Spegel en sonde

 22,90

As toskedoktersassistinte Doutsen (echtgenoate, mem en minneres) in nije baas krijt, giet der ynienen in soad mis. Om’t se it iene nei it oare ferjit, minsken net mear werkent en regelmjittich it paad bjuster is, rekket se yn panyk. Se driget de kontrôle oer har libben te ferliezen en lit it yn har omgean har eardere berop fan byldzjend keunstner wer op te krijen. As Anniek, har suster dy’t se tsientallen jierren net troffen hat, kontakt opnimt, komt alles yn in streamfersnelling en komme dingen oan it ljocht dy’t Doutsen har hiele libben ferswijd hat. Wat is der eins bard yn it ferline?

Op meinimmende wize fertelt Jetske Bilker dit oangripende, en bytiden humoristyske, ferhaal oer geheugen, de eangst foar alzheimer en famyljebannen.

Fan Jetske Bilker (1960) ferskynde earder de roman It libben fan in oar, dy’t nominearre waard foar de Gysbert Japicxpriis.

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Fries
Uitgeverij:
Uitgeverij Bornmeer
Aantal pagina's:
304
Druk:
1
Uitgiftedatum:
28-01-2021
Gewicht:
505 gram
Afmeting:
230x150x28 mm
ISBN:
9789056157289
Bekijk meer informatie over de auteur(s) van deze titel:

Gerelateerde boeken

  • Prinsentuin Leeuwarden

    Prinsentuin Leeuwarden

    Van stadhouderlijke lusthof naar stadswandelpark
    Els van der Laan – Meijer, Willemieke Ottens
     17,90

    Prinsentuin Leeuwarden

    In de monumentale stadskern van Leeuwarden ligt de Prinsentuin, een van de groene parels die de Friese hoofdstad rijk is. Halverwege de zeventiende eeuw werd de tuin als lusthof aangelegd door Stadhouder Willem Frederik van Nassau. Deze lusthof kennen we nu als de Prinsentuin en bevat een schat aan bijzondere verhalen uit verschillende perioden in de geschiedenis van de stad.
    Nadat in 1819 koning Willem I de hoftuin teruggaf aan de bewoners van de stad, schreef het stadsbestuur een opdracht uit tot herinrichting. Deze opdracht hield verband met de ontmanteling van het bolwerk. Daarmee was Leeuwarden een van de eerste steden in Nederland die een openbaar stadswandelpark op de vestingwerken liet aanleggen. Stadsarchitect Gerrit van der Wielen (1767-1858) en ‘architect van buitengoederen’ Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) werkten circa vijfentwintig jaar aan de transformatie van de stad. Naast de Prinsentuin ontwierp Roodbaard een aaneengesloten groenstructuur op het bolwerk, waarin de wandeling centraal stond. Zijn collectie ontwerptekeningen geeft een prachtige inzage in de gefaseerde aanleg vanaf 1821 tot ongeveer 1846.
    Nu, tweehonderd jaar nadat werd aangevangen met de omvorming van de Prinsentuin tot openbaar stadswandelpark, heeft het monumentale groen een nieuwe betekenis gekregen. Het park herbergt het verhaal van het verleden, maar het vraagt tegelijkertijd om een toekomstbestendige visie.

     17,90
  • Boer Gerben Feitsma

    Boer Gerben Feitsma

    Oebele Vries
     19,90
  • Doopsgezinden in Friesland

    In Doopsgezinden in Friesland schetst historicus Cor Trompetter het ontstaan van de doopsgezinde beweging in Friesland, met als centrale guur de ex-katholiek geestelijke Menno Simons. Hoe kon een minderheid als de doopsgezinden in de zeventiende en achttiende eeuw toch zo’n belangrijk stempel drukken op ons geestelijk erfgoed? Doopsgezinden stonden in politieke zin aan de kant, werden vervolgd en toch speelden ze een buitengewone rol op economisch en cultureel gebied.

    Verdrinking, onthoofding, ophanging en verbranding viel een doopsgezinde ten deel vanwege afwijkende standpunten en leer. Ook Menno Simons kwam al snel bij de vervolgers in het vizier en vluchtte daarom weg uit Friesland. Simons is nooit de onbetwiste leider van de doperse beweging geweest. Voortdurend was er strijd binnen die beweging. Verharding van standpunten en daarop volgende scheuringen waren het resultaat. Aan het einde van Menno’s leven waren de conicten zo hevig geworden, dat de doopsgezinde beweging in de Nederlanden feitelijk in verschillende groepen uiteen was gevallen. Ook in Friesland, bij botsingen tussen de ‘harde Friezen’ en de ‘nog hardere Friezen’. De onderlinge verdeeldheid onder doopsgezinden was niet zelden een veel groter gevaar dan welke tegenstander van buiten dan ook. Trompetter schetst een politiek-sociale ontwikkeling van deze stroming in de latere eeuwen.

     16,90