Harlingers en hun wapenborden (1740-1910)
€ 49,90
Bestuurders van instellingen in Harlingen lieten tussen 1740 en 1910 trots hun wapens afbeelden op grote schilderijen. Sommigen hadden al generaties lang een familiewapen, anderen lieten er speciaal een maken. Van deze unieke Harlinger wapenborden zijn veertien bewaard met in totaal ongeveer vijfhonderd wapens. Het gaat om wapenborden van de armenvoogdij, de diaconie, de schutterij en het weeshuis, evenals een wapenbord van het bestuur van de Friese Admiraliteit.
In dit boek bieden Dirk Zeilmaker en Kees Kuiken een compleet overzicht van de wapens en de achtergrond van de personen aan wie ze toebehoorden. Onmisbaar voor wie belang stelt in heraldiek en genealogie, maar ook voor historisch geïnteresseerden in Harlingen.
Gerelateerde boeken
-
Soa het ut weest
€ 19,90Leeuwarden heeft een historische stadskern om zuinig op te zijn. In de eerste naoorlogse jaren leefde dat besef nog niet zo: het motto was ‘bouwen, bouwen, bouwen’ om de woningnood te lenigen. Vervolgens werd de auto als heilige koe omarmd en dreigden grachten gedempt en terpen geslecht te worden: rijden, rijden, rijden… Tot de babyboomers in opstand kwamen: niet alles hoeft plat.
Babyboomer en oud-redacteur van de Leeuwarder Courant Pieter de Groot (1946) besloot in 1997 deze en andere gebeurtenissen uit het stadsverleden in herinnering te roepen in de zaterdagkrant, met als kapstok vaak een actueel onderwerp. Van de inmiddels meer dan duizend columns liet hij er voor zijn 75ste verjaardag 75 uitzoeken. Na ruim 25 jaar blijkt niets zo vluchtig als de actualiteit en niets zo moeilijk als het voorspellen van de toekomst. -
Stabij
€ 17,90Tjibbe Hooghiemstra (beeldend kunstenaar) en Douwe Kootstra (schrijver en verteller) zijn gek op stabijs. Tjibbe heeft al jaren zulke honden. Die inspireerden hem tot een uitgebreide serie tekeningen.
Los van de verbeeldingen van Tjibbe schreef Douwe verhalen die één overeenkomst hebben: een stabij speelt de hoofdrol. De mix van beeld en tekst maakt Stabij tot een bijzonder boek. Geen hondenboek in de klassieke zin maar een ode aan de mens in de hond.
-
200 jaar Friese landbouwmechanisatie
€ 49,90In de afgelopen twee eeuwen veranderde de wijze waarop in Friesland landbouw bedreven werd ingrijpend. Rond 1800 werkte de boer nog voornamelijk met de hand, geholpen door zijn paard. Een eeuw later nam de trekker de rol van het paard over en volgde op mechanisatiegebied de ene revolutionaire ontwikkeling na de andere. In Friesland begonnen in de jaren net voor en na de Tweede Wereldoorlog innovatieve dorpssmeden en uitvinders met de import, verkoop en bouw van landbouwwerktuigen. Een aantal van hen groeide uit tot succesvolle fabrikanten en handelaren en werden internationale spelers met een iconische status. Voorbeelden zijn de rood-gele landbouwwagens van Miedema, de blauwe hooischudder van Eureka, de maaibalk van Schukken en de gierpomp van Hermes. Friesland leverde ook wereldprimeurs, zoals de melkrobot uit Oentsjerk en de snarenbedpootmachine en looftrekker van uitvinder Abe Gerlsma.
In dit rijk geïllustreerde standaardwerk beschrijft Henk Dijkstra de historie van de landbouwmechanisatie in Friesland, met uitstapjes naar nationale en internationale ontwikkelingen. Aan het eind van het boek wordt uitgebreid de geschiedenis van de 15 belangrijkste Friese fabrikanten van landbouwmachines beschreven.
Henk Dijkstra (Gytsjerk, 1959) is directeur van het Fries Landbouwmuseum in Leeuwarden.
-
De toekomst is er al
€ 17,90Hoe gaat het met Fryslân? Is er wel of geen krimp, bestaat die Friese paradox eigenlijk wel en is de mienskip opener aan het worden? Hoe treden de Friezen de toekomst tegemoet en durven zij keuzes te maken voor een houdbare toekomst?
Als directeur van het Fries Sociaal Planbureau (FSP) geeft Ingrid van de Vegte diep inzicht in de sociaal economische ontwikkelingen in Fryslân. Met de scherpe blik van een buitenstaander (maar inmiddels bijzonder verknocht aan Fryslân) beschouwt Ingrid van de Vegte de grote veranderingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. ‘De toekomst is er al’, stelt Van de Vegte ‘en we kunnen die maar beter zelf vormgeven. Daarvoor zijn kansen genoeg.’





