Gelede boerderijen in Fryslân
€ 29,90
De meeste mensen denken bij Friese boerderijen aan de drie traditionele modellen: de kop-hals-romp-, de kop-romp- en de stelpboerderij. Veel minder bekend zijn de opmerkelijke boerderijen die vanaf het begin van de twintigste eeuw in Fryslân verschijnen, waaronder de zogenoemde gelede boerderijen.
De introductie van dit boerderijmodel paste bij het vooruitstrevende karakter van grote particuliere en institutionele landeigenaren en van boeren die op zoek waren naar manieren om hun stalinrichting en boerderijbouw te moderniseren. Bij de gelede boerderij stonden een goed stalklimaat, de gezondheid en het welzijn van het vee, een betere hygiëne en productkwaliteit, brandveiligheid en een efficiënte bedrijfsvoering centraal. Kenmerkend was de komst van de zogenoemde Hollandse stal, die sterk bijdroeg aan het succes van deze bouwvorm. In Gelede boerderijen in Fryslân worden deze opmerkelijke boerderijen voor het eerst in boekvorm uitgebreid belicht.
Hans de Haan en Jacob H.P. van der Vaart zijn verbonden aan de Boerderijenstichting Fryslân en deden de afgelopen tien jaar onderzoek naar de modernisering van de boerderijbouw en de stalinrichting in Fryslân in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Gerelateerde boeken
-
Er hangt iets van lente in de klas…
Nederlandstalige onderwijsgedichten vanaf de dertiende eeuw tot nu€ 39,90 -
Een leven lang leren
€ 29,90Aulus Gellius, een Romeinse schrijver die leefde in de tweede eeuw na Christus, had altijd een notitieboekje op zak. Hij studeerde filosofie in Athene waar hij ’s nachts begon aan het schrijven van een reeks essays over taal, literatuur en geschiedenis, die hij zou bundelen onder de titel Attische nachten.
Gesprekken, discussies en lectuur vormden stof voor zijn essays, die veel amusante anekdotes bevatten over beroemde persoonlijkheden als Socrates, Demosthenes en Epictetus. Tegelijk klinkt in zijn werk een satirische stem door die met vuur menselijke gebreken op de korrel neemt. Ook nodigt hij zijn lezers uit tot nadenken over vragen die nog altijd actueel zijn: over zwijgen en spreken, vrijheid, geluk en vriendschap.
Attische nachten is een hoogtepunt uit de klassieke traditie. Het oudst bewaarde exemplaar werd in 836 overgeschreven in het klooster van Fulda. Dit handschrift is opgenomen in de collectie van Tresoar en wordt gezien als het oudste boek in Nederland.
Tinne Horemans vertaalde voor deze bloemlezing als eerste deze essays in het Nederlands. Zij is leerkracht Nederlands en Latijn en schreef eerder artikelen voor het tijdschrift voor antieke cultuur Hermeneus.
-
Sextus Propertius
€ 34,90‘Ik echter vecht met verzen in mijn krappe bedje: wijd je dagen aan wat jij het beste kan!’
Geen enkele andere Romeinse dichter dompelde zich zo onder in de liefde als Sextus Propertius (ca. 50 – 15 v.Chr). Zijn gedichten zijn daardoor uniek. Consequent stelt hij in flitsende versregels de vrouwelijke deugden tegenover de mannelijke, de zachtheid tegenover de strengheid, de lichamelijke liefde tegenover de lichamelijke kracht, de elegie (het vers van de liefde) tegenover het epos (het vers van de strijd).
Hij maakt ons deelgenoot van alle emoties die bij de intense liefde horen: genot, afgunst, teleurstelling, hoop en wanhoop, angst voor verlies, vreugde bij terugkeer, in amusante of pijnlijke situaties. Hij is een meester in zijn genre, de grootste van de Romeinse elegiedichters, aan wie de bekendere Ovidius schatplichtig was.
‘Wanneer de uren zijn besteed aan menig schaal, en Venus nachtelijke offerdiensten eist,
voldoen wij uitgelaten in ons bed de schatting: zo voltooien wij dan jouw verjaardagsfeest.’
Het bezingen van de liefde bracht Propertius in conflict met de strenge moraal onder Augustus. In zijn laatste boek stapt hij noodgedwongen af van de liefde en biedt hij ons ongewone portretjes van Rome en haar geschiedenis. Maar vooral viert hij de liefde.
Deze nieuwe integrale vertaling van het werk van Sextus Propertius is van de hand van l.j. Deuss. Afgestudeerd in culturele antropologie en rechten, studeerde hij na zijn werkzame leven Keltische en klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Eerder schreef hij artikelen en boeken over zijn vakterreinen; regelmatig schrijft hij boekrecensies voor Hermeneus, het tijdschrift van het Nederlands Klassiek Verbond.




