Heksenjacht
€ 34,90
Heksen maken mensen, dieren en planten onvruchtbaar. Ze veroorzaken stormen, vliegen op bezems en beroven mannen van hun penissen. Dat is althans waarvan ze werden beschuldigd. De grote heksenvervolging kwam op in de zestiende en zeventiende eeuw, niet toevallig tijdens de Kleine IJstijd. De hoger gelegen gebieden in de Alpen werden door de kou onvruchtbaar en in heel Europa begon het meer te regenen. Vooral daarvan kregen oudere vrouwen, die niets meer konden bijdragen aan de lokale economie, de schuld. Ze werden beschuldigd van hekserij.
Ruud Vermeer beschrijft hoe de heksenjacht zich over Amerika en Europa verspreidde. De vervolgingen bereikten ook de Lage landen. Er vonden heksenprocessen plaats in onder meer het Vlaamse Nieuwpoort en de Nederlandse plaatsen Schiedam, Roermond, Amersfoort en Almen en het hoogveengebied De Peel.
Ruud Vermeer (1953) is schrijver, dichter, historicus en neerlandicus. Over magie publiceerde hij eerder het boek Aleister Crowley, De levensloop van een der grootste magiërs die ooit leefde. Hij was hoofdredacteur van Pandora, tijdschrift voor kunst & literatuur. Bij Noordboek verscheen eerder Meesters van de magie. Een geschiedenis van het westerse occultisme.
Gerelateerde boeken
-
Gestolen herinneringen
De teruggave van bezittingen van Nederlandse gevangenen van concentratiekamp Neuengamme€ 29,90Gestolen herinneringen
€ 29,90In het voorjaar van 1945 naderen de geallieerden het Duitse Rijk. De nationaalsocialisten proberen wanhopig alle sporen van hun gruweldaden uit te wissen. Te midden van deze chaos wordt in april 1945 het concentratiekamp Neuengamme ontruimd. De gevangenen worden op dodenmarsen gestuurd en de kampadministratie wordt verbrand.
De persoonlijke bezittingen van de gevangenen; portemonnees, horloges en sieraden die bij binnenkomst in beslag waren genomen, worden door SS-Oberscharführer Franz Wulf opgeslagen in zijn woonplaats Lunden. Na de Duitse overgave worden de circa 7.800 enveloppen door de Britse bezettingsmacht ontdekt en opgeslagen in een bank in Husum.
In de jaren 50 wordt een groot deel van de bezittingen teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren. Vanaf 1962 worden ongeveer 4.700 overgebleven enveloppen met bezittingen overgedragen aan Arolsen Archives, het grootste archief voor slachtoffers en overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. De #StolenMemory-campagne in 2015 van Arolsen Archives markeert het begin van een hernieuwde zoektocht naar de rechtmatige eigenaren van ongeveer 2.500 enveloppen met bezittingen.
Door de toewijding van Arolsen Archives en met hulp van talloze vrijwilligers zijn vele bezittingen in de loop der jaren herenigd met de rechtmatige eigenaren, vaak familieleden van de slachtoffers. Deze emotionele reünie brengt niet alleen verloren voorwerpen terug, maar doet ook de herinneringen aan de slachtoffers herleven.
‘Gestolen Herinneringen’ vertelt over de reis die de bezittingen en hun eigenaren hebben gemaakt en illustreert hoe betekenisvol het is om de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog te blijven herinneren.
-
Spitten voor de vijand
€ 22,90Meer dan honderdduizend mannen werden vanaf september 1944 opgeroepen om te werken aan Duitse verdedigingswerken in Nederland. In de nog bezette provincies werden de arbeiders gedwongen tewerkgesteld aan de bouw van tankgrachten, loopgraven en schuttersputjes, vaak onder slechte omstandigheden. Voor de Duitsers was het belang groot om de geallieerden zo lang mogelijk tegen te houden. Er werd dan ook hard opgetreden tegen weigeraars.
Voor velen waren de principiële bezwaren te groot, zij besloten onder te duiken. Anderen hadden die mogelijkheid niet. Zij probeerden zich aan te passen aan de omstandigheden en saboteerden waar ze maar konden. Een groot deel van deze zogenoemde spitters zag kans om te vluchten of keerde niet terug van verlof. Zij waren daarna veroordeeld tot een leven als onderduiker. Zij die als onderduikers tijdens de vele razzia’s, of door verraad, werden gepakt, kwamen na een verblijf in een gevangenis in een strafkamp in Duitsland of Drenthe terecht.
