Muizentanden en steunberen
€ 24,90
Hoe maak je eigenlijk een baksteen? En wat heb je nodig voor het vervaardigen van glas? Wie bepaalt hoe een gebouw eruitziet? En kan dat allemaal zomaar; bouwen?
Ook in de middeleeuwen wilden mensen een dak boven hun hoofd hebben. Maar je kon niet even naar de bouwmarkt, of dakpannen bestellen via internet. Toch bouwde men toen al kerken en kloosters, stadhuizen en markthallen, en ontelbare huizen. En veel daarvan staan er nog steeds!
Om te ontdekken hoe ze dat deden, gaan we in dit boeiende boek op reis langs bossen en bergen, rivieren en bouwplaatsen. Wat voor spullen had de middeleeuwer nodig? En wie hielpen er allemaal mee?
In Muizentanden en steunberen ontdek je alles over de vaak halsbrekende toeren die de middeleeuwers moesten uithalen om hun kerken, kastelen, torens en huizen te bouwen. Hoewel dit boek in eerste instantie een kinderboek is, biedt het ook volwassenen volop stof tot nadenken. Dankzij de QR-codes die verdieping en extra context geven, vormt het een inspirerende leeservaring voor jong én oud
Gabri van Tussenbroek is specialist bouwhistorie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en hoogleraar Bouwhistorie aan de Universiteit van Amsterdam.
Joris Snaet is doctor in de Kunstwetenschappen, illustrator en cartoonist.
Gerelateerde boeken
-
-
Wat het hele dorp wist
€ 14,90Lion woont in Israël. Voor zijn zestiende verjaardag mag hij met zijn moeder en opa op vakantie naar Nederland. Daar groeide opa op in Friesland. Lion heeft vaak gevraagd naar opa’s leven van toen, maar antwoord kreeg hij nooit. De geschiedenis van zijn grootvader heeft iets te maken met de Tweede Wereldoorlog. Hij was toen een peuter, dus hoe zit dat precies?
Misschien kan hij dat vertellen als hij terug is in zijn oude dorp. Maar als Lion ziet hoe moeilijk opa het heeft met dat verleden, vraagt hij zich af of deze reis wel zo’n goed idee was.Leeftijd 14+
-
Nijntje yn it museum
€ 7,95“Nijntje en har heit en mem gien nei it museum. Heit pluis fynt nijn te lyts, nijn is noch mar in pjut.
‘Te lyts, rôp mem, hoe komst der by’. Nijn sei, ‘ik bin al grut’ en dus giet nijn mei nei it museum. Dat fynt nijn hartstikke moai. Nijntje sjocht skilderijen, in mobile en sels in stienen byld. ‘en letter oer in jier as wat as ik wat grutter bin dan tink ik dat ik keunstner wurd'” -





