná 1945). Daarbij staat Kamminga model voor de aanvankelijk vernieuwingsdrang en latere politisering van het interbellum en Laverman voor de consolidatie van de naoorlogse periode. Ook de andere Friese uitgevers komen overigens uitgebreid aan bod.

    Louw Dijkstra (1958) studeerde theologie, maar koos na zijn afstuderen voor een loopbaan in het boekenvak. Na een aantal jaren als vertaler voor verschillende Nederlandse uitgevers te hebben gewerkt, richtte hij in 1994 samen met een compagnon een eigen Friese uitgeverij op. Op dit moment is hij uitgever van Wijdemeer.

     49,95