Monumentale kerken in Achtkarspelen
€ 10,00
De gemeente Achtkarspelen is rijk aan monumentale kerken met een grote schakering aan bouwkunst en inrichting. Markante objecten zijn bijvoorbeeeld de romaanse torenruimten in Buitenpost, de stenen torenspits in Surhuizum en de opschriftstenen in Surhuisterveen. De inrichting van de kerk in Buitenpost met een middeleeuws doopvont, zes herenbanken, tien rouwborden en uniek koperwerk behoort tot de mooiste in Friesland.
De vele fraaie foto’s in dit boek vertellen het verhaal van deze kerkenpracht. Regnerus Steensma publiceerde verschillende boeken en artikelen over kerkbouw en kerkinrichting en legt zich de laatste jaren in het bijzonder toe op het fotograferen van kerken. In 1970 was hij medeoprichter van de Stichting Alde Fryske Tsjerken.
Gerelateerde boeken
-
Verzameldrift
€ 39,90Nanne Ottema was als bestuurder, conservator, notaris, publicist en spreker actief in het Friese culturele leven. Hij stelde een wereldberoemde keramiekcollectie samen die in 1917 resulteerde in het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden. Het vermogen dat hij vergaarde, leidde tot de Ottema-Kingma Stichting, de grootste mecenas voor de kunst- en cultuurhistorie in Friesland. Zijn roem is zo langzamerhand verzonken in zijn onmetelijke verzamelingen, maar in zijn tijd was hij een vermaard, berucht en dominant persoon. In deze biografie wordt duidelijk hoe briljant Ottema was en hoe tegelijkertijd zijn leven intens dramatisch verliep. Nooit eerder werd beschreven wat de verborgen drijfveren waren van deze in zijn tijd alom bekende figuur.
Antoon Ott (1972), kunsthistoricus en jurist, is werkzaam als adviseur op het gebied van kunst, cultuur en recht.
-
It Himelbouwerke
€ 7,90Hasto wolris besocht de stjerren oan te reitsjen? Eise Eisinga besocht dat ek, lang, lang lyn. En witst wat? Hy krige se te pakken! Lês mar gau hoe’t hy dat die.
-
Een Schricklijck Jaer
€ 25,00April 1672: koning Lodewijk XIV van Frankrijk verklaart de oorlog aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Een dag later volgt zijn bondgenoot koning Karel II van Engeland. De bisschoppen van Keulen en Münster gaan een maand later mee in het bondgenootschap en vallen begin juni de Republiek binnen. Een Schricklijck Jaer gaat over deze oorlog, de oorlog van 1672 in het noordoostelijk deel van de Republiek.
Na de bisschoppelijke triomftocht langs de Overijsselse vestingsteden – die als rijpe appels in handen van de bisschoppen vallen – volgt de aanval op Coevorden. Ook die ‘onneembare’ vesting in het noorden valt binnen tien dagen. Maar daarna keert het tij voor de bisschoppen. De stad Groningen houdt stand, ondanks de enorme bommenregen van de bisschop van Münster, die bij dat beleg zijn bijnaam ‘Bombenberend’ verdient. Aan het einde van het jaar 1672 volgt de herovering van Coevorden, een spannend verhaal dat de geschiedenis ingaat als ‘De verrassing van Coevorden’.
Maar daarmee is de oorlog in de noordelijke gebieden nog lang niet ten einde. De bisschop van Münster heeft meer pijlen op zijn boog, waardoor Coevorden in een bizarre situatie terechtkomt.
Als dan eindelijk alle vijandelijke legers zijn vertrokken, moet het land weer opgebouwd worden. Dan komen, als vanzelf, alle eerdere politieke tegenstellingen weer opzetten die een snelle en effi ciënte wederopbouw tegenhouden. Bovendien gaat de oorlog nog steeds door, in het buitenland weliswaar, maar de kosten worden verhaald op de inwoners van de Republiek, ook op de tot op het bot verarmde bevolking van de provincies Stad en Lande (nu provincie Groningen), de Landschap Drenthe en Overijssel. De gevolgen van de oorlog, vooral voor het dagelijks leven van de gewone inwoners in die provincies, vormen de afsluiting van het boek.
-
Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe
€ 39,95In 1921 stond Zuidoost-Drenthe letterlijk en figuurlijk in brand. De dramatische gebeurtenissen van dat jaar, de aanloop en de onderliggende oorzaken worden in Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe 1860-1921 op indringende wijze beschreven.
Turfwinning was decennialang de belangrijkste bedrijfstak in Zuidoost-Drenthe. Toen in 1921 de turfwinning in het gebied instortte ontstond een sociale ramp: werkloosheid, armoede en honger. De veenarbeiders kwamen hiertegen massaal in opstand.
Deze crisis kwam echter niet uit de lucht vallen. Al vijftig jaar eerder waren er tekenen dat de turfwinning zijn langste tijd gehad had, doordat turf steeds meer door steenkool werd vervangen. De teruglopende rentabiliteit werd op de veenarbeiders afgewenteld, onder meer door het verlagen van hun lonen. In dezelfde periode kreeg het socialisme voet aan de grond en werden er vakbonden opgericht. Deze ontwikkelingen zetten de arbeidsverhoudingen verder op scherp. Juist in deze periode raakten in andere gebieden de turfvoorraden uitgeput en verschoof de turfwinning naar Zuidoost-Drenthe. Gesteund door hun vakbonden kwamen de veenarbeiders in opstand. Maar ook binnen de vakbewegingen was rivaliteit. Anders dan in de rest van Nederland speelde in Zuidoost-Drenthe binnen de vakbewegingen vooral de botsing tussen de revolutionaire socialisten en sociaaldemocraten. Het overgeleverde beeld van arme, ongeschoolde en opstandige veenarbeiders is sterk bepaald door deze laatste fase van de vervening.
Dit boek beschrijft de sociale en economische aspecten van de veenwinning, de opkomst en rivaliteit binnen de vakbewegingen en de aanloop naar de massale arbeidersopstand van 1921 in Zuidoost-Drenthe.




