Harlingers en hun wapenborden (1740-1910)
€ 49,90
Bestuurders van instellingen in Harlingen lieten tussen 1740 en 1910 trots hun wapens afbeelden op grote schilderijen. Sommigen hadden al generaties lang een familiewapen, anderen lieten er speciaal een maken. Van deze unieke Harlinger wapenborden zijn veertien bewaard met in totaal ongeveer vijfhonderd wapens. Het gaat om wapenborden van de armenvoogdij, de diaconie, de schutterij en het weeshuis, evenals een wapenbord van het bestuur van de Friese Admiraliteit.
In dit boek bieden Dirk Zeilmaker en Kees Kuiken een compleet overzicht van de wapens en de achtergrond van de personen aan wie ze toebehoorden. Onmisbaar voor wie belang stelt in heraldiek en genealogie, maar ook voor historisch geïnteresseerden in Harlingen.
Gerelateerde boeken
-
Stabij
€ 17,90Tjibbe Hooghiemstra (beeldend kunstenaar) en Douwe Kootstra (schrijver en verteller) zijn gek op stabijs. Tjibbe heeft al jaren zulke honden. Die inspireerden hem tot een uitgebreide serie tekeningen.
Los van de verbeeldingen van Tjibbe schreef Douwe verhalen die één overeenkomst hebben: een stabij speelt de hoofdrol. De mix van beeld en tekst maakt Stabij tot een bijzonder boek. Geen hondenboek in de klassieke zin maar een ode aan de mens in de hond.
-
-
Rijk, maar niet in geld
€ 49,95Rijk, maar niet in geld vertelt het verhaal van twee opeenvolgende Friese uitgevers, Kamminga en Laverman, tegen de achtergrond van de intellectualisering van het Fries tussen 1920 en 1970. Deze periode is achteraf beschouwd de ‘Gouden halve eeuw’ van de Friese cultuur: in die halve eeuw settelde het Fries, dat begin 1900 nog een volkstaal was, zich stevig als cultuurtaal, en dat ging gepaard met (en hing ook samen met) een opbloei van de Friestalige cultuur.
De taal is in die periode zowel geïnstitutionaliseerd als geïntellectualiseerd en met name aan die intellectualisering hebben de uitgevers van nature een belangrijke bijdrage geleverd. In die halve eeuw verschenen zo’n 3500 Friese titels op een breed gebied, waaronder kinderboeken, prentenboekjes, literatuur, biografieën, studies over ruimtevaart, sportboeken, handboeken op allerlei gebied, reisgidsen en kookboeken.
Het boek gaat dieper in op de manier waarop uitgevers functioneren in een bepaalde ontwikkelingsfase van een minderheidstaal. En niet alleen dat, maar ook hoe ze functioneerden te midden van andere instituties, zoals emancipatiebewegingen, (semi-)overheidsorganen en culturele en wetenschappelijke instellingen. Waar uitgevers in grotere taalgebieden vooral te maken hebben met de markt en in mindere mate met die institutionele achtergrond, is die verhouding in een kleinschalige omgeving geheel anders.
Tegelijk biedt dit boek ook een kijkje in de uitgeverskeuken. Dat gebeurt aan de hand van de opeenvolgende uitgevers Kamminga (ruwweg voor 1945) en Laverman (ruwweg ná 1945). Daarbij staat Kamminga model voor de aanvankelijk vernieuwingsdrang en latere politisering van het interbellum en Laverman voor de consolidatie van de naoorlogse periode. Ook de andere Friese uitgevers komen overigens uitgebreid aan bod.
Louw Dijkstra (1958) studeerde theologie, maar koos na zijn afstuderen voor een loopbaan in het boekenvak. Na een aantal jaren als vertaler voor verschillende Nederlandse uitgevers te hebben gewerkt, richtte hij in 1994 samen met een compagnon een eigen Friese uitgeverij op. Op dit moment is hij uitgever van Wijdemeer.





