Dissonanten in het Concertgebouw

Albert van der Schoot

 39,90

Het Amsterdamse Concertgebouw kennen we als tempel van de klassieke muziek. Maar er is meer gebeurd in dit iconische gebouw. De grote zaal was bijvoorbeeld ooit ook wielerbaan, balzaal, examenzaal, boksring en voetbalveld. Ook politieke bijeenkomsten vonden er plaats. In 1904 hield de Tweede Internationale er haar zesde congres. Een paar decennia later koesterde de NSB het gebouw als ‘het Bruine Huis in de Van Baerlestraat’. 

Met grote betrokkenheid duikt Albert van der Schoot in al deze minder bekende facetten van het Concertgebouw. Zo komen we van alles te weten over de protestacties in de grote zaal, over de interesses van én de onderlinge fricties tussen de verschillende emancipatiebewegingen, en over de gedragingen tijdens de Tweede Wereldoorlog van de echt-niet-zo-naïeve Willem Mengelberg. En wie was toch die dame die op 5 oktober 1939 de uitvoering van Mahlers Lied von der Erde verstoorde door de dirigent toe te voegen: ‘Deutschland über alles, Herr Schuricht!?’

Albert van der Schoot studeerde muziekwetenschap en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en aan dezelfde universiteit doceerde hij esthetica, cultuurfilosofie en muziekfilosofie. Hij publiceerde en redigeerde meerdere boeken over de raakvlakken van muziek en filosofie.

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Uitgeverij Noordboek
Aantal pagina's:
560
Druk:
1
ISBN:
9789464712834
Gewicht:
949 gram
Afmeting:
238x167x46 mm
Uitgiftedatum:
19-08-2025

Gerelateerde boeken

  • Kloostermoppen

    Kloostermoppen

    Middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen
    Edward Houting, Hans Vrijer
     35,00

    Kloostermoppen

    In de twaalfde en vooral de dertiende eeuw vestigden zich onder meer de kloosterorden van de cisterciënzers en de premonstratenzers in Noord-Nederland. Naar voorbeeld van de moederkloosters introduceerden de kloosterlingen grote bakstenen, kloostermoppen genoemd, waarmee ze vanaf het midden van de twaalfde eeuw tot in de zestiende eeuw kerken en kloosters bouwden. In dezelfde periode gebruikten ook vermogende particulieren de grote bakstenen voor de bouw van hun steenhuizen. Vanaf midden dertiende eeuw begonnen de steden zich te ontwikkelen, waarbij de bakstenen werden gebruikt voor stadsmuren en particuliere huizen. Baksteen bood de bouwheren goede mogelijkheden en was duurzamer dan de natuursteen die tot het einde van de twaalfde eeuw werd toegepast als bouwmateriaal. Klei was voor de productie en turf voor het bakken van stenen in ruime mate voorhanden in de provincie Groningen.

    In Kloostermoppen, middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen beschrijven Edward Houting en Hans Vrijer circa 200 middeleeuwse kerken, kloosters, steenhuizen en stadsmuren. Hiermee wordt voor het eerst een uitgebreid overzicht in boekvorm gegeven van het ontstaan en de toepassing van kloostermoppen in Groningen. De uitgave is ruim geïllustreerd met foto’s, bouwtekeningen van middeleeuwse kerken en kerktorens, kaarten en oude prenten. Bovendien voert een wandeling in de binnenstad van Groningen langs zichtbare overblijfselen van middeleeuwse gebouwen.

     35,00
  • Midwintertradities in Drenthe

    Midwintertradities in Drenthe

    Van zute wien en zolte bonen
    Abel Darwinkel, Henk Nijkeuter
     24,00

    Midwintertradities in Drenthe

    In dit boek komen historisch onderzoek naar Drentse Midwintertradities, Drentse volkskunde en Drentse literatuur over Midwintertradities samen. Het boek laat zien dat tradities veranderen, dat tradities verdwijnen (katknuppelen) maar dat er ook weer nieuwe tradities ontstaan (nieuwjaarsduik). Van veel Midwintergebruiken kent men de achtergrond en betekenis niet; in dit boek worden ze vanuit een historisch en volkskundig perspectief verklaard.

