Bantoe-filosofie
€ 22,90
De Vlaming Placied Tempels wordt gezien als een grondlegger van de interculturele filosofie. Hij vroeg Congolezen naar de betekenis van hun doen en denken en beschreef de logisch consistente filosofie die hij in hun begrippensysteem zag. Zijn Bantoe-filosofie uit 1946 geldt daardoor internationaal nog altijd als een standaardwerk.
In zijn eigen tijd leidde zijn luisterende aanpak tot weerstand. Als missionaris werd hij geacht andersgelovigen te bekeren tot een Europees christendom, maar Tempels zag de grote schoonheid van de Bantoe-filosofie die een eigen toegang bood tot de betekenis van het leven.
Bantoe-filosofie verschijnt nu in een nieuwe Nederlandse vertaling met een inleiding door Angela Roothaan, initiator van het Bantu Philosophy project.
Placied Tempels (1906-1977) was een Belgische priester. Hij werd uitgezonden naar Congo en schreef daar zijn meesterwerk over de Bantoe-filosofie
Gerelateerde boeken
-
-
Wat zouden dieren zeggen als we ze de juiste vragen stelden?
€ 27,90Een must voor iedereen die met dieren werkt en een genot voor iedereen die al grinnikend wil begrijpen hoe dieren denken.
Staan koeien de hele dag te niksen? Maken vogels kunst? Kunnen apen werkelijk na-apen? Zien dieren zichzelf zoals wij hen zien? Kunnen ze in opstand komen? En — misschien een vreemde vraag — is het wel gepast om in hun bijzijn te plassen?
In dit boek beantwoordt de Belgische filosofe Vinciane Despret zesentwintig verrassende vragen die vastgeroeste ideeën over dieren op de proef stellen. Ze laat onderzoekers, filosofen en dierverzorgers aan het woord en laat zien hoe we anders over dieren kunnen denken.
Met een voorwoord van Bruno Latour en een nawoord van Michel Vandenbosch
Vinciane Despret is filosoof aan de Universiteit van Luik. Ze schreef meerdere boeken over dieren, waaronder Bêtes et hommes (Gallimard, 2007) en Penser comme un rat (Quae, 2009). -
Hoeveel vakantiedagen heeft een varken?
Over nut en noodzaak van de Vakbond voor Dieren€ 19,90E-book: € 15,99 -
Attische nachten
€ 29,90Aulus Gellius, een Romeinse schrijver die leefde in de tweede eeuw na Christus, had altijd een notitieboekje op zak. Hij studeerde filosofie in Athene waar hij ’s nachts begon aan het schrijven van een reeks essays over taal, literatuur en geschiedenis, die hij zou bundelen onder de titel Attische nachten.
Gesprekken, discussies en lectuur vormden stof voor zijn essays, die veel amusante anekdotes bevatten over beroemde persoonlijkheden als Socrates, Demosthenes en Epictetus. Tegelijk klinkt in zijn werk een satirische stem door die met vuur menselijke gebreken op de korrel neemt. Ook nodigt hij zijn lezers uit tot nadenken over vragen die nog altijd actueel zijn: over zwijgen en spreken, vrijheid, geluk en vriendschap.
Attische nachten is een hoogtepunt uit de klassieke traditie. Het oudst bewaarde exemplaar werd in 836 overgeschreven in het klooster van Fulda. Dit handschrift is opgenomen in de collectie van Tresoar en wordt gezien als het oudste boek in Nederland.
Tinne Horemans vertaalde voor deze bloemlezing als eerste deze essays in het Nederlands. Zij is leerkracht Nederlands en Latijn en schreef eerder artikelen voor het tijdschrift voor antieke cultuur Hermeneus.





