De verovering van Noord-Amerika
€ 19,90
Wij kennen maar één kant van de geschiedenis van Amerika: die van de Europese kolonisator. Dit boek beschrijft de andere kant. We leren de Amerikaanse geschiedenis – met name die van Noord-Amerika – kennen door de bril van de inheemse volkeren. De verovering van Noord-Amerika begint in 1492, als de kolonisatie van Amerika op gang komt. De inheemse bevolking wordt bewust besmet met dodelijke ziekten, verplaatst, achtergesteld en deels geassimileerd. De inheemse volkeren en culturen overleven hun bijnavernietiging, maar de effecten van deze kolonisatie zijn tot op de dag van vandaag merkbaar.
Tahir Vladi (1978) studeerde American Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen en is gespecialiseerd in de geschiedenis van de inheemse volkeren van het Amerikaanse continent.
Gerelateerde boeken
-
Nieuwe Drentse Volksalmanak 2026 | 143ste jaar
€ 24,90De Nieuwe Drents(ch)e Volksalmanak, opvolger van de Drents(ch)e Volksalmanak (1837-1851), verschijnt sinds 1883. In de loop van de jaren is de almanak uitgegroeid tot het historisch en archeologisch jaarboek van Drenthe. Het is hét podium voor zowel professionele onderzoekers als amateurhistorici en -archeologen die de resultaten van hun onderzoek op wetenschappelijk verantwoorde wijze aan een breed publiek willen presenteren.
In dit nummer onder andere Middeleeuwse bewoning en cultuurlandschap in Weerdinge (Theo Spek), Karolingische muntschatten in Drenthe (IV), Synthese (Wijnand A.B. van der Sanden), Nabuurschap en kraamzorg vanaf 1870 (Klaas Koops) en werkverschaffing in Noord-Drenthe (Casper Colenbrander).
Met veel historische afbeeldingen
Redactie geschiedenisdeel: Guido Abuys, Ineke den Hollander, Vincent Tassenaar, Joke Wolff en Jan van Zijverderen
Redactie archeologiedeel: Irini Biezeveld, Floor Huisman, Mans Schepers, Jelke Take, Vincent Van Vilsteren en Karen de Vries
-
Kleur Veenhuizen
€ 29,95KLEUR VEENHUIZEN is het handboek bij de kleurenwaaier voor Veenhuizen. Het is gemaakt voor bewoners, eigenaren en beleidsmakers, maar ook voor wie nieuwsgierig is naar de ontstaansgeschiedenis van de gebouwen en het landschap.
De ‘pauperkolonie’ Veenhuizen werd in 1822 gebouwd om bedelaars, landlopers en arme gezinnen uit de grote steden een beter bestaan te geven op het platteland. Gaandeweg ontwikkelde Veenhuizen zich tot een strafkolonie. De transformatie tot gevangenisdorp bracht een enorme bouwproductie op gang. Aan het begin van de 20e eeuw was Veenhuizen een zelfvoorzienend gevangenisdorp geworden met scholen, kerken, een hospitaal, werkgebouwen, boerderijen en dienstwoningen waarin het leven tussen gevangenen en bewoners sterk met elkaar vervlochten was. Tot 1983 was Veenhuizen gesloten voor publiek. Hier woonde alleen wie er ook werkte. Met uitzondering van de kerken was heel Veenhuizen in bezit van het Rijk en werd door het Rijk collectief beheerd en onderhouden.
Veenhuizen is ondertussen veranderd van een Justitiedorp in een woonlandschap met daarin nog steeds een aantal in gebruik zijnde gevangenissen. De overgang van één grote eigenaar naar vele eigenaren betekent de overgang van collectief naar individueel uitgevoerd onderhoud en beheer. Vooral bij de woonhuizen worden de gevolgen hiervan zichtbaar. Ramen worden vervangen, luiken verdwijnen en het schilderwerk van de onderdelen krijgt andere kleuren. Daardoor vervagen de zo karakteristieke reeksen en families van gebouwen.
Het handboek en de kleurenwaaier richten zich op de modelwoningen en -boerderijen uit de periode tussen 1884 en 1930 en op de structurerende en terugkerende onderdelen van de bebouwing en het landschap. Daar zijn een aantal praktische redenen voor. De grondtoon van Veenhuizen ligt verankerd in de herhaalbare gebouwtypes en de algemene dragers van het landschap. Het zijn met name deze woningen en boerderijen die particulier beheerd en onderhouden gaan worden en die belang hebben bij toegankelijke en hanteerbare kennis. Het handboek vult de kleurenwaaier aan met kennis van de gebouwen, hoe ze zijn gebouwd, met welke bouwmaterialen, details en kleuren. En het laat de landschappelijke onderdelen zien die het karakteristieke beeld bepalen, in de straat en op het erf.
-




