Toekomstmakers vertellen
€ 24,90
Via het project Friesland Doet vertellen young professionals in het bruisende Fryslân over hun carrière in het Noorden. Ondanks dat Fryslân niet bij alle jongeren op de kaart staat om te settelen, zijn er veel carrièremogelijkheden door de ruimte, diversiteit en nuchtere mentaliteit. Een functie waar je in de Randstad jaren naartoe moet werken, ligt in het Noorden voor het oprapen. En er is een gemeenschap waar iedereen voor elkaar klaarstaat. Fryslân leeft en is de perfecte plek om te wonen en te werken.
Friesland Doet is een initiatief van de Club Diplomatique Fryslân, ondersteund door de provincie Fryslân. De in dit boek opgenomen interviews met jongeren zijn op verzoek van Club Diplomatique Fryslân gemaakt door Karen Hogenbirk. Ze maken onderdeel uit van een serie van 194 verhalen die in 2023 en 2024 onder de noemer Friesland Doet gepubliceerd zijn op LinkedIn en Instagram.
Gerelateerde boeken
-
200 jaar Friese landbouwmechanisatie
€ 49,90In de afgelopen twee eeuwen veranderde de wijze waarop in Friesland landbouw bedreven werd ingrijpend. Rond 1800 werkte de boer nog voornamelijk met de hand, geholpen door zijn paard. Een eeuw later nam de trekker de rol van het paard over en volgde op mechanisatiegebied de ene revolutionaire ontwikkeling na de andere. In Friesland begonnen in de jaren net voor en na de Tweede Wereldoorlog innovatieve dorpssmeden en uitvinders met de import, verkoop en bouw van landbouwwerktuigen. Een aantal van hen groeide uit tot succesvolle fabrikanten en handelaren en werden internationale spelers met een iconische status. Voorbeelden zijn de rood-gele landbouwwagens van Miedema, de blauwe hooischudder van Eureka, de maaibalk van Schukken en de gierpomp van Hermes. Friesland leverde ook wereldprimeurs, zoals de melkrobot uit Oentsjerk en de snarenbedpootmachine en looftrekker van uitvinder Abe Gerlsma.
In dit rijk geïllustreerde standaardwerk beschrijft Henk Dijkstra de historie van de landbouwmechanisatie in Friesland, met uitstapjes naar nationale en internationale ontwikkelingen. Aan het eind van het boek wordt uitgebreid de geschiedenis van de 15 belangrijkste Friese fabrikanten van landbouwmachines beschreven.
Henk Dijkstra (Gytsjerk, 1959) is directeur van het Fries Landbouwmuseum in Leeuwarden.
-
Ruiter voor de republiek
€ 24,50De Friese kolonel Ignatius van Kingma (1621-1700) was cavalerist in het leger van stadhouder Willem III. In het rampjaar
1672 vielen meerdere landen de Republiek binnen, zodat ook Van Kingma aan meerdere fronten actief was. Bij Muiden vocht hij tegen het leger van de Franse koning Lodewijk XIV en in Friesland stond hij tegenover de Duitse oorlogsbisschop Bommen Berend.
In deze biografie reconstrueert Joost Kingma het leven en de oorlogshandelingen van de kolonel. Zijn boek voert langs het leven van de Friese landadel, naar de net opgerichte universiteit van Utrecht tot aan de slagvelden van een van de beroemdste oorlogen uit de Nederlandse geschiedenis.Joost Kingma (1950) schreef onder meer de succesvolle boeken De magie van het jaren ’30 huis en Tussen ideaal en kapitaal, de historie van Bouwfonds tussen 1946 en 2006. Hij is planoloog en publicist en was onder meer lid van de directie van Bouwfonds. Het levensverhaal van Ignatius van Kingma is gebaseerd op langjarig onderzoek naar zijn familiewortels.
-
Rijk, maar niet in geld
€ 49,95Rijk, maar niet in geld vertelt het verhaal van twee opeenvolgende Friese uitgevers, Kamminga en Laverman, tegen de achtergrond van de intellectualisering van het Fries tussen 1920 en 1970. Deze periode is achteraf beschouwd de ‘Gouden halve eeuw’ van de Friese cultuur: in die halve eeuw settelde het Fries, dat begin 1900 nog een volkstaal was, zich stevig als cultuurtaal, en dat ging gepaard met (en hing ook samen met) een opbloei van de Friestalige cultuur.
De taal is in die periode zowel geïnstitutionaliseerd als geïntellectualiseerd en met name aan die intellectualisering hebben de uitgevers van nature een belangrijke bijdrage geleverd. In die halve eeuw verschenen zo’n 3500 Friese titels op een breed gebied, waaronder kinderboeken, prentenboekjes, literatuur, biografieën, studies over ruimtevaart, sportboeken, handboeken op allerlei gebied, reisgidsen en kookboeken.
Het boek gaat dieper in op de manier waarop uitgevers functioneren in een bepaalde ontwikkelingsfase van een minderheidstaal. En niet alleen dat, maar ook hoe ze functioneerden te midden van andere instituties, zoals emancipatiebewegingen, (semi-)overheidsorganen en culturele en wetenschappelijke instellingen. Waar uitgevers in grotere taalgebieden vooral te maken hebben met de markt en in mindere mate met die institutionele achtergrond, is die verhouding in een kleinschalige omgeving geheel anders.
Tegelijk biedt dit boek ook een kijkje in de uitgeverskeuken. Dat gebeurt aan de hand van de opeenvolgende uitgevers Kamminga (ruwweg voor 1945) en Laverman (ruwweg ná 1945). Daarbij staat Kamminga model voor de aanvankelijk vernieuwingsdrang en latere politisering van het interbellum en Laverman voor de consolidatie van de naoorlogse periode. Ook de andere Friese uitgevers komen overigens uitgebreid aan bod.
Louw Dijkstra (1958) studeerde theologie, maar koos na zijn afstuderen voor een loopbaan in het boekenvak. Na een aantal jaren als vertaler voor verschillende Nederlandse uitgevers te hebben gewerkt, richtte hij in 1994 samen met een compagnon een eigen Friese uitgeverij op. Op dit moment is hij uitgever van Wijdemeer.





