Groningen verandert
€ 27,90
De stad Groningen verandert voortdurend. Oude gebouwen worden vervangen door nieuwe en plekken die qua inrichting niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen gaan op de schop.
Henk Tiggelaar legde de veranderingen van de afgelopen vijfendertig jaar zowel in de binnenstad als in de omliggende stadswijken op foto vast. Hij fotografeerde op cruciale momenten de open plekken en de locaties waar
gesloopt zou worden, en later vanaf precies hetzelfde punt de nieuwe situatie. Dat resulteerde in 2006 in zijn eerste fotoboek Groningen verandert, gevolgd door een tweede uitgave in 2009.
Een nieuwe fotoselectie vindt u in dit derde deel van Groningen verandert, waarin ook de inhoud van de twee vorige boeken is opgenomen. Het laat zien dat in Groningen, ook in de crisisperiode na 2008, volop gebouwd is. Een
prachtige uitgave die de beweging vastlegt in een stad die nooit af is. Een feest van herkenning!
Gerelateerde boeken
-
Vergeten ijzer
€ 24,90Jan Willem van Vliet fotografeerde vervallen fabrieken en machines die ooit de sociaaleconomische ruggengraat van Groningen vormden. De foto’s herinneren aan de oude glorietijd van de scheepvaart- en steenbakindustrie, de strokartonfabrieken en kalkovens. Een aantal panden, zoals de Glasfabriek in Groningen en de Philips beeldbuizenfabriek in Stadskanaal, is inmiddels voorgoed verloren. Maar dankzij de iconische foto’s van Van Vliet toch niet helemaal.
Alle foto’s zijn verrijkt met verhalen en portretten van ooggetuigen: Frank von Hebel sprak met de arbeiders die de stenen stapelden, klinknagels in scheepswanden drilden en vertrouwd waren met de fluit die aankondigde dat het schafttijd was.
Vergeten IJzer is een eerbetoon aan het oud industrieel erfgoed van Groningen en een pleidooi voor het hergebruik ervan.
Jan Willem van Vliet (1959) is sinds 1981 werkzaam als zelfstandig fotograaf in Noord-Nederland. Zijn hart ligt bij de (regionale) journalistiek.
Frank von Hebel (1974) werkt als journalist voor het Dagblad van het Noorden. Daarnaast is hij auteur van een breed scala aan boeken, zowel fictie als non-fictie.
-
Een Schricklijck Jaer
€ 25,00April 1672: koning Lodewijk XIV van Frankrijk verklaart de oorlog aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Een dag later volgt zijn bondgenoot koning Karel II van Engeland. De bisschoppen van Keulen en Münster gaan een maand later mee in het bondgenootschap en vallen begin juni de Republiek binnen. Een Schricklijck Jaer gaat over deze oorlog, de oorlog van 1672 in het noordoostelijk deel van de Republiek.
Na de bisschoppelijke triomftocht langs de Overijsselse vestingsteden – die als rijpe appels in handen van de bisschoppen vallen – volgt de aanval op Coevorden. Ook die ‘onneembare’ vesting in het noorden valt binnen tien dagen. Maar daarna keert het tij voor de bisschoppen. De stad Groningen houdt stand, ondanks de enorme bommenregen van de bisschop van Münster, die bij dat beleg zijn bijnaam ‘Bombenberend’ verdient. Aan het einde van het jaar 1672 volgt de herovering van Coevorden, een spannend verhaal dat de geschiedenis ingaat als ‘De verrassing van Coevorden’.
Maar daarmee is de oorlog in de noordelijke gebieden nog lang niet ten einde. De bisschop van Münster heeft meer pijlen op zijn boog, waardoor Coevorden in een bizarre situatie terechtkomt.
Als dan eindelijk alle vijandelijke legers zijn vertrokken, moet het land weer opgebouwd worden. Dan komen, als vanzelf, alle eerdere politieke tegenstellingen weer opzetten die een snelle en effi ciënte wederopbouw tegenhouden. Bovendien gaat de oorlog nog steeds door, in het buitenland weliswaar, maar de kosten worden verhaald op de inwoners van de Republiek, ook op de tot op het bot verarmde bevolking van de provincies Stad en Lande (nu provincie Groningen), de Landschap Drenthe en Overijssel. De gevolgen van de oorlog, vooral voor het dagelijks leven van de gewone inwoners in die provincies, vormen de afsluiting van het boek.
-
Kleur Veenhuizen
€ 29,95KLEUR VEENHUIZEN is het handboek bij de kleurenwaaier voor Veenhuizen. Het is gemaakt voor bewoners, eigenaren en beleidsmakers, maar ook voor wie nieuwsgierig is naar de ontstaansgeschiedenis van de gebouwen en het landschap.
De ‘pauperkolonie’ Veenhuizen werd in 1822 gebouwd om bedelaars, landlopers en arme gezinnen uit de grote steden een beter bestaan te geven op het platteland. Gaandeweg ontwikkelde Veenhuizen zich tot een strafkolonie. De transformatie tot gevangenisdorp bracht een enorme bouwproductie op gang. Aan het begin van de 20e eeuw was Veenhuizen een zelfvoorzienend gevangenisdorp geworden met scholen, kerken, een hospitaal, werkgebouwen, boerderijen en dienstwoningen waarin het leven tussen gevangenen en bewoners sterk met elkaar vervlochten was. Tot 1983 was Veenhuizen gesloten voor publiek. Hier woonde alleen wie er ook werkte. Met uitzondering van de kerken was heel Veenhuizen in bezit van het Rijk en werd door het Rijk collectief beheerd en onderhouden.
Veenhuizen is ondertussen veranderd van een Justitiedorp in een woonlandschap met daarin nog steeds een aantal in gebruik zijnde gevangenissen. De overgang van één grote eigenaar naar vele eigenaren betekent de overgang van collectief naar individueel uitgevoerd onderhoud en beheer. Vooral bij de woonhuizen worden de gevolgen hiervan zichtbaar. Ramen worden vervangen, luiken verdwijnen en het schilderwerk van de onderdelen krijgt andere kleuren. Daardoor vervagen de zo karakteristieke reeksen en families van gebouwen.
Het handboek en de kleurenwaaier richten zich op de modelwoningen en -boerderijen uit de periode tussen 1884 en 1930 en op de structurerende en terugkerende onderdelen van de bebouwing en het landschap. Daar zijn een aantal praktische redenen voor. De grondtoon van Veenhuizen ligt verankerd in de herhaalbare gebouwtypes en de algemene dragers van het landschap. Het zijn met name deze woningen en boerderijen die particulier beheerd en onderhouden gaan worden en die belang hebben bij toegankelijke en hanteerbare kennis. Het handboek vult de kleurenwaaier aan met kennis van de gebouwen, hoe ze zijn gebouwd, met welke bouwmaterialen, details en kleuren. En het laat de landschappelijke onderdelen zien die het karakteristieke beeld bepalen, in de straat en op het erf.
-




