50 jaar punk in Nederland
€ 29,90
Punk diende zich niet geleidelijk aan. Het sloeg in als een baksteen. Dat gebeurde in januari 1977 met een optreden van de Sex Pistols in Paradiso. De herrie, het ruige uiterlijk, het onderlinge duw- en trekwerk: voor het eerst zag Nederland een subcultuur die geen aansluiting zocht maar confrontatie. Er ging een schok door het land, en dat was precies de bedoeling.
Dit boek beschrijft de Nederlandse punkbeweging aan de hand van vijftig bizarre punkgebeurtenissen uit evenzoveel jaren. De punkbeweging liet poptempels kolken, zorgde voor verbroedering, gaf de aanzet tot veldslagen met de politie onder het motto ‘Geen woning, geen kroning’ en forceerde doorbraken op thema’s als racisme en vrouwenhaat. Vanuit alle kanten werd de politiek bespot en bestormd.
Nog altijd staat punk voor een middelvinger tegen het systeem, creativiteit, anti-establishment en do-it-yourself. Dat was al zo bij het eerste punknummer van eigen bodem in 1977 en is met de recente controverse rondom Bob Vylan nog steeds het geval. De rode draad daarbij is dat punks zeer regelmatig in staat blijken te zijn de publieke agenda te bepalen.
Rens Dietz is communicatiewetenschapper en schrijft over muziekcultuur en de invloed van muziek op de maatschappij. Van hem verschenen eerder de Popatlas. De 100 belangrijkste locaties in de Nederlandse popmuziek.
Gerelateerde boeken
-
-
Slagboom tussen dood en leven
Relaas van een gezin waarvan de ouders werden omgebracht en de zoon miraculeus overleefde€ 14,90Slagboom tussen dood en leven
€ 14,90In Slagboom tussen dood en leven vertelt Alphons Katan (1930-2025) het verhaal van zijn leven. Als enig kind van een Joods (niet-gelovig) echtpaar woonde hij in de Tweede Wereldoorlog in Leeuwarden. Zijn invalide vader was econoom, gaf privélessen en werkte als beëdigd translateur. Als de ouders van Alphons Katan in 1942 kort na elkaar worden gearresteerd, krijgt Alphons onderdak bij Joodse vrienden van het gezin. Met dit bejaarde echtpaar komt hij uiteindelijk terecht in kamp Westerbork, waar hij een half jaar verblijft. Wanneer een tante de Duitsers weet te overtuigen dat haar neefje half-Joods zou zijn, wordt hij vrijgelaten. Hij overleeft de oorlog in Den Haag en Leiden. Zijn moeder wordt vermoord in Auschwitz, zijn vader in Gusen, een nevenkamp van Mauthausen. In dat kamp is hij het slachtoffer van medische experimenten. Als Alphons in 1994 foto’s van zijn vader in kampkleding en een foto van diens skelet ontdekt, begint hij een zoektocht naar het skelet en eist hij een verbod op het gebruik van de foto’s.
Persoonlijke verhalen als deze laten de bitterharde werkelijkheid vaak beter voelen dan anonieme beelden en getallen. Nu het aantal overlevenden van de Tweede Wereldoorlog met het jaar kleiner wordt, kan dit relaas een hulpmiddel zijn om de komende generaties te informeren en te stimuleren tot bewustwording en verantwoordelijkheidsbesef.
-
-




