Natuur is te-veel mens
€ 24,90
Alleen al in de afgelopen vijf jaar is er veel veranderd in het denken over natuur. Wat tot voor kort zweverig was, is dat inmiddels niet meer – kunnen dieren en planten communiceren, hebben ze rechten? De natuur is bedreigend – de wolf, hitte en overstromingen, maar ook helend – ga wandelen om tot rust te komen). We redden bedreigde natuur, waar anderen dat juist niet doen en de economie voorrang geven. Toch stellen we maar weinig indringende vragen over onze ingewikkelde relatie met de natuur. Was natuur vroeger anders dan nu? Leefden we vroeger inheems en nu niet meer? Is er een plek in de natuur waar jij je niet veilig voelt?
De lezer krijgt hier geen feitenkennis over de natuur voorgeschoteld, maar wordt aangemoedigd om na te gaan hoe we (zelf) beter mens kunnen zijn. Zijn we onderdeel van de natuur, of projecteren we te veel verlangens en gevoelens op de planten en dieren om ons heen? Mag de natuur zichzelf zijn? Mag de mens zichzelf zijn? Paul Roncken laat de lezer hierover nadenken aan de hand van zestien verrassende natuurvragen – en vragen achter de vragen. Doel is om het woord ‘natuur’ voorlopig maar niet te gebruiken en op zoek te gaan naar andere woorden en betekenissen die beter uitdrukken wat de essentie is. Of wat de non-verbale relatie is met het anders-dan-menselijke.
Paul A. Roncken (1972) is landschapsarchitect, natuurfilosoof en dichter. Hij is al meer dan 25 jaar docent en onderwijsontwikkelaar aan Wageningen University & Research en promoveerde in 2018 op een nieuwe ontwerpfilosofie om het sublieme terug te brengen in natuur, landbouw en steden. Roncken was tot mei 2026 directeur van NatuurCollege. De illustraties in het boek zijn van kunstenaar Erik Odijk. Het ontwerp is van Akkie Bosje. De tekstredactie in samenwerking met dichter Ingmar Heytze.
Bekijk ook de campagne-pagina: https://noordboek.nl/natuur-is-te-veel-mens/
Gerelateerde boeken
-
-
Sweltsjes fan Gaast
€ 15,00Theunis Piersma is heechlearaar Trekfûgelekology yn Grins en is in ynternasjonale autoriteit op dat gebied. Op syn fakgebied hat Piersma in ôfgryslik soad skreaun. Yn syn frije tiid docht er yn syn wenplak Gaast ûndersyk nei sweltsjes. Syn buorfrou frege him ‘Wêr bliuwe ús sweltsjes winterdeis, Theunis’. Dy fraach wie oanlieding foar in syktocht nei sweltsjes, nei hoe’t se libje en wêr’t se bliuwe.. Piersma ferstiet de keunst om syn wittenskiplik ynsjoch oer de bringen oan in breed publyk sûnder de kwaliteit te koart te dwaan. Dit is syn earste boek yn syn memmetaal. In oade oan sweltsjes en oan Fryslân.
-




