De kunst van het oorlog voeren
€ 27,90
Niccolò Machiavelli (1469-1527), de beroemde Italiaanse filosoof, zag oorlog als het belangrijkste onderdeel van de politiek. In zijn ideale staat is sprake van een algemene dienstplicht, waarbij de vorst burgers te allen tijde naar het front kan sturen. Hij raadt de principe nuovo (nieuwe vorst) van Florence aan om een nationaal leger op de been te brengen dat Italië moet verenigen. Daarbij gaat hij in op zaken als strategie, belegeringen, wapens en logistiek.
Machiavelli schreef deze niet eerder vertaalde dialoog over oorlogvoering in 1520. Veel ideeën uit zijn eerdere De heerser en Discorsi krijgen in De kunst van oorlogvoeren een concrete invulling.
Niccolò Machiavelli geldt als een van de grote denkers van de Italiaanse renaissance. Hij wordt gezien als de grondlegger van de moderne politieke wetenschappen.
Originele titel: L’arte della guerra
Vertaling: Hakan Sönmez
Gerelateerde boeken
-
-
Verhandeling over de aanleg van vrouwen voor de wetenschap
€ 17,90De begaafde Anna Maria van Schurman kreeg als eerste vrouw in Nederland toestemming om colleges te volgen. De Universiteit van Utrecht bouwde voor de gelegenheid een hokje met een gordijntje voor haar. Van Schurman kon van daaruit de colleges van theoloog Voetius bijwonen, zonder daarbij de mannelijke studenten af te leiden.
In dit korte essay uit 1641 legt Van Schurman uit waarom het logisch is om meer vrouwen toegang tot de
universiteit te verlenen. Het argumentatieve geschrift inspireerde Margaret Cavendish en Mary Wollstonecraft en gaf de aanzet tot de eerste feministische beweging. Het zeer invloedrijke essay verschijnt in een geactualiseerde vertaling van Renée Ter Haar, met een voorwoord van Angela Roothaan. Jacob Bouwman zorgde voor de selectie van relevante brieven.“Wat een genot om zo’n erudiet pleidooi te lezen van een moedige vrouw. In zijn opdracht noemt tijdgenoot Johan van Beverwijck haar ‘onsterfelijk sieraad onder de vrouwen’. Met recht.” – Trouw
-
-
De fictie van de buitenplaats
€ 15,00In 2022 verblijft Arnon Grunberg op uitnodiging van de Rijksuniversiteit Groningen en Het Drentse Landschap een week op Landgoed Overcingel in Drenthe. Vlak voor dit stadspaleis zal worden omgebouwd tot woning en B&B mag Grunberg nog even de geuren van het verleden opsnuiven, samen met de laatste bewoner van Overcingel, kat Marcus.
Omgang met het aristocratische verleden is omgang met klassenverschillen, met onvermijdelijke mythologisering, met morele vraagstukken; vanuit het heden lijkt het verleden al snel één grote wandaad.
Dat menige buitenplaats tegenwoordig een luxehotel is, borduurt voort op de traditie dat de buitenplaats een ideaal decor is voor escapisme. En escapisme mag wat kosten, hoe rijker de mens hoe uitbundiger het escapisme. Na de uitspatting de weemoed.
Moet je schuldig en minder schuldig verleden levend houden en zo ja, hoe?
In deze bundel reflecteren Grunberg en anderen over een tijd dat de Voorzienigheid nog de scepter zwaaide over de mensen. Zoals de worm gedoemd is om te kruipen en de vogel om te vliegen, zo leken ooit ongelijkheid en onrechtvaardigheid de vanzelfsprekende doem van de mensheid.





