Het halve dorp moest verhuizen
€ 29,90
Friesland ligt bezaaid met honderden terpdorpen, met elk een eigen kerk. Veehouders, ambachtslieden en arbeiders werkten er samen in een alledaagse werkverdeling en in (ogenschijnlijke) gemoedelijkheid. Zo ook in Hijlaard, iets ten zuidwesten van Leeuwarden.
Op kerkelijk gebied groeide echter in de loop van de negentiende eeuw een schisma dat achteraf gemakkelijk aanwijsbaar is, maar door de dorpelingen lange tijd niet als zodanig werd ervaren. Orthodoxe en vrijzinnige hervormden groeiden uit elkaar, waarbij in Hijlaard vooral twee veehouderfamilies tegenover elkaar stonden. Die tweestrijd kwam tot uiting in een breuk: de Doleantie van 1887. Een meerderheid van de bevolking brak met de Hervormde Kerk, verloor daardoor haar kerkelijke bezittingen en stichtte vervolgens een eigen kerk en kerkgebouw.
Ook elders in Nederland werden dorpsgemeenschappen gespleten door de Doleantie, maar in Hijlaard liet zich de strijd tot in bijzonderheden reconstrueren: geen enkele Hijlaarder kon ontkomen aan het maken van een keuze (tot en met ‘de dronkaard en de gek’). En toen de vrijzinnigen de strijd hadden gewonnen, volgde hun wraak – het halve dorp moest verhuizen.
Kees Bevaart studeerde Culturele antropologie en Theorie en methoden van de eigentijdse geschiedenis aan de Vrije Universiteit.
Gerelateerde boeken
-
Al Andalus 711-1494
€ 32,90In de achtste eeuw veroveren de moslims het Iberisch schiereiland Spanje. Al-Andalus (Arabisch Spanje) groeit uit tot een zelfstandig kalifaat met een grote welvaart. Drie eeuwen later heroveren de christenen het gebied in een strijd die bekend staat als de ‘reconquista’. Toledo, Cordoba en Sevilla worden één voor één ingenomen. Na ca. achthonderd jaar valt in 1492 het doek definitief voor Al-Andalus als de katholieke koningen Ferdinand en Isabella het emiraat Granada inlijven bij de rest van Spanje.
Tijdens die acht eeuwen leefden moslims, joden en christenen samen. Vreedzaam en tolerant, zoals sommigen graag geloven. Maar klopt dit met de historische werkelijkheid? Luk Corluy sloopt in dit boek deze mythe. Er was een constante spanning door wederzijdse achterdocht, burgeroorlogen tussen rivaliserende islamitische clans en achterstelling van joden en christenen. Na de herovering van Al-Andalus door de christenen gedoogden de christelijke vorsten de achtergebleven moslims en de islam, maar onder christelijk gezag. Dat was voor de meeste moslims onaanvaardbaar. Moslims en joden kregen de keuze: zich bekeren of het land verlaten. De tolerantie en vreedzaamheid verdampten.
Luk Corluy studeerde filosofie, sociologie en economie en was verbonden aan het departement Economie van de KU Leuven.
-
-
En toch zal ik
€ 14,90Marten Douwes Teenstra maakte in zijn tijd naam in de koloniën en als schrijver. Door zijn reizen, eerst in ‘de Oost’, later in ‘de West’ werd hij één van de eerste voorstanders van afschaffing slavernij (abolitionist). Nog vóór Max Havelaar (1860) en De hut van oom Tom (1852) verschenen, veroordeelde Marten al de barbaarse behandeling van de slaafgemaakten in Zuid Afrika, Java en Suriname. Het werd hem niet in dank afgenomen en leverde hem een ‘functie elders’ op.
Met zijn felle woordkeuze maakte Marten zich bij veel mensen niet geliefd. Naast zijn voortdurende strijd tegen de slavernij bleef hij tot zijn dood aantrappen tegen schijnheiligheid en hypocrisie, tegen ‘Cocksianen’, ambtenaren en bijgelovigheid.
Marten was lid van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij,
en na zijn terugkeer in Groningen bestookte hij de regering in Den Haag onvermoeibaar met verzoekschriften om een einde te maken aan de slavernij in de Nederlandse koloniën. Mede door zijn inbreng kwam na 1854 de discussie over de slavernij op gang, waarna vlak voor zijn dood op 1 juli 1863 de slavernij werd afgeschaft.Toch is zijn naam voor veel mensen nu onbekend. Door dit boek krijgt de naam Teenstra weer de bekendheid die het verdient.




