De Jorwerter Dweilstikken

Douwe de Bildt

 15,00

    Dit boek is niet via onze winkelmand te bestellen. U kunt het bestellen door hieronder uw gegevens in te vullen. Wij nemen contact met u op!

    Dit boek befettet in seleksje fan de humoristyske, ûntroerende en soms sterke ferhalen dy’t mei fjoer ferteld wurde – kear op kear – oan de stamtafel fan it kafee yn Jorwert. It is in earbetoan oan it doarp mei syn kleurrike ynwenners: ambachtslju, boeren, middenstanners, dûmnys en notarissen.

    En it is benammen ek in earbetoan oan de fertelkultuer.

    Douwe Klaas de Bildt (1952, Boalsert) tekene fan 2007 ôf dy kroechferhalen op ûnder de titel ‘Dweilstikken’ foar de Jorwerter doarpskrante De Hiele Toer. Dweilstikken is de bynamme foar Jorwerters.

    Gerelateerde boeken

    • De fjildferhalen

      De fjildferhalen

      Rink van der Velde
       19,90

      De fjildferhalen

      Rink van der Velde fielde him nearne sa goed thús as yn fjild en bosk. As jonge strúnde er om yn ’e bosken fan Beetstersweach en learde er de natuer troch skerp observearjen fan tichtby kennen. Fiskje en jeie wie syn lust en syn libben.
      En harkje nei de ferhalen fan manlju dy’t de tiid noch meimakke hiene, dat minsken libje moasten fan fiskerij, mollefangen en de jacht op murden.
      De fjildferhalen fan Rink van der Velde binne prachtich skreaun en steane fol mei sekuere observaasjes fan it hâlden en dragen fan minske en bist yn it iepen fjild.

      De fjildferhalen is in werútjefte fan de ferhalebondel fan Rink van der Velde (1932-2001), ien fan de populêrste skriuwers dy’t Fryslân kend hat.

       19,90
    • Kloostermoppen

      Middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen
      Edward Houting, Hans Vrijer
       35,00

      Kloostermoppen

      In de twaalfde en vooral de dertiende eeuw vestigden zich onder meer de kloosterorden van de cisterciënzers en de premonstratenzers in Noord-Nederland. Naar voorbeeld van de moederkloosters introduceerden de kloosterlingen grote bakstenen, kloostermoppen genoemd, waarmee ze vanaf het midden van de twaalfde eeuw tot in de zestiende eeuw kerken en kloosters bouwden. In dezelfde periode gebruikten ook vermogende particulieren de grote bakstenen voor de bouw van hun steenhuizen. Vanaf midden dertiende eeuw begonnen de steden zich te ontwikkelen, waarbij de bakstenen werden gebruikt voor stadsmuren en particuliere huizen. Baksteen bood de bouwheren goede mogelijkheden en was duurzamer dan de natuursteen die tot het einde van de twaalfde eeuw werd toegepast als bouwmateriaal. Klei was voor de productie en turf voor het bakken van stenen in ruime mate voorhanden in de provincie Groningen.

      In Kloostermoppen, middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen beschrijven Edward Houting en Hans Vrijer circa 200 middeleeuwse kerken, kloosters, steenhuizen en stadsmuren. Hiermee wordt voor het eerst een uitgebreid overzicht in boekvorm gegeven van het ontstaan en de toepassing van kloostermoppen in Groningen. De uitgave is ruim geïllustreerd met foto’s, bouwtekeningen van middeleeuwse kerken en kerktorens, kaarten en oude prenten. Bovendien voert een wandeling in de binnenstad van Groningen langs zichtbare overblijfselen van middeleeuwse gebouwen.

       35,00
    • En toch zal ik

      En toch zal ik

      Marten Douwe Teenstra en zijn strijd
      Jaap Tuma
       14,90

      En toch zal ik

      Marten Douwes Teenstra maakte in zijn tijd naam in de koloniën en als schrijver. Door zijn reizen, eerst in ‘de Oost’, later in ‘de West’ werd hij één van de eerste voorstanders van afschaffing slavernij (abolitionist). Nog vóór Max Havelaar (1860) en De hut van oom Tom (1852) verschenen, veroordeelde Marten al de barbaarse behandeling van de slaafgemaakten in Zuid Afrika, Java en Suriname. Het werd hem niet in dank afgenomen en leverde hem een ‘functie elders’ op.

      Met zijn felle woordkeuze maakte Marten zich bij veel mensen niet geliefd. Naast zijn voortdurende strijd tegen de slavernij bleef hij tot zijn dood aantrappen tegen schijnheiligheid en hypocrisie, tegen ‘Cocksianen’, ambtenaren en bijgelovigheid.

      Marten was lid van de Nederlandsche Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing der Slavernij,
      en na zijn terugkeer in Groningen bestookte hij de regering in Den Haag onvermoeibaar met verzoekschriften om een einde te maken aan de slavernij in de Nederlandse koloniën. Mede door zijn inbreng kwam na 1854 de discussie over de slavernij op gang, waarna vlak voor zijn dood op 1 juli 1863 de slavernij werd afgeschaft.

      Toch is zijn naam voor veel mensen nu onbekend. Door dit boek krijgt de naam Teenstra weer de bekendheid die het verdient.

       14,90