Kloostermoppen
€ 35,00
In de twaalfde en vooral de dertiende eeuw vestigden zich onder meer de kloosterorden van de cisterciënzers en de premonstratenzers in Noord-Nederland. Naar voorbeeld van de moederkloosters introduceerden de kloosterlingen grote bakstenen, kloostermoppen genoemd, waarmee ze vanaf het midden van de twaalfde eeuw tot in de zestiende eeuw kerken en kloosters bouwden. In dezelfde periode gebruikten ook vermogende particulieren de grote bakstenen voor de bouw van hun steenhuizen. Vanaf midden dertiende eeuw begonnen de steden zich te ontwikkelen, waarbij de bakstenen werden gebruikt voor stadsmuren en particuliere huizen. Baksteen bood de bouwheren goede mogelijkheden en was duurzamer dan de natuursteen die tot het einde van de twaalfde eeuw werd toegepast als bouwmateriaal. Klei was voor de productie en turf voor het bakken van stenen in ruime mate voorhanden in de provincie Groningen.
In Kloostermoppen, middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen beschrijven Edward Houting en Hans Vrijer circa 200 middeleeuwse kerken, kloosters, steenhuizen en stadsmuren. Hiermee wordt voor het eerst een uitgebreid overzicht in boekvorm gegeven van het ontstaan en de toepassing van kloostermoppen in Groningen. De uitgave is ruim geïllustreerd met foto’s, bouwtekeningen van middeleeuwse kerken en kerktorens, kaarten en oude prenten. Bovendien voert een wandeling in de binnenstad van Groningen langs zichtbare overblijfselen van middeleeuwse gebouwen.
Gerelateerde boeken
-
Wat is recht?
De receptie van Oudfries recht in de Groninger Ommelanden in de 15e en 16e eeuw€ 39,90Wat is recht?
€ 39,90In de middeleeuwen maakten ook de Groninger Ommelanden deel uit van het Friese rechtsgebied, dat zich uitstrekte van het Vlie (nu het IJsselmeer) tot aan de Wezer in Duitsland. Vanaf de 12e eeuw is het recht daarvan op schrift gesteld, oorspronkelijk in het Oudfries. Vanaf het begin van de 15e eeuw was de schrijftaal in de Ommelanden het Nederduits (Nedersaksisch), met als gevolg dat de rechtsbronnen vertaald moesten worden. Deze vertalingen zijn in talrijke handschriften uit de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd overgeleverd. Zij zijn goed ingepast in het Groninger recht, en geven tevens een beeld van hun Oudfriese bronnen. In deze studie wordt een belangrijk tekstcorpus daaruit ontsloten.
Henk Meijering is emeritus hoogleraar Fries en Duits aan de Vrije Universiteit en verbonden als gastonderzoeker aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.
Han Nijdam is onderzoeker op het terrein van het Oudfries en het Oudfriese recht aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.
-
Het wapen van Terschelling
€ 35,00Het wapen van Terschelling is meer dan alleen een heraldisch symbool; het is een intrigerend stukje geschiedenis dat het eiland Terschelling verbindt met een vergeten wereld. Het idee voor dit boek ontstond tijdens een rondleiding die de schrijver Henjo Hekman als gids in Midsland verzorgde. Toen een van de bezoekers hem vroeg wat het wapen van Terschelling betekende, kon hij geen bevredigend antwoord geven. Dit moment diende als inspiratie om op ontdekkingsreis te gaan, met als resultaat dit fascinerende boek dat een unieke en boeiende kijk op de geschiedenis van het eiland Terschelling.
‘Het wapen van Terschelling, een verhaal zonder begin’ belicht de ongrijpbare geschiedenis van het wapen en de voortdurende evolutie van de afbeelding en betekenis ervan door de eeuwen heen. De herkomst van het wapen blijft omhuld in raadsels. Dit boek biedt niet enkel een verklaring, maar het prikkelt de nieuwsgierigheid en nodigt lezers uit om met de auteur op zoek te gaan naar antwoorden op vragen die mogelijk onbeantwoord zullen blijven. Juist deze raadselachtigheid maakt de geschiedenis van het wapen van Terschelling des te boeiender en relevant voor ons begrip van het huidige Terschelling.
-




