Mijn 1000 soortentuin
€ 24,90
In tuinen leven veel meer soorten dieren en planten dan je denkt. Luc Hoogenstein ging de uitdaging aan om binnen een jaar 1000 soorten in zijn tuin waar te nemen. Deze zoektocht overtrof zijn stoutste verwachting; maar liefst 1500 soorten trof hij aan in zijn heel gewone stadstuin! Hoe? Mijn 1000 soortentuin is een praktische handleiding, waarin Luc beschrijft wat je nodig hebt om zoveel soorten in je eigen tuin te vinden – van boeken en websites tot loepjes, mobiele telefoon en apps – en geeft hij tips-and-tricks om planten, vogels, libellen, vlinders en nachtvlinders, bodemdieren, korstmossen, mossen en zoogdieren te vinden of in je tuin te ‘lokken’. Dit alles doorspekt hij met humorvolle anekdotes.
Ga zelf aan de slag met de zoekkaart die in het boek is opgenomen en vind de eerste 100 soorten in jouw eigen tuin of op je balkon! Dan smaakt het vanzelf naar meer.
Luc Hoogenstein is een bekende bioloog en prijswinnend natuurfotograaf. Hij publiceert in binnen- en buitenland.
Lees hier het interview met de auteur in de NRC.
Beluister op Radio 1 (België), NPO Radio 2 Spijkers met koppen
Gerelateerde boeken
-
-
Drenthe Waterland
€ 30,00Voordat de mens in Drenthe kwam wonen, was er bijna alleen maar veen. Stond je aan de zuidrand, dan lag er voor je een onafzienbaar moerasgebied. Het was een immense, ontoegankelijke zone van zompige velden en grote waterpartijen. Ondenkbaar om hier doorheen te komen. Bescheiden berkenboompjes staken her en der uit het water omhoog en een aanzienlijk deel van de opslag werd al snel verstikt door het zuurstofarme veen. Deze omgevallen berkenboompjes toonden zich als witte stillevens op het moeras. Ondertussen wemelde het van de insecten, steekmuggen en andere zoemende wezens. Veenpluis en veenmos heersten hier, voor de mens was duidelijk geen plek. Wie in latere tijden met paard en wagen of te voet van het zuiden van Drenthe richting Groningen wilde, had tot ver in de huidige jaartelling een probleem. Er bestond maar één goede route: over de Hondsrug. Die verhoging in het landschap, eigenlijk bestaande uit meerdere stuwwallen, was dé manier om deze regio te doorkruisen en het levensgevaarlijke veenmoeras te omzeilen. Drenthe; dat bestond eigenlijk uit één grote ontoegankelijke waterbak. Deze regio was een spons van duizenden jaren verzameld water.
In ‘Drenthe Waterland’ laat fotografe Karin Broekhuijsen samen met schrijvers Reinout van den Born en Grieta Spannenburg zien dat ook in de huidige tijd het water een grote rol speelt in het Drentse landschap. Van het Leekstermeer tot de vele diepjes, de kanalen, zandpoelen en het veen. Water is een groot onderdeel van Drenthe, al wordt het daar niet vaak mee geassocieerd.
De prachtige foto’s van Karin worden ondersteund door de teksten van Reinout en Grieta waardoor ‘Drenthe Waterland’ meer is dan een fotoboek. Het laat de geschiedenis, heden en toekomst zien van het Drentse water.
-
-
Fauna en Flora van de Vlaamse kust
€ 17,50De historische Vlaamse kust maakt deel uit van de Noordwest-Europese kustvlakte die zich uitstrekt van Noord-Frankrijk tot Denemarken. Deze gids behandelt een lang en smal gebied van ongeveer 120 kilometer lang en minder dan 5 kilometer breed. De grensoverschrijdende (Nederland, België en Frankrijk) regio herbergt een grote variatie aan leefgebieden voor fauna en flora: zandstranden, slikken, schorren, stuivende duinen, mosduinen, duinpannen, duingraslanden, duinstruwelen en duinbossen. Ook oudere, ontkalkte duingebieden met soorten die kenmerkend zijn voor zure, droge zandgronden kunnen we er aantreffen. Leefgebieden van rotskusten worden hier vervangen door golfbrekers, staketsels en andere door de mens aangebrachte structuren.
Fauna en Flora van de Vlaamse kust is het vierde deel in de reeks schitterende veldgidsen over belangrijke natuurgebieden in de Benelux. Ze zijn geïllustreerd met prachtige diarama’s van de leefgebieden en honderden levensechte illustraties van de soorten door de bekende Catalaanse natuurillustrator Toni Llobet. De teksten zijn van de vooraanstaande veldecoloog Hans Baeté, en dit alles onder wetenschappelijke leiding van professor Bart Muys.





