Venster op thuis

Gezelligheid ontleed
Britt van Sloun, Markus Balkenhol, Nina Lamal, Olga Leonhard

 24,90

Thuis: het lijkt de meest vanzelfsprekende plek op aarde. In de Nederlandse taal, reclames, liedjes en in de politiek verschijnt steeds hetzelfde beeld: een veilige, gezellige plek, vaak verbonden met het kerngezin. Maar dit vertrouwde plaatje vertelt niet het hele verhaal.

De bundel laat zien hoe veelzijdig en veranderlijk ‘thuis’ in Nederland daadwerkelijk is. Vanuit historisch, cultuurwetenschappelijk en taalkundig perspectief nemen de auteurs de lezer mee naar een middeleeuws klooster, een Molukse hutkoffer en een Amsterdamse toko, maar ook naar minder tastbare vormen van thuis: de gasvlam, heimwee, geuren en talen. Thuis kan ook zijn: huiselijk geweld en uitsluiting (niet iedereen is welkom thuis).

Zo wordt duidelijk dat thuis geen vaststaand gegeven is, maar een voortdurende onderhandeling tussen mensen, dieren, microben en dingen. Thuis is intiem en persoonlijk maar, zo laten de bijdragen in deze bundel zien, altijd ook maatschappelijk en politiek.

Auteurs:Janna oud Ammerveld, Judith Brouwer, Leonie Cornips, Marlies Couch, Jan Willem Duyvendak, Sophie Elpers, Ernst van den Hemel, Marjo van Koppen, Danielle Kuijten, Marianne de Laet, Inger Leemans, Jelle van Lottum, Dirk van Miert, Khalid Mourigh, Etske Ooijevaar, Irene van Renswoude, Jules Rijssen, Irene Stengs, Jos Swanenberg, Mariken Teeuwen, Marc van Zoggel

Illustraties (inclusief omslag) door Juliette Huygen

Redactie: Markus Balkenhol, Nina Lamal, Olga Leonhard, Britt

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Sterck & De Vreese
Aantal pagina's:
224
Druk:
1
ISBN:
9789464714562
Gewicht:
474 gram
Afmeting:
215x141x18 mm
Uitgiftedatum:
06-01-2026

Gerelateerde boeken

  • De jonge Piter Jelles

    De jonge Piter Jelles

    Bertus Mulder
     15,00
  • Kloostermoppen

    Kloostermoppen

    Middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen
    Edward Houting, Hans Vrijer
     35,00

    Kloostermoppen

    In de twaalfde en vooral de dertiende eeuw vestigden zich onder meer de kloosterorden van de cisterciënzers en de premonstratenzers in Noord-Nederland. Naar voorbeeld van de moederkloosters introduceerden de kloosterlingen grote bakstenen, kloostermoppen genoemd, waarmee ze vanaf het midden van de twaalfde eeuw tot in de zestiende eeuw kerken en kloosters bouwden. In dezelfde periode gebruikten ook vermogende particulieren de grote bakstenen voor de bouw van hun steenhuizen. Vanaf midden dertiende eeuw begonnen de steden zich te ontwikkelen, waarbij de bakstenen werden gebruikt voor stadsmuren en particuliere huizen. Baksteen bood de bouwheren goede mogelijkheden en was duurzamer dan de natuursteen die tot het einde van de twaalfde eeuw werd toegepast als bouwmateriaal. Klei was voor de productie en turf voor het bakken van stenen in ruime mate voorhanden in de provincie Groningen.

    In Kloostermoppen, middeleeuws bouwmateriaal in stad en provincie Groningen beschrijven Edward Houting en Hans Vrijer circa 200 middeleeuwse kerken, kloosters, steenhuizen en stadsmuren. Hiermee wordt voor het eerst een uitgebreid overzicht in boekvorm gegeven van het ontstaan en de toepassing van kloostermoppen in Groningen. De uitgave is ruim geïllustreerd met foto’s, bouwtekeningen van middeleeuwse kerken en kerktorens, kaarten en oude prenten. Bovendien voert een wandeling in de binnenstad van Groningen langs zichtbare overblijfselen van middeleeuwse gebouwen.

     35,00
  • Het Lam Gods en de Rechtvaardige Rechters

    Het Lam Gods en de Rechtvaardige Rechters

    De Verbluffende Waarheid
    Kurt Impens
     24,90
  • Wat is recht?

    Wat is recht?

    De receptie van Oudfries recht in de Groninger Ommelanden in de 15e en 16e eeuw
    Han Nijdam, Henk D. Meijering
     39,90

    Wat is recht?

    In de middeleeuwen maakten ook de Groninger Ommelanden deel uit van het Friese rechtsgebied, dat zich uitstrekte van het Vlie (nu het IJsselmeer) tot aan de Wezer in Duitsland. Vanaf de 12e eeuw is het recht daarvan op schrift gesteld, oorspronkelijk in het Oudfries. Vanaf het begin van de 15e eeuw was de schrijftaal in de Ommelanden het Nederduits (Nedersaksisch), met als gevolg dat de rechtsbronnen vertaald moesten worden. Deze vertalingen zijn in talrijke handschriften uit de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd overgeleverd. Zij zijn goed ingepast in het Groninger recht, en geven tevens een beeld van hun Oudfriese bronnen. In deze studie wordt een belangrijk tekstcorpus daaruit ontsloten.

    Henk Meijering is emeritus hoogleraar Fries en Duits aan de Vrije Universiteit en verbonden als gastonderzoeker aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.

    Han Nijdam is onderzoeker op het terrein van het Oudfries en het Oudfriese recht aan de Fryske Akademy in Leeuwarden.

     39,90