De Biltske Wassenaars
€ 24,90
Generaasjes lang ha de Biltske Wassenaars har stimpel drukt op it Fryske lânskip. Yn dizze famyljekronyk komme leafdesferhalen, oarloggen, revolúsjes en politike opstannen byelkoar yn in portret fan in boerefamylje dy’t libbet mei de seizoenen en de tiid trochstiet. Fan de earste kolonisten op de seeklaai oant lettere generaasjes folgje wy harren striid om frijheid, besit en weardichheid. Mei histoaryske djipgong en each foar it lytse minsklike detail bringt dit boek de skiednis fan It Bilt ta libben.
Hein Jaap Hilarides is skriuwer fan De trekker fan Troje (2017) en Beppe Xenia (2021). Dy boeken binne diel 3 en 2 fan de kronyk oer de Biltske Wassenaars. Dit boek is diel 1 fan dizze famyljeskiednis. Foar de kronyk hat hy ûnder oare in soad materiaal út syn eigen famyljeskiednis brûkt.
Gerelateerde boeken
-
-
Rijk, maar niet in geld
€ 49,95Rijk, maar niet in geld vertelt het verhaal van twee opeenvolgende Friese uitgevers, Kamminga en Laverman, tegen de achtergrond van de intellectualisering van het Fries tussen 1920 en 1970. Deze periode is achteraf beschouwd de ‘Gouden halve eeuw’ van de Friese cultuur: in die halve eeuw settelde het Fries, dat begin 1900 nog een volkstaal was, zich stevig als cultuurtaal, en dat ging gepaard met (en hing ook samen met) een opbloei van de Friestalige cultuur.
De taal is in die periode zowel geïnstitutionaliseerd als geïntellectualiseerd en met name aan die intellectualisering hebben de uitgevers van nature een belangrijke bijdrage geleverd. In die halve eeuw verschenen zo’n 3500 Friese titels op een breed gebied, waaronder kinderboeken, prentenboekjes, literatuur, biografieën, studies over ruimtevaart, sportboeken, handboeken op allerlei gebied, reisgidsen en kookboeken.
Het boek gaat dieper in op de manier waarop uitgevers functioneren in een bepaalde ontwikkelingsfase van een minderheidstaal. En niet alleen dat, maar ook hoe ze functioneerden te midden van andere instituties, zoals emancipatiebewegingen, (semi-)overheidsorganen en culturele en wetenschappelijke instellingen. Waar uitgevers in grotere taalgebieden vooral te maken hebben met de markt en in mindere mate met die institutionele achtergrond, is die verhouding in een kleinschalige omgeving geheel anders.
Tegelijk biedt dit boek ook een kijkje in de uitgeverskeuken. Dat gebeurt aan de hand van de opeenvolgende uitgevers Kamminga (ruwweg voor 1945) en Laverman (ruwweg ná 1945). Daarbij staat Kamminga model voor de aanvankelijk vernieuwingsdrang en latere politisering van het interbellum en Laverman voor de consolidatie van de naoorlogse periode. Ook de andere Friese uitgevers komen overigens uitgebreid aan bod.
Louw Dijkstra (1958) studeerde theologie, maar koos na zijn afstuderen voor een loopbaan in het boekenvak. Na een aantal jaren als vertaler voor verschillende Nederlandse uitgevers te hebben gewerkt, richtte hij in 1994 samen met een compagnon een eigen Friese uitgeverij op. Op dit moment is hij uitgever van Wijdemeer.





