Werk in een natuurmuseum

Over sabeltandkatten, watervlooien, stadsreuzen, en een steenmarter op mijn bagagedrager
Bram Langeveld

 24,90

Natuurhistorische musea spreken al generatieslang tot de verbeelding van jong en oud: met opgezette dieren uit verre oorden, unieke fossielen uit lang vervlogen tijden en verrassende verhalen over de natuur uit eigen land. De tentoonstellingen tonen echter slechts het topje van de ijsberg. Achter de schermen liggen collectiedepots vol met natuurschatten. Dit boek neemt u mee achter de schermen.

Wat doe je met ruim 400.000 dode dieren, planten en fossielen? Wat komt er allemaal kijken bij het gebruik van zo’n collectie? En hoe groeit die? Bram Langeveld, conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, vertelt schitterende verhalen over acht jaar natuurhistorisch museale praktijk. Over collectiebeleid, schadefactoren, studiehuiden, tentoonstellingen, holotypen, destructief bemonsteren en vreemde vragen van de media. Maar ook over een begraven tonijn, stadsreuzen, citizen science , twee nijlpaarden die hij over het hoofd zag en een walrusexpeditie naar België.

Bram Langeveld (1993) is bioloog. Als kind was hij al gefascineerd door de natuur en fervent verzamelaar van fossielen. Hij publiceerde verschillende boeken over natuur en fossielen.

Verschijningsvorm:
Paperback
Taal:
Nederlands
Uitgeverij:
Uitgeverij Noordboek
Aantal pagina's:
287
Druk:
1
ISBN:
9789464713084
Uitgiftedatum:
19-03-2025
Gewicht:
496 gram
Afmeting:
231x152x26 mm

Gerelateerde boeken

  • Tuinplantenlexicon

    Hoe verzorg ik deze maand mijn rozen? Mag ik het gazon eigenlijk al maaien? Wanneer moet ik ook alweer de appelboom snoeien? Kan ik deze hortensia wel of niet nu terugknippen? Waar moet ik deze maand speciaal op letten in de tuin? Op deze en tal van andere vragen kun je in dit boek een antwoord vinden.

    Het draait allemaal om de tabel achter in dit boek. Zoek in deze alfabetische lijst de plant op waar je iets over wilt weten en in één oogopslag wordt duidelijk in welke maand je er wat mee moet doen: snoeien, voeden, vermeerderen, wat dan ook. Maar andersom kan ook: kijk bij de huidige maand wat je zoal zou kunnen doen!

    Een boek zonder poespas en boordevol praktische adviezen, gebaseerd op twintig jaar informatie verzamelen over honderden tuinplanten. Een superhandig naslagwerk voor de beginnende en gevorderde tuinier!

     29,95
  • De Scharrelaar 12

    De Scharrelaar 12

    Vogeltijdschrift voor lezers
    Emile Brugman
     17,90
  • Het verhaal van de kolken in het Dollardgebied

    Het verhaal van de kolken in het Dollardgebied

    Aart Jan Langbroek, Gerrit Smit, Hendrik van der Ham
     25,00

    Het verhaal van de kolken in het Dollardgebied

    In 2014 is de werkgroep Oldambt van het IVN gestart met het project ‘Kolken in het Dollardgebied’. Het doel was om de kolken in kaart te brengen en waar mogelijk de aanwezige natuur te inventariseren. Kolken zijn ontstaan als gevolg van dijkdoorbraken. Doordat het water zich met grote kracht door de opening perste, ontstond door het kolkende water een diep gat. De doorbraak is vervolgens hersteld door om de kolk heen een nooddijk aan te leggen, waardoor de kolk binnendijks kwam te liggen.

    Door de eeuwen heen zijn kolken door de boeren en de lokale bevolking gebruikt als drinkplaats voor vee, stortplaats van afval en als vis-, zwem-, en schaatswater. In de loop van de tijd zijn ondiepe kolken verland of kolken zijn gedempt door de beschikbaarheid van grotere en sterke graafmachines. In het gebied rond de Westerwoldse Aa zijn in de jaren 60 van de vorige eeuw de meeste kolken gedempt. Een klein aantal kolken is als landschapselement bewaard gebleven. Bij de ruilverkavelingen van de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werden de kolken in het Oldambt in de meeste gevallen in het kader van het toen verplichte landschapsplan als kleine perceeltjes toegewezen aan Staatsbosbeheer. Daarop werd vaak een stukje bos aangeplant. De reden van deze bosaanplant is het idee dat natuur zonder bos geen natuur kon zijn en dat een landschapselement van verre herkenbaar moest zijn. Kolken zijn tegenwoordig kleine natuurgebiedjes, die als een archipel in het voornamelijk agrarische landschap van het Oldambt liggen.

    De zoektocht van de werkgroep naar bestaande en voormalige kolken is begonnen met een kaart van de bodemkundige Ir. De Smet, die rond 1960 uitvoerig de bodemeigenschappen en bodemgesteldheid van het Oldambtgebied heeft beschreven en in kaart gebracht. Op een van zijn kaarten heeft hij met rode lijnen de tracés van de bestaande, voormalige en vermoedelijke dijken aangegeven, die gedurende eeuwen in dit gebied aanwezig zijn of waren. Met blauwe stippen heeft hij de plaatsen gemarkeerd van bestaande, voormalige en vermoedelijke kolken. In totaal heeft hij 90 locaties gemarkeerd en daarvan heeft de werkgroep er ruim 30 teruggevonden, die aanwezig of herkenbaar waren. In deze kolken hebben vrijwilligers van IVN, KNNV en Club Oldambster Groen geïnventariseerd wat de toestand per kolk is, welke organismen er zich bevinden en welke natuurwaarden aanwezig zijn. Naast deze natuurinventarisaties heeft het project ook de doelstelling de cultuurhistorische waarden per kolk te inventariseren. Ze onderzoeken de geschiedenis van elke kolk, verzamelen er verhalen over en proberen er achter te komen, wat er met en rondom elke kolk in de loop der eeuwen is gebeurd. Naast het veldwerk is ook veel tijd doorgebracht in meerdere archieven.

     25,00