    Door af te wisselen in het Drents en Nederlands kan ook de lezer die minder bekend is met het Drents zijn/haar kennis over de streektaal verbreden. Met dit doel zijn ook de bekende verhalen A Christmas Carol van Charles Dickens en Het meisje met de zwavelstokjes van Hans Christiaan Andersen vertaald in het Drents. Dickens speelt een belangrijke rol in Drenthe, tijdens Kerstmis worden er in Drenthe terugkerende activiteiten in de sfeer van Dickens georganiseerd wat daardoor ook een traditie geworden is.

    Uniek is ook dat Drentse historische bronnen en documenten in het boek een plaats krijgen. Niet eerder werd op deze toegankelijke wijze de Drentse Midwintertradities beschreven. Behalve historische en volkskundige beschrijvingen zal het boek ook oude en moderne verhalen en gedichten bevatten over de Midwintertradities die onze mooie provincie kent en gekend heeft.

    Het boek wordt rijk geïllustreerd door (historisch) beeldmateriaal wat verlevendigd maar ook informatief is.

    Over de auteurs
    Abel Darwinkel is tekstschrijver, redacteur en presentator bij Taal & Tekst. Abel schrijft verhalen in het Drents en het Nederlands en leest regelmatig voor uit eigen werk. Ruim vijftien jaar heeft hij gewerkt als streektaalfunctionaris bij het Huus van de Taol in Beilen.

    Henk Nijkeuter studeerde Nederlands en geschiedenis aan de lerarenopleiding Ubbo Emmius te Groningen. Hij volgde de opleiding tot archivaris aan de Rijksarchiefschool in Den Haag. Daarna voltooide hij de studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2001 promoveerde hij aan de RUG op een proefschrift over het literaire bedrijf in Drenthe.Henk is thans hoofd Collecties en Publiek bij het Drents Archief te Assen.

    Beeldredactie
    Rik Klaucke studeerde journalistiek in Utrecht en beeldende kunst in Noorwegen. Hij werkte als bureauredacteur bij diverse landelijke televisie- en radioprogramma’s. Thans is Rik junior conservator van de afdeling beeld en geluid bij het Drents Archief te Assen.

     24,00
  • Droom en Weldaad

    Droom en Weldaad

    200 jaar Maatschappij van Weldadigheid
    Angelie Sens, Jan Mensink, Wil Schackmann
     34,50

    Droom en Weldaad

    In 1818 zitten veel mensen zonder werk en zinken weg in ellende. Hét moment voor generaal Johannes van den Bosch om een ambitieus plan te presenteren: laat de armen de barre heide in Drenthe ontginnen. Mest zal de woeste grond vruchtbaar maken, discipline en onderwijs zullen de nutteloze armen beschaven tot werklustige mensen. Zijn idee wordt enthousiast ontvangen en hij richt de ‘Maatschappij van Weldadigheid’ op. Een half jaar later arriveren de eerste kolonisten op de plek die wij kennen als Frederiksoord.

    Hoe gaat het verder met de koloniën? Zowel de natuur als de mens blijken in niet zo ‘maakbaar’ als in het plan van de generaal. De onvrije koloniën Ommerschans en Veenhuizen kosten meer dan ze opbrengen en in 1859 dreigt een faillissement. De overheid grijpt in en neemt de onvrije koloniën over, de Maatschappij slaat gedwongen een nieuwe koers in. Ook in de twintigste en eenentwintigste eeuw past de Maatschappij zich aan. Wat blijft, is het bieden van ontwikkelingskansen aan mensen in een achterstandspositie.

    Ter gelegenheid van het 200-jarig jubileum vertelt oud-directeur Jan Mensink de bijzonder historie van de Maatschappij van Weldadigheid in dit rijk geïllustreerde boek, waaraan Wil Schackmann en Angelie Sens hebben bijgedragen. Interviews met bekende mensen uit het gebied en prachtige (lucht)foto’s van Albert Brunsting worden afgewisseld met gedetailleerde kaarten, oude reisverslagen en afbeeldingen die het verhaal compleet maken.

     34,50