Wieg

Het pioniersbestaan van een sterke vrouw in Zuid-Afrika
Joan Kruger

 29,90

‘Een vroedvrouw moet de hand van een dame, het oog van een arend en het hart van een leeuw hebben.’
– Uit een handboek voor vroedvrouwen, 1684

We schrijven 1700. Maria Buisset, een hugenote, vlucht weg uit Frankrijk en komt terecht in Amsterdam. Daar trouwt ze met landgenoot Jean Prieur du Plessis, een ondernemende chirurgijn, die haar meeneemt naar de Kaap. In Stellenbosch leidt hij haar op tot vroedvrouw. Na zijn dood verhuist ze naar Kaapstad, waar ze door de VOC als stadsvroedvrouw wordt aangesteld.

In Wieg vertelt Joan Kruger hoe Maria uitgroeit tot steun en toeverlaat van kwetsbare mensen: een veertienjarige die in het kraambed ligt, een verkracht meisje en vrouwen die door hun eigenaar, minnaar of man zijn mishandeld.

Uit een veelheid van rechtbankverslagen, doktersrekeningen, veilingdocumenten en testamenten ontstaat een rijkgeschakeerd en levendig beeld van de eerste helft van de achttiende eeuw, waarin het werk van Maria de rode lijn is. Tegelijk schetst het boek een prachtig beeld van de groeiende Kaapkolonie die zich zou ontwikkelen tot het huidige Zuid-Afrika.

Wieg is een meeslepende vertelling over een vrouw die in een tijd van godsdienstvervolging wordt gedwongen nieuwe wegen in te slaan en die uiteindelijk zelf geschiedenis maakt.

Joan Kruger werkte na haar universitaire studie (literatuur en filosofie) onder meer als journalist en tijdschriftredacteur. Momenteel werkt ze als schrijver.

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Uitgeverij Noordboek
Aantal pagina's:
440
Druk:
1
ISBN:
9789464714296
Gewicht:
665 gram
Afmeting:
233x153x36 mm
Uitgiftedatum:
28-11-2025

Gerelateerde boeken

  • De fictie van de buitenplaats

    De fictie van de buitenplaats

    Over het komen en gaan van elites
    Arnon Grunberg, Hanneke Ronnes
     15,00

    De fictie van de buitenplaats

    In 2022 verblijft Arnon Grunberg op uitnodiging van de Rijksuniversiteit Groningen en Het Drentse Landschap een week op Landgoed Overcingel in Drenthe. Vlak voor dit stadspaleis zal worden omgebouwd tot woning en B&B mag Grunberg nog even de geuren van het verleden opsnuiven, samen met de laatste bewoner van Overcingel, kat Marcus.

    Omgang met het aristocratische verleden is omgang met klassenverschillen, met onvermijdelijke mythologisering, met morele vraagstukken; vanuit het heden lijkt het verleden al snel één grote wandaad.

    Dat menige buitenplaats tegenwoordig een luxehotel is, borduurt voort op de traditie dat de buitenplaats een ideaal decor is voor escapisme. En escapisme mag wat kosten, hoe rijker de mens hoe uitbundiger het escapisme. Na de uitspatting de weemoed.

    Moet je schuldig en minder schuldig verleden levend houden en zo ja, hoe?

    In deze bundel reflecteren Grunberg en anderen over een tijd dat de Voorzienigheid nog de scepter zwaaide over de mensen. Zoals de worm gedoemd is om te kruipen en de vogel om te vliegen, zo leken ooit ongelijkheid en onrechtvaardigheid de vanzelfsprekende doem van de mensheid.

     15,00
  • Creatief ondernemerschap in de 18e eeuw

    Creatief ondernemerschap in de 18e eeuw

    De opmars van een linnenhandelaar
    Annik Adriaenssens
     35,00
  • Rijk, maar niet in geld

    Rijk, maar niet in geld

    Vijftig jaar Friese uitgevers 1920 - 1970
    Louw Dijkstra
     49,95

    Rijk, maar niet in geld

    Rijk, maar niet in geld vertelt het verhaal van twee opeenvolgende Friese uitgevers, Kamminga en Laverman, tegen de achtergrond van de intellectualisering van het Fries tussen 1920 en 1970. Deze periode is achteraf beschouwd de ‘Gouden halve eeuw’ van de Friese cultuur: in die halve eeuw settelde het Fries, dat begin 1900 nog een volkstaal was, zich stevig als cultuurtaal, en dat ging gepaard met (en hing ook samen met) een opbloei van de Friestalige cultuur.

    De taal is in die periode zowel geïnstitutionaliseerd als geïntellectualiseerd en met name aan die intellectualisering hebben de uitgevers van nature een belangrijke bijdrage geleverd. In die halve eeuw verschenen zo’n 3500 Friese titels op een breed gebied, waaronder kinderboeken, prentenboekjes, literatuur, biografieën, studies over ruimtevaart, sportboeken, handboeken op allerlei gebied, reisgidsen en kookboeken.

    Het boek gaat dieper in op de manier waarop uitgevers functioneren in een bepaalde ontwikkelingsfase van een minderheidstaal. En niet alleen dat, maar ook hoe ze functioneerden te midden van andere instituties, zoals emancipatiebewegingen, (semi-)overheidsorganen en culturele en wetenschappelijke instellingen. Waar uitgevers in grotere taalgebieden vooral te maken hebben met de markt en in mindere mate met die institutionele achtergrond, is die verhouding in een kleinschalige omgeving geheel anders.

    Tegelijk biedt dit boek ook een kijkje in de uitgeverskeuken. Dat gebeurt aan de hand van de opeenvolgende uitgevers Kamminga (ruwweg voor 1945) en Laverman (ruwweg ná 1945). Daarbij staat Kamminga model voor de aanvankelijk vernieuwingsdrang en latere politisering van het interbellum en Laverman voor de consolidatie van de naoorlogse periode. Ook de andere Friese uitgevers komen overigens uitgebreid aan bod.

    Louw Dijkstra (1958) studeerde theologie, maar koos na zijn afstuderen voor een loopbaan in het boekenvak. Na een aantal jaren als vertaler voor verschillende Nederlandse uitgevers te hebben gewerkt, richtte hij in 1994 samen met een compagnon een eigen Friese uitgeverij op. Op dit moment is hij uitgever van Wijdemeer.

     49,95