De redenaar en zijn stijl
€ 22,90
Uitgedaagd door zijn vriend Brutus schrijft Cicero in 46 voor Christus een laatste boek over de kunst van het spreken. Nog eenmaal ontwerpt hij een portret van zijn ideale redenaar. Die is vindingrijk, spreekt samenhangend en fraai, en biedt een levendige voordracht. Zo kan hij het publiek raken, overtuigen en in vervoering brengen. Speciale aandacht gaat uit naar stijlmiddelen, zoals klankeffecten. Uniek in dit boek is Cicero’s gedetailleerde analyse van prozaritme: het gebruik van ritmische patronen om zinnen fraai af te ronden.
Cicero schreef de verhandeling als een vervolg op het eerder bij Noordboek verschenen Romeinse redenaars, eveneens ingeleid door Rogier van der Wal en vertaald door Vincent Hunink.
Marcus Tullius Cicero (106 v.Chr – 43 v.Chr.) was een Romeins redenaar, politicus, advocaat en filosoof. Zijn leven speelde zich af tijdens de overgang van de Romeinse Republiek naar het keizerrijk.
Gerelateerde boeken
-
-
-
Terpen- en Wierdenland
€ 25,00De geschiedenis van het Noord-Nederlandse kustgebied – het land van de terpen en wierden – kent maar twee echte hoofdrolspelers: de mens en het water. De rode draad van dit boek is de interactie tussen die twee, vanaf 2500 jaar geleden toen de eerste bewoners op deze plek aankwamen tot nu, met een vooruitblik op de terp van de toekomst. Hoe hebben de bewoners van het kleigebied al die tijd geprofiteerd van, gewerkt met, en soms geleden onder het water?
Erik Betten (historicus, journalist, schrijver) beschrijft in Terpen- en Wierdenland de dynamische ontwikkeling van tweeduizend jaar terpenland, steeds met het huidige landschap als gids. Aan de orde komen onder andere de vorming van het kustlandschap na de laatste ijstijd, de bloei van de Noordzeecultuur, en de bebouwing en het dagelijks leven op de terpen. r -
Moed en tegenspoed
€ 39,90Vergeten vrouwengeschiedenissen
De Bourgondische tijd was in alle opzichten voorspoedig maar niet voor de positie van de edelvrouw. In deze overgangstijd van middeleeuwen naar renaissance pikten mannen het niet langer dat vrouwen in eigen naam bestuurden. De vrouwen verzetten zich, soms met de moed der wanhoop, tegen deze evolutie. De eerste vrouw die alarm sloeg was Christine de Pisan (†1430), maar ook later bestreden vele edelvrouwen de teloorgang van hun waardigheid. Tien edelvrouwen passeren de revue: Margaretha van Brabant, Margaretha van Male, Christine de Pisan, Jeanne d’Arc, Isabella van Portugal, Guigone de Salins, Jacoba van Beieren, Maria van Bourgondië, Johanna de Waanzinnige, Margaretha van Oostenrijk. Ze waren vaak moedig maar steeds meer machteloos. De Maesschalck brengt deze vrouwen voor het voetlicht en laat hen opnieuw schitteren. Tussendoor gaat aandacht naar fenomenen als bastaards, nonnen, begijnen, zieneressen, politiek actieve vrouwen en vermeende heksen, vrouwenkleren en juwelen, en bovenal naar liefde, seks en ongepaste mannengrappen.
Edward De Maesschalck publiceerde spraakmakende boeken over de Bourgondische vorsten, de graven van Vlaanderen en de Habsburgers.





