Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe
€ 39,95
In 1921 stond Zuidoost-Drenthe letterlijk en figuurlijk in brand. De dramatische gebeurtenissen van dat jaar, de aanloop en de onderliggende oorzaken worden in Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe 1860-1921 op indringende wijze beschreven.
Turfwinning was decennialang de belangrijkste bedrijfstak in Zuidoost-Drenthe. Toen in 1921 de turfwinning in het gebied instortte ontstond een sociale ramp: werkloosheid, armoede en honger. De veenarbeiders kwamen hiertegen massaal in opstand.
Deze crisis kwam echter niet uit de lucht vallen. Al vijftig jaar eerder waren er tekenen dat de turfwinning zijn langste tijd gehad had, doordat turf steeds meer door steenkool werd vervangen. De teruglopende rentabiliteit werd op de veenarbeiders afgewenteld, onder meer door het verlagen van hun lonen. In dezelfde periode kreeg het socialisme voet aan de grond en werden er vakbonden opgericht. Deze ontwikkelingen zetten de arbeidsverhoudingen verder op scherp. Juist in deze periode raakten in andere gebieden de turfvoorraden uitgeput en verschoof de turfwinning naar Zuidoost-Drenthe. Gesteund door hun vakbonden kwamen de veenarbeiders in opstand. Maar ook binnen de vakbewegingen was rivaliteit. Anders dan in de rest van Nederland speelde in Zuidoost-Drenthe binnen de vakbewegingen vooral de botsing tussen de revolutionaire socialisten en sociaaldemocraten. Het overgeleverde beeld van arme, ongeschoolde en opstandige veenarbeiders is sterk bepaald door deze laatste fase van de vervening.
Dit boek beschrijft de sociale en economische aspecten van de veenwinning, de opkomst en rivaliteit binnen de vakbewegingen en de aanloop naar de massale arbeidersopstand van 1921 in Zuidoost-Drenthe.
Gerelateerde boeken
-
Kleur Veenhuizen
€ 29,95KLEUR VEENHUIZEN is het handboek bij de kleurenwaaier voor Veenhuizen. Het is gemaakt voor bewoners, eigenaren en beleidsmakers, maar ook voor wie nieuwsgierig is naar de ontstaansgeschiedenis van de gebouwen en het landschap.
De ‘pauperkolonie’ Veenhuizen werd in 1822 gebouwd om bedelaars, landlopers en arme gezinnen uit de grote steden een beter bestaan te geven op het platteland. Gaandeweg ontwikkelde Veenhuizen zich tot een strafkolonie. De transformatie tot gevangenisdorp bracht een enorme bouwproductie op gang. Aan het begin van de 20e eeuw was Veenhuizen een zelfvoorzienend gevangenisdorp geworden met scholen, kerken, een hospitaal, werkgebouwen, boerderijen en dienstwoningen waarin het leven tussen gevangenen en bewoners sterk met elkaar vervlochten was. Tot 1983 was Veenhuizen gesloten voor publiek. Hier woonde alleen wie er ook werkte. Met uitzondering van de kerken was heel Veenhuizen in bezit van het Rijk en werd door het Rijk collectief beheerd en onderhouden.
Veenhuizen is ondertussen veranderd van een Justitiedorp in een woonlandschap met daarin nog steeds een aantal in gebruik zijnde gevangenissen. De overgang van één grote eigenaar naar vele eigenaren betekent de overgang van collectief naar individueel uitgevoerd onderhoud en beheer. Vooral bij de woonhuizen worden de gevolgen hiervan zichtbaar. Ramen worden vervangen, luiken verdwijnen en het schilderwerk van de onderdelen krijgt andere kleuren. Daardoor vervagen de zo karakteristieke reeksen en families van gebouwen.
Het handboek en de kleurenwaaier richten zich op de modelwoningen en -boerderijen uit de periode tussen 1884 en 1930 en op de structurerende en terugkerende onderdelen van de bebouwing en het landschap. Daar zijn een aantal praktische redenen voor. De grondtoon van Veenhuizen ligt verankerd in de herhaalbare gebouwtypes en de algemene dragers van het landschap. Het zijn met name deze woningen en boerderijen die particulier beheerd en onderhouden gaan worden en die belang hebben bij toegankelijke en hanteerbare kennis. Het handboek vult de kleurenwaaier aan met kennis van de gebouwen, hoe ze zijn gebouwd, met welke bouwmaterialen, details en kleuren. En het laat de landschappelijke onderdelen zien die het karakteristieke beeld bepalen, in de straat en op het erf.
