Wat is recht?
€ 39,90
In de middeleeuwen maakten ook de Groninger Ommelanden deel uit van het Friese rechtsgebied, dat zich uitstrekte van het Vlie (nu het IJsselmeer) tot aan de Wezer in Duitsland. Vanaf de 12e eeuw is het recht daarvan op schrift gesteld, oorspronkelijk in het Oudfries. Vanaf het begin van de 15e eeuw was de schrijftaal in de Ommelanden het Nederduits (Nedersaksisch), met als gevolg dat de rechtsbronnen vertaald moesten worden. Deze vertalingen zijn in talrijke handschriften uit de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd overgeleverd. Zij zijn goed ingepast in het Groninger recht, en geven tevens een beeld van hun Oudfriese bronnen. In deze studie wordt een belangrijk tekstcorpus daaruit ontsloten.
Henk Meijering is emeritus hoogleraar Fries en Duits aan de Vrije Universiteit en verbonden als gastonderzoeker aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.
Han Nijdam is onderzoeker op het terrein van het Oudfries en het Oudfriese recht aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.
Gerelateerde boeken
-
Fokje Pasma (1865-1956)
€ 24,90De doopsgezinde Friese boerendochter Fokje Pasma (1865-1956) was een zelfbewuste, dienstbare vrouw die haar eigen weg zocht. Ze was de muze van Pieter Jelles Troelstra, bevrijdde zich van een gewelddadige echtgenoot en verschafte zich economische onafhankelijkheid door als alleenstaande moeder alsnog een opleiding te volgen. Ze vestigde zich als vroedvrouw in Oostburg en Vlissingen, waar ze in 1914 het Moederhuis oprichtte. Ook was ze de stuwende kracht achter de oprichting van een Vereniging tot Kraamverzorging en Zuigelingenbescherming in Vlissingen.
Bertus Mulder (Heerenveen, 1949) studeerde arbeidssociologie, was docent sociale geschiedenis en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder schreef hij biografieën over Jaap Nieuwenhuize en Sophie Louisa Kwaak en verschenen zijn studies over Pieter Jelles Troelstra.
-
-
Sextus Propertius
€ 34,90‘Ik echter vecht met verzen in mijn krappe bedje: wijd je dagen aan wat jij het beste kan!’
Geen enkele andere Romeinse dichter dompelde zich zo onder in de liefde als Sextus Propertius (ca. 50 – 15 v.Chr). Zijn gedichten zijn daardoor uniek. Consequent stelt hij in flitsende versregels de vrouwelijke deugden tegenover de mannelijke, de zachtheid tegenover de strengheid, de lichamelijke liefde tegenover de lichamelijke kracht, de elegie (het vers van de liefde) tegenover het epos (het vers van de strijd).
Hij maakt ons deelgenoot van alle emoties die bij de intense liefde horen: genot, afgunst, teleurstelling, hoop en wanhoop, angst voor verlies, vreugde bij terugkeer, in amusante of pijnlijke situaties. Hij is een meester in zijn genre, de grootste van de Romeinse elegiedichters, aan wie de bekendere Ovidius schatplichtig was.
‘Wanneer de uren zijn besteed aan menig schaal, en Venus nachtelijke offerdiensten eist,
voldoen wij uitgelaten in ons bed de schatting: zo voltooien wij dan jouw verjaardagsfeest.’
Het bezingen van de liefde bracht Propertius in conflict met de strenge moraal onder Augustus. In zijn laatste boek stapt hij noodgedwongen af van de liefde en biedt hij ons ongewone portretjes van Rome en haar geschiedenis. Maar vooral viert hij de liefde.
Deze nieuwe integrale vertaling van het werk van Sextus Propertius is van de hand van l.j. Deuss. Afgestudeerd in culturele antropologie en rechten, studeerde hij na zijn werkzame leven Keltische en klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Eerder schreef hij artikelen en boeken over zijn vakterreinen; regelmatig schrijft hij boekrecensies voor Hermeneus, het tijdschrift van het Nederlands Klassiek Verbond.
-




