De sprinkhaan
€ 27,90
In deze literair-filosofische klassieker uit 1979 verdedigt een sprinkhaan de gedachte dat het in het leven draait om spel. Hij voert er een dialoog over met zijn leerlingen. De sprinkhaan, die aan Socrates doet denken, definieert spel als de vrijwillige poging om niet-noodzakelijke hindernissen te overwinnen. En dat is wat de mens, nadat hij in zijn behoeften heeft voorzien, het liefst doet. In de utopische wereld, zoals de Canadese filosoof Bernard Suits hem schetst, wordt elk mens daarom een homo ludens, een mens die al spelend het leven waardevol maakt.
Een fabelachtige tekst, literair en filosofisch-analytisch, diepzinnig en verhelderend. Fraai vertaald door Cyril Lansink en voorzien van prachtige tekeningen van Frank Newfeld.
Bernard Herbert Suits (1925-2007) was hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Waterloo (Canada). Daarnaast was hij gastprofessor aan de universiteiten van Lethbridge en Bristol. Tevens was hij voorzitter van de International Association for the Philosophy of Sport. Als filosoof hield hij zich vooral bezig met de vraag wat een spel in essentie is. Daarbij vocht hij de stelling van Ludwig Wittgenstein aan dat er geen goede definitie van spel mogelijk zou zijn. Dit boek is de speelse en invloedrijke weerlegging van Wittgensteins stelling.
Gerelateerde boeken
-
Landschap (be)leven
In de westerse wereld wordt een landschap voorgesteld als een schouwspel. Het doet zich aan ons voor. Wij, redelijke wezens, kijken er van een afstand naar. Die rationele blik heeft beperkingen. Want kunnen we daarmee het landschap ook beleven, kunnen we erin opgaan, er onderdeel van zijn, kunnen we het landschap ‘leven’? Deze vragen staan centraal in dit veel geroemde werk van de bekende Franse filosoof François Jullien. Hij vindt de sleutel tot een nieuw ‘landschapsdenken’ in de Chinese filosofie en nodigt ons uit tot een nieuw engagement met de natuur.
-
-
Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de wetenschap
De begaafde Anna Maria van Schurman kreeg als eerste vrouw in Nederland toestemming om colleges te volgen. De Universiteit van Utrecht bouwde voor de gelegenheid een hokje met een gordijntje voor haar. Van Schurman kon van daaruit de colleges van theoloog Voetius bijwonen, zonder daarbij de mannelijke studenten af te leiden.
In dit korte essay uit 1641 legt Van Schurman uit waarom het logisch is om meer vrouwen toegang tot de
universiteit te verlenen. Het argumentatieve geschrift inspireerde Margaret Cavendish en Mary Wollstonecraft en gaf de aanzet tot de eerste feministische beweging. Het zeer invloedrijke essay verschijnt in een geactualiseerde vertaling van Renée Ter Haar, met een voorwoord van Angela Roothaan. Jacob Bouwman zorgde voor de selectie van relevante brieven.“Wat een genot om zo’n erudiet pleidooi te lezen van een moedige vrouw. In zijn opdracht noemt tijdgenoot Johan van Beverwijck haar ‘onsterfelijk sieraad onder de vrouwen’. Met recht.” – Trouw
-