Pake en zijn vee

Een reis naar Zuid-Afrika in 1911

 24,90

Op de zolder van haar beppe ontdekte Froukje Santing dat haar pake Gerben (1883-1942) aan het begin van de twintigste eeuw naar Zuid-Afrika was vertrokken. Wat bezielde een arme melkknecht uit Zuidwest-Friesland om met het Friese fokvee naar de Kaap te reizen? Ze volgt honderd jaar later zijn spoor terug, vindt een verloren familiegeschiedenis en meer.

Pake en zijn vee vertelt het intrigerende verhaal van de internationale landbouwbanden tussen Friesland en Zuid-Afrika in de nadagen van de Boerenoorlog (1899-1902), waaruit blijkt dat het befaamde Friese fokvee wereldwijd een belangrijke rol speelt.

Froukje Santing (1956) studeerde Wereldreligies in Leiden en Islam in de Moderne Wereld aan de Universiteit van Amsterdam. Ze woonde zeventien jaar in Turkije, waar ze werkte als correspondent voor NRC Handelsblad en het Radio 1 Journaal. Momenteel werkt ze als schrijver en journalist voor o.a. De Groene Amsterdammer en ze was jarenlang vicevoorzitter van PEN Nederland, de schrijversorganisatie die opkomt voor bedreigde schrijvers wereldwijd.

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Uitgeverij Noordboek
Aantal pagina's:
208
Druk:
1
ISBN:
9789464713985
Gewicht:
366 gram
Afmeting:
230x151x20 mm
Uitgiftedatum:
21-08-2025
Bekijk meer informatie over de auteur(s) van deze titel:

Gerelateerde boeken

  • De tweelingbroer

    De tweelingbroer

    Rob Kerkhoven
     22,90
    E-book: € 17,99
  • Kleur Veenhuizen

    Kleur Veenhuizen

    Handboek voor onderhoud
    Els Bet, Heide Hinterthür
     29,95

    Kleur Veenhuizen

    KLEUR VEENHUIZEN is het handboek bij de kleurenwaaier voor Veenhuizen. Het is gemaakt voor bewoners, eigenaren en beleidsmakers, maar ook voor wie nieuwsgierig is naar de ontstaansgeschiedenis van de gebouwen en het landschap.

    De ‘pauperkolonie’ Veenhuizen werd in 1822 gebouwd om bedelaars, landlopers en arme gezinnen uit de grote steden een beter bestaan te geven op het platteland. Gaandeweg ontwikkelde Veenhuizen zich tot een strafkolonie. De transformatie tot gevangenisdorp bracht een enorme bouwproductie op gang. Aan het begin van de 20e eeuw was Veenhuizen een zelfvoorzienend gevangenisdorp geworden met scholen, kerken, een hospitaal, werkgebouwen, boerderijen en dienstwoningen waarin het leven tussen gevangenen en bewoners sterk met elkaar vervlochten was. Tot 1983 was Veenhuizen gesloten voor publiek. Hier woonde alleen wie er ook werkte. Met uitzondering van de kerken was heel Veenhuizen in bezit van het Rijk en werd door het Rijk collectief beheerd en onderhouden.

    Veenhuizen is ondertussen veranderd van een Justitiedorp in een woonlandschap met daarin nog steeds een aantal in gebruik zijnde gevangenissen. De overgang van één grote eigenaar naar vele eigenaren betekent de overgang van collectief naar individueel uitgevoerd onderhoud en beheer. Vooral bij de woonhuizen worden de gevolgen hiervan zichtbaar. Ramen worden vervangen, luiken verdwijnen en het schilderwerk van de onderdelen krijgt andere kleuren. Daardoor vervagen de zo karakteristieke reeksen en families van gebouwen.

    Het handboek en de kleurenwaaier richten zich op de modelwoningen en -boerderijen uit de periode tussen 1884 en 1930 en op de structurerende en terugkerende onderdelen van de bebouwing en het landschap. Daar zijn een aantal praktische redenen voor. De grondtoon van Veenhuizen ligt verankerd in de herhaalbare gebouwtypes en de algemene dragers van het landschap. Het zijn met name deze woningen en boerderijen die particulier beheerd en onderhouden gaan worden en die belang hebben bij toegankelijke en hanteerbare kennis. Het handboek vult de kleurenwaaier aan met kennis van de gebouwen, hoe ze zijn gebouwd, met welke bouwmaterialen, details en kleuren. En het laat de landschappelijke onderdelen zien die het karakteristieke beeld bepalen, in de straat en op het erf.

     29,95
  • Uit de lus van de strop

    Uit de lus van de strop

    Gentenaars in de bres voor de Joodse bevolking 1940-1944
    Marc Verschooris
     27,50

    Uit de lus van de strop

    Al in de jaren 1920-30 komen vele Joodse studenten uit de Oost-Europese landen naar Gent, op de vlucht voor discriminatie en raciale vervolgingen. Deze toekomstige ingenieurs studeren in de ‘Bijzondere Scholen voor de Burgerlijke Bouwkunde, Mijnen en Kunst- en Fabriekwezen’. Na hun studies kan een groot deel van hen in het Gentse industriebekken terecht.
    En dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Vanaf 1942 is het vooral de hoop, het vertrouwen, de moed en de kracht die in sterke mate de overlevingsdrang van de Joodse families bepalen. Niet alle verhalen lopen goed af. In het Gentse verzet nemen de ingenieurs een belangrijke plaats in, maar ook burgers uit alle lagen van de
    bevolking bieden weerwerk.
    Marc Verschooris reconstrueert het leven van de slachtoffers maar brengt ook de verhalen van de overlevenden die als bij wonder aan de strop van de haat zijn ontsnapt. Naast angst voor het antisemitisme van vroeger en nu, is er ook dankbaarheid voor de heldendaden van zij die resoluut kozen voor steun, respect en solidariteit. Vele, niet eerder gepubliceerde foto’s, geven de hoofdrolspelers in dit boek, een gelaat.

    Marc Verschooris is geassocieerd onderzoeker bij het CEGESOMA. ‘De papegaai is niet dood. Geheim agenten Albert Deweer, Albert Mélot en Albert Wouters – Gent 1944’ verscheen bij uitgeverij Sterck & De Vreese.

     27,50
  • Nieuwe Drentse Volksalmanak 2024 | 141ste jaar

    Nieuwe Drentse Volksalmanak 2024 | 141ste jaar

    Jaarboek voor geschiedenis en archeologie
    Floor Huisman, Mark Goslinga
     24,90