Wat is recht?

De receptie van Oudfries recht in de Groninger Ommelanden in de 15e en 16e eeuw
Han Nijdam, Henk D. Meijering

 39,90

In de middeleeuwen maakten ook de Groninger Ommelanden deel uit van het Friese rechtsgebied, dat zich uitstrekte van het Vlie (nu het IJsselmeer) tot aan de Wezer in Duitsland. Vanaf de 12e eeuw is het recht daarvan op schrift gesteld, oorspronkelijk in het Oudfries. Vanaf het begin van de 15e eeuw was de schrijftaal in de Ommelanden het Nederduits (Nedersaksisch), met als gevolg dat de rechtsbronnen vertaald moesten worden. Deze vertalingen zijn in talrijke handschriften uit de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd overgeleverd. Zij zijn goed ingepast in het Groninger recht, en geven tevens een beeld van hun Oudfriese bronnen. In deze studie wordt een belangrijk tekstcorpus daaruit ontsloten.

Henk Meijering is emeritus hoogleraar Fries en Duits aan de Vrije Universiteit en verbonden als gastonderzoeker aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.

Han Nijdam is onderzoeker op het terrein van het Oudfries en het Oudfriese recht aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.

Verschijningsvorm:
Hardcover
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Uitgeverij Bornmeer
Aantal pagina's:
600
Druk:
1
Uitgiftedatum:
19-06-2018
Gewicht:
1108 gram
Afmeting:
237x162x48 mm
ISBN:
9789056154622

Gerelateerde boeken

  • Ik bepaal!

    Ik bepaal!

    Napoleon en Nederland
    Hans van Koningsbrugge
     24,90
  • Tussen Aduard en Auschwitz

    Tussen Aduard en Auschwitz

    En die ene ben ik - Elie Aron Cohen (1909-1993)
    Stefan van der Poel
     22,50

    Tussen Aduard en Auschwitz

    De kampervaringen en de doorwerking daarvan in het leven van Elie Aron Cohen (1909-1993) staan in deze biografie centraal. De oorlog vormde voor hem niet alleen een breuk tussen twee werelden – gesymboliseerd door Aduard en Auschwitz – maar ook tussen Joden en niet-Joden. En zelfs binnen de naoorlogse Joodse gemeenschap trok Elie scheidslijnen. Scheidslijnen die een duidelijke hiërarchie in leed aangaven, maar waarmee hij ook zijn eigen naoorlogse exclusiviteit als kampoverlevende strikt afbakende.

    Elie was naast kampoverlevende tevens arts en schrijver, aspecten die in zijn leven nauw met elkaar verbonden bleven. Het arts-zijn was, zoals hij het zelf cynisch omschreef, ‘het beroep voor de kampen’ en hielp hem te overleven. In zijn publicaties keerde Elie steeds opnieuw terug naar het kamp om zo te getuigen van wat er in de kampen gebeurd was en zijn eigen handelen als ‘prominent’ kritisch te bezien.

    Deze biografie is grotendeels gebaseerd op uniek bronnenmateriaal; met name Elie’s naoorlogse correspondentie vormt de ruggengraat van deze biografie. De vele persoonlijke brieven werpen een helder licht op zijn leven en persoonlijkheid.

     22,50
  • Salang’t de beam bloeit

    Salang’t de beam bloeit

    Koarte skiednis fan de Fryske literatuer
    Joke Corporaal
     16,90

    Salang’t de beam bloeit

    De Fryske literatuer is útdrukking fan de eigenheid fan Fryslân. Troch de iuwen hinne hawwe Fryske skriuwers en dichters yn har eigen taal skreaun: oer harsels, oer har taal en oer har lân. De Fryske literatuer herberget in protte ûnferwachte skatten dy’t de muoite fan it ûntdekken wurdich binne. Salang’t de beam bloeit is dêr in moaie opstap foar. Yn sân haadstikken behannelet literatuerwittenskipper Joke Corporaal de wichtichste ûntjouwingen en skaaimerken fan de Fryske literatuer. Koarte finsterteksten ljochtsje dêrnei de skiednis ta mei sprekkende foarbylden oer hichte- en ek djiptepunten.

     16,90
  • Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de wetenschap

    De begaafde Anna Maria van Schurman kreeg als eerste vrouw in Nederland toestemming om colleges te volgen. De Universiteit van Utrecht bouwde voor de gelegenheid een hokje met een gordijntje voor haar. Van Schurman kon van daaruit de colleges van theoloog Voetius bijwonen, zonder daarbij de mannelijke studenten af te leiden.
    In dit korte essay uit 1641 legt Van Schurman uit waarom het logisch is om meer vrouwen toegang tot de
    universiteit te verlenen. Het argumentatieve geschrift inspireerde Margaret Cavendish en Mary Wollstonecraft en gaf de aanzet tot de eerste feministische beweging. Het zeer invloedrijke essay verschijnt in een geactualiseerde vertaling van Renée Ter Haar, met een voorwoord van Angela Roothaan. Jacob Bouwman zorgde voor de selectie van relevante brieven.

    “Wat een genot om zo’n erudiet pleidooi te lezen van een moedige vrouw. In zijn opdracht noemt tijdgenoot Johan van Beverwijck haar ‘onsterfelijk sieraad onder de vrouwen’. Met recht.” – Trouw

     17,90