Plantenvademecum
€ 39,90
Of je nu een tegeltuin, een moestuin of een riant landgoed hebt, en of je nu veel of weinig tijd hebt, iedereen kan een natuurrijke tuin aanleggen. Dit boek laat zien met welke keuzes in beheer en beplanting het leven in je tuin toeneemt. Het maakt duidelijk wat biodiversiteit is. Het laat je zien dat alle tuinen samen de betekenis van een natuurgebied van formaat kunnen hebben.
Na de uitleg van de basisprincipes voor ecologisch beheer volgt een uitgebreid plantenoverzicht met foto’s, beschrijvingen en tips gericht op bloembezoek door bijen en vlinders. Een overzicht van de meest voorkomende wilde bijen en enkele handige tabellen helpen je verder op weg. Het Plantenvademecum voor wilde bijen, vlinders en biodiversiteit in tuinen is dé vraagbaak voor professionals en amateurs.
Tekst en fotografie zijn van planten- en bijenexpert Arie Koster, autoriteit op het gebied van biodiversiteit.
Gerelateerde boeken
-
-
Fauna en flora van de Kempen
€ 17,50Met deze sterk visuele veldgids in de hand start de ontdekkingstocht in het prachtige landschap van de Kempen en Maas. Het gaat om het grensoverschrijdende gebied tussen Tilburg, Eindhoven, Leuven en tot Hasselt. Ontdek meer dan 700 bijzondere planten en dieren als de Kempense heidelibel, de boomvalk, de ijsvogelvlinder en dophei. De achtergrondinformatie en prachtige biotoopplaten en waarneming tips maken dat ontdekken nog gemakkelijker. Met deze gids kan de wandelaar, fietser en iedere natuurliefhebber op stap in dit uitgestrekte natuurgebied gebied op de grens van Nederland en Belgie.
-
Kraanvogels in Nederland
€ 25,00Ruim twintig jaar volgt Herman Feenstra kraanvogels in het Fochteloërveen, het gebied waar het eerste Nederlandse kraanvogelkuiken sinds eeuwen is geboren. Vanaf de eerste ontmoeting is hij gefascineerd door deze unieke vogel en volgt hij alle ontwikkelingen in en buiten het gebied op de voet.
Zo heeft hij de kraanvogelpopulatie zien ontstaan en leert hij elke dag meer over kraanvogels. “Als je hun gedrag kunt lezen en hun behoefte aan veiligheid respecteert, laten ze je toe in hun wereld.”
In dit boek deelt Feenstra zijn kennis. Hij beschrijft, vaak zeer gedetailleerd, wat er in elk broedjaar gebeurt en welke factoren het broedsucces positief of negatief beïnvloeden. Daardoor krijgen we inzicht in wat kraanvogels nodig hebben om zich veilig te vestigen, een nest te bouwen en hun kuikens te laten opgroeien.
De auteur hoopt hiermee een bijdrage te leveren aan de bescherming van deze unieke vogelsoort. Hoewel het aantal kraanvogels in Nederland toeneemt, blijft de ontwikkeling kwetsbaar. Dit boek laat zien wat wij als mensen samen kunnen doen om ervoor te zorgen dat de kraanvogel zich op zijn gemak voelt en wij van deze unieke soort kunnen genieten.
OVER DE AUTEUR
Herman Feenstra verzamelt al vanaf 1977 waarnemingen van vogels in het Fochteloërveen. Vanaf 1985 doet hij dat als vrijwilliger van Natuurmonumenten en sinds 1998 is hij ook actief als wetlandwacht voor Vogelbescherming Nederland. Het is niet verwonderlijk dat hij vanaf 2000 van zijn grote passie zijn werk maakt. Het eerste jaar nog in dienst van de provincie Noord-Brabant, maar een jaar later al als zzp’er, vanuit Bureau De Kraanvogel.
Die naam is niet toevallig gekozen. Herman ontdekte in 2001 het eerste broedgeval van kraanvogels in Nederland sinds eeuwen. Door broedparen en andere kraanvogels jarenlang en vaak dagelijks te observeren, heeft hij een schat aan kennis opgedaan over het gedrag en hun interactie met de omgeving. Die eigen kennis vult hij aan met inzichten die voortkomen uit de literatuur en uitwisseling met (kraan)vogelliefhebbers in binnen- en buitenland.
Herman is onvermoeibaar in zijn strijd voor bescherming van kraanvogels en andere soorten. Hij
deelt zijn kennis en bezorgdheid in rapporten, tijdens bijeenkomsten met natuurorganisaties en overheden, op de website www.kraanvogels.net en in publicaties zoals deze. -
Knooppunt Waddenzee
€ 17,90Miljoenen wad- en watervogels trekken ieder jaar heen en weer tussen hun broedgebieden in Groenland, Scandinavië, West-Europa of Siberië, en hun wintergronden in Europa en Afrika. Als je alle routes van die trekvogels op de wereldbol tekent, zie je halverwege die kaart een druk knooppunt: de Waddenzee!
In het project Metawad hebben onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en de Rijksuniversiteit Groningen vijf compleet verschillende trekvogels van de Waddenzee onderzocht: de kanoet, de drieteenstrandloper, de rosse grutto, de rotgans en de lepelaar. Ze bekeken de vogels niet als ‘bewoners’ van die Waddenzee, maar als gebruikers van een veel groter systeem waar het wad een belangrijk onderdeel van is: het ‘metawad’.
Knooppunt Waddenzee biedt een kleurrijk pallet van portretten van de wetenschappers, die ploeterend met palen en hekwerk achterop hun ets over de kwelder trekken, of uren achtereen in weer en wind – of juist bakkend onder de Afrikaanse zon – naar vogels met kleurringen aan hun pootjes staan te zoeken. Het biedt ook portretten van de vijf onderzochte vogelsoorten. Wat weten we van deze dieren? En vooral: hoe kunnen overheden of natuurbeheerders hun voordeel doen met deze wetenschap?