Eén van die mannen was Eelke Dijkstra. Samen met dertig anderen werd hij in november 1944 vanuit het Huis van Bewaring in Leeuwarden overgebracht naar Yde, een klein Drents dorpje onder de rook van Groningen. Zijn oorlogsdagboek was voor zijn kleinzoon en auteur Erik Dijkstra aanleiding om onderzoek te doen naar het vergeten strafkamp in Yde. Wat volgde was een reis door de geschiedenis waarin bijzondere ontdekkingen werden gedaan en veel betrokkenen voor het eerst hun verhaal vertelden. Door intensief archiefonderzoek kwamen schokkende feiten boven water over vier gefusilleerde dwangarbeiders in november 1944. De vele brieven, dagboeken en getuigenissen vertellen samen het verhaal van strafkamp Yde en de tewerkstelling in Drenthe.
Erik Dijkstra is schrijver/journalist en doet al jaren onderzoek naar de tewerkstelling in Drenthe.
-
Kleur Veenhuizen
€ 29,95KLEUR VEENHUIZEN is het handboek bij de kleurenwaaier voor Veenhuizen. Het is gemaakt voor bewoners, eigenaren en beleidsmakers, maar ook voor wie nieuwsgierig is naar de ontstaansgeschiedenis van de gebouwen en het landschap.
De ‘pauperkolonie’ Veenhuizen werd in 1822 gebouwd om bedelaars, landlopers en arme gezinnen uit de grote steden een beter bestaan te geven op het platteland. Gaandeweg ontwikkelde Veenhuizen zich tot een strafkolonie. De transformatie tot gevangenisdorp bracht een enorme bouwproductie op gang. Aan het begin van de 20e eeuw was Veenhuizen een zelfvoorzienend gevangenisdorp geworden met scholen, kerken, een hospitaal, werkgebouwen, boerderijen en dienstwoningen waarin het leven tussen gevangenen en bewoners sterk met elkaar vervlochten was. Tot 1983 was Veenhuizen gesloten voor publiek. Hier woonde alleen wie er ook werkte. Met uitzondering van de kerken was heel Veenhuizen in bezit van het Rijk en werd door het Rijk collectief beheerd en onderhouden.
Veenhuizen is ondertussen veranderd van een Justitiedorp in een woonlandschap met daarin nog steeds een aantal in gebruik zijnde gevangenissen. De overgang van één grote eigenaar naar vele eigenaren betekent de overgang van collectief naar individueel uitgevoerd onderhoud en beheer. Vooral bij de woonhuizen worden de gevolgen hiervan zichtbaar. Ramen worden vervangen, luiken verdwijnen en het schilderwerk van de onderdelen krijgt andere kleuren. Daardoor vervagen de zo karakteristieke reeksen en families van gebouwen.
Het handboek en de kleurenwaaier richten zich op de modelwoningen en -boerderijen uit de periode tussen 1884 en 1930 en op de structurerende en terugkerende onderdelen van de bebouwing en het landschap. Daar zijn een aantal praktische redenen voor. De grondtoon van Veenhuizen ligt verankerd in de herhaalbare gebouwtypes en de algemene dragers van het landschap. Het zijn met name deze woningen en boerderijen die particulier beheerd en onderhouden gaan worden en die belang hebben bij toegankelijke en hanteerbare kennis. Het handboek vult de kleurenwaaier aan met kennis van de gebouwen, hoe ze zijn gebouwd, met welke bouwmaterialen, details en kleuren. En het laat de landschappelijke onderdelen zien die het karakteristieke beeld bepalen, in de straat en op het erf.
-
Cache-sexe
€ 34,90This book asks why humans through history have covered their genitals and worn a cache-sexe. Does the cache-sexe merely provide protection, or is it an instrument to draw attention? Can the cache-sexe be used to stimulate certain thoughts? Why does not wearing a cache-sexe provoke shame one society but not in another? Are nudity and nakedness the same?
On his quest to answer these questions, the author takes the reader on a review of the anatomy of the female and male genitals and reflects on how this part of the human body has been perceived over time and in various cultures. The different types of male and female cache-sex are discussed with reference to comprehensive illustrations based on unique and sometimes previously unpublished examples of cache-sexes and photographic documentation. The book also pays attention to the covering of the ‘backside’. Following this 360° exploration of the use of the cache-sexe, the place of the cache-sexe in art and fashion is uncovered.
Philip Van Kerrebroeck is an urologist and professor emeritus of Urology at the University of Maastricht. Born in Leuven (Belgium), he trained in Surgery and Urology in Brussels, Utrecht, Nijmegen and San Francisco. Over the years, he has also developed an interest in the history of urology and cultural anthropology. He is currently chairman of the History Office of the European Association of Urology (EAU).




