Leuven en zijn colleges
€ 29,90
Studenten komen al eeuwenlang uit alle windstreken van de Lage Landen naar de Katholieke Universiteit Leuven (gesticht in 1425). Van Artesië in het zuiden tot Friesland in het noorden. Filips Willem, zoon van Willem van Oranje, Marnix van Sint-Aldegonde, Johan van Oldenbarnevelt, Erasmus, Dodoens, Vesalius, Mercator, zelfs paus Adrianus van Utrecht, zaten er op de studiebanken. Leuven was hét trefpunt van het intellectuele leven in de Nederlanden. Edward De Maesschalck geeft een verrassend en vernieuwend beeld van een tot nu toe onderbelicht maar belangrijk facet van de universiteitsgeschiedenis: de colleges. Deze werden gesticht door weldoeners die hun bezittingen voorbestemden om tot ver na hun dood te voorzien in de kost en inwoning voor familieleden, streekgenoten of gewoon voor arme studenten. Het was mecenaat avant-la-lettre, een zeldzame kans om de maatschappelijke ladder te beklimmen.
Gerelateerde boeken
-
Hoog geboren, ambitieus en eigenzinnig
Marie Catherine Josephe, gravin van Merode en prinses van Rubempré en Everberg (1743-1794)€ 35,00 -
De liederlijke middeleeuwen
€ 24,90De middeleeuwen van ridders en jonkvrouwen, lieflijke liederen van minnezangers zijn het resultaat van al te brave beeldvorming en in grote lijnen een concept van de negentiende eeuw. Maar hoe schraap je het laagje zoet glazuur van de mythe? De middeleeuwse cultuur laat, naast en zelfs lijnrecht tegen de hoofse idealen in, in woord en beeld een rauwere werkelijkheid doorschemeren. De teksten met diepreligieuze gebeden bevinden zich in het gezelschap van poepende jongeren en verleidelijke naakten …
Is het gewoon humor? Bedoeld als aangename verpozing voor de lezer? Of willen die erotische tekeningen de tekst gewoon afbakenen? En hoe rijm je het ideaal van de hoofse liefde met de machocultuur waarbij de man voorrang geeft aan bevrediging van zijn begeerte boven de smachtende en geduldige liefde? Kunnen we met de blik van de eenentwintigste eeuw de meerzinnige betekenis van woorden en beelden wel helemaal doorgronden?
-
Stemmen van de bevrijding
€ 29,90‘Ik zou eigenlijk Aaltje heten,’ vertelt Victoria Liberta Schuur. Maar ze werd uiteindelijk niet naar haar grootmoeder genoemd, maar naar een Canadese tank waarop de woorden ‘Victory’ en ‘Liberty’ waren geverfd. Het echtpaar Schuur uit Wagenborgen zocht tijdens de bevrijding van hun dorp een veilig heenkomen in de schuilkelder van psychiatrisch centrum Groot Bronswijk tezamen met bijna duizend patiënten. Terwijl de kogels en granaten door de straten vlogen, kwam in de schuilkelder nieuw leven ter wereld.
Het verhaal van Ria Schuur is een van de vele en bijzondere verhalen in Stemmen van de Bevrijding, over 75 jaar vrijheid in stad en provincie Groningen. Dagblad van het Noordenjournalist en auteur Frank von Hebel schrijft onder meer over de dagenlange strijd om de stad Groningen, de evacuatie van Appingedam, plunderende Canadezen en de uitputtende vrouwenmars van 116 verzetsstrijders van Westerbork naar Visvliet. Hij stuitte bij zijn zoektocht op een verbijsterend dagboek over de lange zwerftocht van tientallen gezinnen in de regio Delfzijl die voor de gevechten vluchtten en hij sprak met een van de nabestaanden van de slachtoffers die na de bevrijding bij een munitie-ontploffing in Spijk om het leven kwamen.
‘Stemmen van de bevrijding’ is een samensmelting van interviews, dagboekfragmenten, ingezonden verhalen, uniek archiefmateriaal, artikelen en boeken.
Frank von Hebel is journalist bij Dagblad van het Noorden. Eerder schreef hij ‘Mesdag, het leven in een tbs-kliniek’, ‘Mijn Bevrijding’, ‘De slag om de stad Groningen’ en de thriller ‘Graf van klei’. -
Rijk, maar niet in geld
€ 49,95Rijk, maar niet in geld vertelt het verhaal van twee opeenvolgende Friese uitgevers, Kamminga en Laverman, tegen de achtergrond van de intellectualisering van het Fries tussen 1920 en 1970. Deze periode is achteraf beschouwd de ‘Gouden halve eeuw’ van de Friese cultuur: in die halve eeuw settelde het Fries, dat begin 1900 nog een volkstaal was, zich stevig als cultuurtaal, en dat ging gepaard met (en hing ook samen met) een opbloei van de Friestalige cultuur.
De taal is in die periode zowel geïnstitutionaliseerd als geïntellectualiseerd en met name aan die intellectualisering hebben de uitgevers van nature een belangrijke bijdrage geleverd. In die halve eeuw verschenen zo’n 3500 Friese titels op een breed gebied, waaronder kinderboeken, prentenboekjes, literatuur, biografieën, studies over ruimtevaart, sportboeken, handboeken op allerlei gebied, reisgidsen en kookboeken.
Het boek gaat dieper in op de manier waarop uitgevers functioneren in een bepaalde ontwikkelingsfase van een minderheidstaal. En niet alleen dat, maar ook hoe ze functioneerden te midden van andere instituties, zoals emancipatiebewegingen, (semi-)overheidsorganen en culturele en wetenschappelijke instellingen. Waar uitgevers in grotere taalgebieden vooral te maken hebben met de markt en in mindere mate met die institutionele achtergrond, is die verhouding in een kleinschalige omgeving geheel anders.
Tegelijk biedt dit boek ook een kijkje in de uitgeverskeuken. Dat gebeurt aan de hand van de opeenvolgende uitgevers Kamminga (ruwweg voor 1945) en Laverman (ruwweg ná 1945). Daarbij staat Kamminga model voor de aanvankelijk vernieuwingsdrang en latere politisering van het interbellum en Laverman voor de consolidatie van de naoorlogse periode. Ook de andere Friese uitgevers komen overigens uitgebreid aan bod.
Louw Dijkstra (1958) studeerde theologie, maar koos na zijn afstuderen voor een loopbaan in het boekenvak. Na een aantal jaren als vertaler voor verschillende Nederlandse uitgevers te hebben gewerkt, richtte hij in 1994 samen met een compagnon een eigen Friese uitgeverij op. Op dit moment is hij uitgever van Wijdemeer.