-
Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
€ 25,00Op 2 juli 2015 verschijnt een bijzonder boek dat laat zien hoe het stroomdal van de Drentsche Aa door de tijd heen veranderde in het prachtige esdorpenlandschap van nu. Tijdens het congres ‘Het Experiment van de Drentsche Aa’ wordt het boek feestelijk gepresenteerd. Het boek is daarna tijdens het festival verkrijgbaar op de Brink in Zeegse!
Het Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap Drentsche Aa behoort tot de meest geliefde en waardevolle landschappen. Geen enkel gebied in Noordwest-Europa kent zoveel natuurlijke beken met bijbehorende biodiversiteit als deze streek. Aardkundige sporen uit maar liefst drie verschillende ijstijden liggen hier letterlijk aan onze voeten. Ook in archeologisch opzicht behoort het gebied tot de top van Nederland. Dit uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven esdorpenlandschap met zijn fraaie brinkdorpen, zijn oude essen, groenlanden en heidevelden kreeg in 2003 als eerste in Nederland het predikaat Nationaal Landschap.
Deze Landschapsbiografie van de Drentsche Aa beschrijft de lange levensloop van dit bijzondere landschap: van de eerste geologische processen enkele miljoenen jaren geleden, via de prehistorie en historische tijd tot aan het moderne landschap van vandaag. Een team van dertig deskundigen ontsluit in dit boek vijftig jaar wetenschappelijk onderzoek. De biografie is rijk geïllustreerd met landschapsfoto’s,kaarten en landschapsreconstructies die de verschillende levensfasen van de Drentsche Aa weerspiegelen.
Een rijk gevarieerde biografie als ode aan een uniek landschap.
Ineke Noordhoff schreef een aantal columns over de landschapsbiografie van de Drentsche Aa.
Klink op de link om haar verhalen te lezen.
Altijd anders 1 -
Nieuwe Drentse Volksalmanak 2022
€ 18,00De Nieuwe Drents(ch)e Volksalmanak, opvolger van de Drentsche Volksalmanak (1837-1851), verschijnt sinds 1883. In de loop van de jaren is de almanak uitgegroeid tot historisch en archeologisch jaarboek van Drenthe. Het is hét podium voor zowel professionele onderzoekers als amateurhistorici en -archeologen die de resultaten van hun onderzoek op wetenschappelijk verantwoorde wijze aan een breed publiek willen presenteren.
In de Nieuwe Drentse Volksalmanak 2022 staan de volgende bijdragen:
• Autochromen (kleurenfoto’s begin 20ste eeuw), Mark Goslinga
• Een grensconflict tussen Coevorden en Dalen, Fred Sieders
• Rechtsherstel van onroerend goed van Joden in Coevorden, Maarten Duijvendak
• Herinneringscentrum Westerbork deel 3, Dirk Mulder
• In Memoriam Johannes Diderik van der Waals (1925-2022), Wijnand van der Sanden
• Jagers in een waterberging ─ Een Ahrensburg-site in de Asser wijk Kloosterveen, Jan van Rijn, Jaap R. Beuker, Ronald Popken en Bernard Versloot
• Keutels in een berkenbroek ─ De vondst van uitwerpselen van een edelhert bij Kloosterveen, gemeente Assen, Bas van Geel, Jaap Beuker, Gert van Oortmerssen en Jan van Rijn
• Mens en moeras 4 ─ Enkele laatste aanvullingen, Wijnand van der Sanden
• Gedoopt of niet-gedoopt, dat is de kwestie ─ Kinderbegraafplaatsen uit de 11de eeuw onder de kerken van Vries en Norg, Pieter den Hengst
• Klooster Dickninge en het grondbezit in Noord-Nederland (incl. geofysisch onderzoek), IJsbrand Boonstra en Theo Spek,
• Coevorder kost – Een overzicht van archeobotanisch onderzoek in een Drentse vesting(stad) (13de-18de eeuw), Morvenna van Rijn en Welmoed Out
• Van Eelde tot Havelte – Een definitieve kaart van de Drentse vondsten van G.H. Voerman, Jan van RijnWie geïnteresseerd is in het lange en rijkgeschakeerde verleden van Drenthe – van vuistbijl tot veenkolonie – mag de Nieuwe Drentse Volksalmanak niet missen.
-




